Krimp voor Rutte II

Het was, gezien de stemming onder consumenten, de slechte huizenmarkt en het bedrukte internationale klimaat al wonderlijk dat de Nederlandse economie de eerste twee kwartalen van dit jaar een minieme groei wist te bereiken. Vanmorgen kwam de klap alsnog. De economie kromp in het derde kwartaal met 1,1 procent en met 1,5 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Dat staat in groot contrast met de belangrijke landen om Nederland heen: zowel Duitsland als Frankrijk wist een kwartaalgroei van 0,2 procent te halen. Hoe Nederland in deze uitzonderingspositie terecht is gekomen, zal verder moeten worden onderzocht. Maar de slechte huizenmarkt zal een van de verklaringen zijn, en daarmee samenhangend het vertrouwen van consumenten.

Dat vertrouwen heeft, mede door alle onduidelijkheid over de inkomensafhankelijke zorgpremie, opnieuw een deuk opgelopen. Dat voorspelt weinig goeds voor het lopende vierde kwartaal. De door het Centraal Planbureau (CPB) verwachte krimp van de economie met 0,5 procent voor heel 2012 kan te rooskleurig blijken: dat zou in de huidige drie maanden een wonderbaarlijke opleving vergen, waar het niet van komt.

De groeicijfers zijn slecht nieuws voor het zojuist aangetreden kabinet-Rutte II. Het regeerakkoord gaat, nu het CPB het effect van alle maatregelen heeft doorgerekend, uit van een gemiddelde economische groei van 1,25 procent over de gehele regeerperiode. Dat is al zeer bescheiden, maar zelfs dat kan te optimistisch blijken. De Rabobank meldde deze week voor 2013, het eerste volle jaar van Rutte II, een economische groei van slechts 0,25 procent te verwachten. Dat zou een slechte start zijn, die enkel door een krachtig herstel in de laatste jaren van Rutte II kan worden goedgemaakt.

Het regeerakkoord leunt voor de economische groei zwaar op het buitenland. De weinige groei die er is, zal moeten komen van de export vanuit het bedrijfsleven. Dat is, met de bezuinigingsopdracht die het kabinet zichzelf heeft gesteld, ook de enige logische weg. Van de binnenlandse bestedingen zal Nederland het niet of nauwelijks moeten hebben. Maar die tactiek is wel gevaarlijk. Tegenvallers bij de economische groei heeft het kabinet nu niet in de hand.

Zo neemt nu de kans al toe dat de begrotingsdoelen niet worden gehaald. Daarmee komt een discussie in zicht die in een groot deel van de eurozone al volop wordt gevoerd: extra bezuinigen met als risico een verdere verslechtering van de economie of een tijdelijke versoepeling van het beleid. In een kabinet van liberalen en sociaal-democraten kan dat explosief materiaal worden.