In je roze pullover wordt het niets

Succes in Duitsland vereist begrip voor en kennis van cultuur en taal. Modulo Béton uit Soest is ervan overtuigd.

De kennis van de Duitse cultuur in Nederland vlakt langzaam maar zeker af. Scholen schrappen het vak Duits als verplichte taal, Duitse bedrijven klagen over weinig taalvaardige Nederlandse zakenpartners. Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken (PvdA) trok deze week aan de bel in het Duitse weekblad Der Spiegel. Volgens hem wordt in Europa al gauw gedacht dat beheersing van het Engels voor internationaal contact volstaat. Terwijl „veel kleine Duitse bedrijven het niet leuk vinden als je Engels met ze spreekt”.

Dat kan het jonge bedrijf Modulo Béton uit Soest bevestigen. Het maakt milieustraten en containerparken van prefab betonmodules, van origine een Frans concept. De bedenker ervan sprak niet anders dan Frans en had moeite zijn producten in het buitenland te slijten. Ron van Ommeren, eigenaar van het bedrijf in Soest, zag het potentieel en bracht de duurzame milieustraten naar Nederland. En hij wil meer: de Duitse markt. Maar succes in het oosten, zo realiseerde hij zich, is alleen mogelijk als hij zijn werk met Deutsche gründligkeit doet. Niet alleen de taal, maar ook de Duitse cultuur speelt daarbij een voorname rol.

Aanpassen is het devies, aldus Van Ommeren. „Zo sprak ik ooit in München met potentiële klanten. Ik had een roze pullover aangetrokken. Een vrouw daar verzocht mij dringend om dat nooit meer te doen: ik moest gewoon in pak verschijnen.”

De formele houding van veel Duitsers is voor nuchtere Nederlanders soms moeilijk te doorgronden. Maar Modulo houdt terdege rekening met het stereotype. „De klant wil een formele attitude, verlangt dat je alles precies uitlegt. Zo zijn de Duitsers, ze willen soms tot aan vervelens toe duidelijkheid. Ruimte voor grapjes is er dan ook even niet. Ze zijn erg gesteld op structuur en details. Daar moet je als Nederlander op inspelen. En dat begint met het spreken van hun taal. Dan gaat het niet per se om letterlijke vertalingen, maar om hun geest van denken. Je moet ze in hun kracht laten.”

Volgens Van Ommeren spreekt bijna iedereen binnen zijn bedrijf inmiddels „redelijk tot zeer goed” Duits. Dat is bij andere bedrijven met Duitse relaties wel anders. Tweederde van de leden van de Nederlands-Duitse handelskamer, die de zakelijke betrekkingen tussen beide landen ondersteunt, noemt de kennis van het Duits onder Nederlandse werknemers onvoldoende.

Modulo Béton heeft baat bij zijn investeringen in Duitse taal en cultuur. „Het pitchen van projecten heeft alles te maken met goede voorbereiding. Dus doen we alle presentaties in het Duits. Wat wil de klant? Aangesproken worden in het Duits. In Hamburg bouwen we nu de eerste milieustraat.”

Goed Engels biedt geen compensatie voor slecht Duits, vindt hij. „Je mist business door gebrekkig Duits. Tachtig procent van de Duitsers spreekt geen Engels! Overdreven? Nee, ik denk het echt.”

Toch hoort hij het vaak van Nederlanders: die Duitsers kunnen toch ook Engels leren? Wie dat zegt, ontkent volgens hem de culturele verschillen. „Wij Nederlanders zijn veroveraars, vanuit de Gouden Eeuw al. We werden min of meer gedwongen om taalvaardig te zijn. Duitsland heeft meer zelf gedaan – in stabiele en kleine stapjes. Dat is hoe zij werken.”

En de Duitse economie staat er nu eenmaal beter voor. Wie zou zich dan moeten aanpassen?