Jan van Goyen en Heda stelen de show

Oude meesters zijn altijd de sterren van de PAN. Na Jan Steen (2007 en 2011) en Jacob van Ruisdael (2008) schitteren dit jaar Jan van Goyen en Willem Claesz Heda.

Willem Claesz. Heda, ‘Stilleven met zilveren beker en een horloge op een tinnen bord’ (1633, olieverf op paneel, 40,3 x 33,5 cm)

Twee zeventiende-eeuws schilderijen worden aangekondigd als topstukken van de PAN dit jaar. Het ene is een stilleven van de befaamde Haarlemse schilder Willem Claesz Heda (1594-1680), het andere een strandgezicht dat Jan van Goyen (1596-1656) in Den Haag schilderde. Met vraagprijzen van respectievelijk circa anderhalf miljoen euro, en „een bedrag boven een miljoen”, behoren ze tot de duurste stukken van de kunstbeurs. De PAN staat daarmee in een eerbiedwaardige traditie in de wereld van kunstveiling en kunsthandel. Daar wordt met grote vanzelfsprekendheid de term ‘oude meesters’ gebruikt. Dat slaat vooral op schilders, en dan vooral uit de Europese renaissance en barok. Kunst uit de klassieke oudheid en de middeleeuwen vormt een aparte categorie, net zoals meer recente werken. Merkwaardig genoeg worden sculpturen vaak ondergebracht in de afdeling ‘works of art’, samen met bijvoorbeeld meubels, klokken en exotica.

Old master paintings vormen van oudsher de kern van de kunsthandel, en bij kunstbeurzen zijn het vaak de blikvangers. Voor werken van klassiek-moderne kunstenaars als Cézanne of Van Gogh, en modernisten als Picasso en Mondriaan worden vaak hogere bedragen, maar een brede beurs als de PAN kan eigenlijk niet zonder een goed schilderij uit de zestiende of zeventiende eeuw, bij voorkeur van een Italiaanse meester of – zeker op beurzen in Nederland zoals PAN of Tefaf – een Hollandse schilder uit de Gouden Eeuw.

In de afgelopen jaren bracht de PAN bijna elke editie wel een opmerkelijk werk van een zeventiende-eeuwse meester. Zo verkocht kunsthandel Noortman in 2007 een een dansend koppel van Jan Steen en met een vraagprijs van vijf miljoen euro was dit het duurste schilderij in de geschiedenis van de beurs. In 2008 had dezelfde handelaar een Winterlandschap met molen door Jacob van Ruisdael voor een respectabele 3,5 miljoen. En vorig jaar was Jan Steen weer aan de beurt: kunsthandel Salomon Lilian bood diens Huwelijk van Tobias en Sarah te koop aan voor 1,8 miljoen euro.

In 2012 zijn het dus Van Goyen en Heda die de show moeten stelen. Van Goyens Gezicht op het strand van Scheveningen is voorzien van het jaartal 1642. De beschouwer kijkt vanaf de duinen bij de vissersplaats in de richting van de zee; het strand wordt bevolkt door tientallen figuurtje van vissers, jutters en pootjebaders; er liggen boten en er rijdt zelfs een voorname, met zes paarden ingespannen koets. De losse penseelstreek en de kleuren die naar de achtergrond toe vervagen, zijn typisch voor het werk van landschapschilder Jan van Goyen. Kunsthandelaar Peter Pappot ontdekte het schilderij in een Franse particuliere collectie, waar het de afgelopen 58 jaar een stil bestaan heeft geleid.

Het schilderij van stillevenspecialist Willem Claesz Heda wordt aangeboden door kunsthandel Bijl-Van Urk. Het paneel, gevat in een zeventiende-eeuwse lijst, is gesigneerd met de achternaam van de kunstenaar en het jaartal 1633. Heda legde zich, voor zover bekend, uitsluitend toe op stillevens en dan vooral op ‘banketjes’ of ‘ontbijtjes’: tafels met glazen en metalen vaatwerk, bestek en soms eetbare waar. Dit schilderij is een relatief eenvoudige variant met weinig voorwerpen en een overzichtelijke compositie.

Een wit, vaak wat nonchalant gedrapeerd, tafellaken dat bij Heda vaak voorkomt, ontbreekt hier. Op een groen kleed staan een zilveren beker en een tinnen bord. Daarop ligt een opengeklapt zakhorloge met het opdraaisleuteltje aan een blauw lint, een combinatie die ook op andere werken van de schilder voorkomt. Aan weerszijden van de beker liggen een omgevallen glas met een bewerkte voet, en het ronde foedraal van het uurwerk. Heda’s vermogen de textuur van materialen na te bootsen blijkt in dit schilderij uit zijn uitbeelding van de edelmetalen beker, met zorgvuldig bestudeerde lichteffecten, en bijvoorbeeld ook uit de weergave van de hazelnoten links. Zoals wel vaker bij Heda balanceert het bord op de rand van de tafel. Daardoor ontstaat een spanning in de compositie en misschien ondersteunt het motief ook de inhoudelijke betekenis van vergankelijkheid die vaak wordt toegekend aan dergelijke stillevens.

Voor wie geïnteresseerd is in aankoop van het schilderij, is het misschien goed te weten dat precies zo’n zilveren beker als er op is uitgebeeld, is inbegrepen bij de vraagprijs van anderhalf miljoen euro.