Klimaatadaptatie ontbeert samenhang

Coverbeeld van rapport

De Rekenkamer is uiterst kritisch over de manier waarop de Nederlandse regering zich voorbereidt op een veranderend klimaat. Bestaande plannen zijn onsamenhangend en op sommige terreinen onvoldoende. Van het adaptatieplan uit 2007 is niets terecht gekomen. Eigenlijk getuigt alleen het Deltaplan, dat gaat over de gevolgen van klimaatverandering voor de Nederlandse waterhuishouding, van coherent beleid. Maar wat klimaatverandering (op termijn) betekent voor gezondheid, energie transport, toerisme, vraagt de regering zich onvoldoende af.

In het vanmorgen verschenen rapport ‘Aanpassing aan klimaatverandering: strategie en beleid’ schrijft de Rekenkamer dat door dit gebrek aan beleid risico’s worden genomen. Verder vreest de Rekenkamer dat Nederland de aansluiting met andere Europese landen zou kunnen verliezen ( hier meer over het adaptatiebeleid in Europa).

Uit het rapport van de Rekenkamer (klik om te vergroten)Uit het rapport van de Rekenkamer (klik om te vergroten)

Wat vooral ontbreekt, vindt de rekenkamer, is centrale coördinatie. Er is niet één minister verantwoordelijk. Daardoor dreigt iedereen langs elkaar heen te werken:

‘Elk van de betrokken ministers heeft een eigen sectorale verantwoordelijkheid. Er bestaat geen integraal overzicht van de activiteiten die de verschillende departementen op dit terrein ontplooien en de relatie daartussen. Ook een overzicht van de verdeling van taken en verantwoordelijkheden ontbreekt.’

Dat brengt, schrijft de Rekenkamer, een aantal risico’s met zich mee:

‘Een voorbeeld van een adaptatiemaatregel waarbij een ongewenst neveneffect zou kunnen optreden, is het aanleggen van vijvers en waterpleinen in steden. Zulke waterplaatsen brengen verkoeling in de stad in tijden van hitte, terwijl ze bij hevige neerslag kunnen dienen als waterberging. Deze op het eerste gezicht slimme maatregel kan vanuit het oogpunt van volksgezondheid negatieve gevolgen hebben, omdat klimaatverandering behalve hoge temperaturen en meer neerslag ook een verhoogd risico op watergerelateerde ziekten met zich meebrengt. Mensen kunnen bijvoorbeeld ziek worden van blauwalg, een klein organisme dat goed gedijt in stilstaand water met een hoge temperatuur. Stilstaand water kan ook een broedplaats zijn voor insecten. Via beten van bepaalde exotische insecten kunnen virussen van infectieziekten op mensen worden overgebracht.’

Het gebrek aan beleid kan ook leiden tot hogere kosten in de toekomst. Veel infrastructuur die te maken kan krijgen met klimaatverandering (zoals rioleringen, energienetwerken, wegen, gebouwen) gaan tientallen jaren mee. Dus moet nu al rekening worden gehouden met veranderende omstandigheden in de komende decennia.

De Europese Unie heeft intussen uitgebreid onderzoek laten doen daar de gevolgen van een mogelijk gebrek aan beleid. Op basis van een studie van Paul Watkiss schrijft de Rekenkamer ‘dat de maatschappelijke en economische gevolgen van klimaatverandering voor de lidstaten zeer groot kunnen worden. Zonder mitigatiemaatregelen gaat het in Europa gemiddeld om 4%-10% verlies van het bbp. Met maatregelen kan dit worden gereduceerd tot 0,5%-1% van het bpp.’

Uit de in het rapport opgenomen reactie blijkt dat de (vorige) regering de meeste conclusies van de Rekenkamer weliswaar deelt, maar er tegelijkertijd op wijst dat klimaatadaptatie in heel Europa nog een ‘jong beleidsveld’ is.

Een beetje coördinatie kan zeker geen kwaad. Laat één minister of staatssecretaris de zaak maar in de gaten houden. Maar het rapport omzeilt, zo lijkt het, wel een aantal lastige vragen. Onzekerheden over de toekomst zijn geen reden om er niet bij stil te staan, maar dan zou het wel goed zijn om expliciet te zijn over de aannames. Welk klimaatscenario acht de rekenkamer aannemelijk? Wat is een realistische inschatting van de mogelijke schade die klimaatverandering veroorzaakt bij ongewijzigd beleid.

Oud-minister Pieter Winsemius noemt morgen in een interview in NRC  Handelsblad klimaatbeleid een ‘verzekeringspolis’. Pas als je een goede inschatting kunt  maken van de kosten van die polis, kun je bepalen hoe groot het eigen risico mag  zijn en welke schade je erdoor gedekt wilt hebben. Daarover doet het rapport geen uitspraak.