Nanne Tepper (50) overleden

Nederland Groningen 30 jan 2008 Nanne tepper auteur de Bezige Bij foto en copyright Harry Cock Nanne Tepper/ Foto Harry Cock

Auteur Nanne Tepper (1962), ooit bejubeld als de ‘Groningse Nabokov’, is overleden. Dat heeft zijn uitgever De Bezige Bij, mede namens de familie, ‘met verdriet’ laten weten. Tepper brak in 1995 door als schrijver met De eeuwige jachtvelden en schreef in de jaren daarna onder andere in NRC Handelsblad over literatuur en muziek.

Tepper brak in 1995 door met zijn omstreden debuutroman De eeuwige jachtvelden, een roman over de verhouding tussen broer Victor met zijn jongere zus Lisa. Daarvoor was hij al zo’n tien jaar de leider en oprichter van de ’veenkoloniale rock ‘n’ roll band’ ‘The Diseases’. Delen van zijn debuutroman verschenen voor 1995 in de literaire tijdschriften Optima en de Biels. De eeuwige jachtvelden werd bekroond met de Anton Wachterprijs.

In december 1995, in een interview met NRC-redacteur Reinjan Mulder, sprak Tepper over de ontstaansgeschiedenis van zijn succesvolle debuutroman. Tepper liet Mulder weten vóór de publicatie van zijn debuutroman hele andere romans te schrijven. Romans die overigens nooit werden gepubliceerd. Hij schreef ze vanuit de ik-vorm, waar hij naar eigen zeggen bij het schrijven van zijn debuut ‘net op tijd’ van was terugggekomen. Voor de publikatie van De eeuwige jachtvelden had hij, zo schreef Mulder in zijn interview:

‘net tien jaar zitten ‘peuteren’ aan wat hij nu ‘een gedrocht’ van een boek noemt, een lang autobiografisch werk in de eerste persoon. Dit manuscript heeft hij heel dramatisch door een vriend aan de voet van de Rocky Mountains laten begraven. “Ik heb een groot zwak voor melodrama. Ik wilde door dat begraven letterlijk tot uitdrukking brengen: zand erover.”‘

Tepper wist toen hoe het niet moest:

“Ik zag door dat boek in dat ik geen eerste roman moest publiceren in de eerste persoon. Ik heb gemerkt dat het niet zo moeilijk is om op die manier dertig bladzijden van een geniaal boek te schrijven, maar zie er dan nog maar eens tweehonderd aan vast te breien, in de hoop dat die hetzelfde geniale niveau hebben. Het moet een ‘roman’ worden, wat voor mij wil zeggen een hermetisch gesloten universum.”

Mulder noemde in zijn interview De eeuwige jachtvelden een van de opmerkelijkste debuten van dat jaar. Hans Goedkoop sloot zich daar al eerder met een recensie in NRC Handelsblad bij aan:

‘Stijl is alles. [..] Het is de kunst van kunst. Schrijvend aan De eeuwige jachtvelden moet Nanne Tepper zich dat akelig bewust geweest zijn. Hij schrijft dialogen van een spitsheid die doet denken aan het werk van J.D. Salinger, een voorbeeld dat hij zijdelings ook noemt. Hij maakt woordspelingen in de trant van Nabokov, die hij ook al noemt. In een plechtstatige beschrijving klinkt soms iets van Reve mee, hij haalt songteksten aan, en als de Eerste symfonie van Mahler door een kamer zoemt begrijp je eensklaps ook waaraan de delen van het boek hun namen danken (Langsam, schleppend, wie ein Naturlaut en zo nog drie). Ieder woord lijkt op een goudschaaltje gewogen, alles snakt naar stijl.’

Volgens Goedkoop had de lezer met De eeuwige jachtvelden ‘in zijn grilligheid’ duidelijk een debuut in handen. Tepper wilde veel tegelijk, schreef Goedkoop. Sprongen door de tijd, intriges, veel karakters. Zoveel dat Tepper het zelf soms niet meer wist bij te benen. Maar daarachter ging volgens Goedkoop een interessant auteur schuil.

‘Maar het boek bewijst zich ook als werk van een waarachtig schrijver: een voor wie een stijl de wereld niet versiert maar uitdrukt.’

Tepper schreef na zijn debuut nog enkele romans. Romans als De vaders van de gedachte (1998), de novelle De avonturen van Hillebillie Veen (2002) en de bundel met losse stukken De Lijfbard van Knut de verschrikkelijke (2008). De vaders van de gedachte werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Hij recenseerde muziek voor het muziektijdschrift OOR. Voor het NRC Handelsblad schreef Tepper vanaf 2001 samen met toenmalig NRC-redacteur Pieter Steinz een rubriek over heruitgegeven klassiekers als William Faulkners Terwijl ik al heenging en  Charles Dickens’ Grote verwachtingen.
De laatste jaren kwam Tepper door ‘ziekte en ongemak’ nauwelijks meer aan schrijven toe, schreef NRC-redacteur Arjen Fortuin in 2008 in een recensie van De lijfbard van Knut de Verschrikkelijke, een bundel met losse stukjes die Tepper voor Het parool schreef. Volgens Fortuin gaf die bundel een mooi beeld van het ‘vacuüm’ waarin Tepper zich begaf:

‘Het reeksje, onder de titel ‘Het lijden van de Koekebakker’, geeft een mooi beeld van het vacuüm waarin Tepper – drie romans tussen 1995 en 2002 – zich al jaren bevindt: dat van een schrijver die door ziekte en ongemak amper aan schrijven toekomt. Zo schrijft hij in verbijstering over wat in bepaalde kringen amicaal het ‘Librisdiner’ wordt genoemd. ‘Niets had mij kunnen voorbereiden op een confrontatie met zo veel aan „schrijverschap” doende lieden [...] Ook ontwaarde ik – schoolpleinervaring komt altijd van pas – direct ontelbare hiërarchieën.’

Tepper was een groot fan van de Amerikaanse auteur David Foster Wallace (1962-2008). Zo schreef hij een recensie van Wallaces’ debuutroman Infinite Jest, door Tepper betiteld als een ‘ambitieus, bedwelmend monster’. Net als Wallace werd Tepper in de laatste jaren van zijn leven geplaagd door ernstige depressies. En net als Wallace besloot hij niet langer te willen leven. Tepper is gisteren in kleine kring begraven. Hij is 50 jaar geworden.