Het nieuwe stressen

Steeds meer bedrijven voeren ‘het nieuwe werken’ in. Maar als mensen zelf mogen weten waar, wanneer en hoe ze werken, verdwijnt de vrije tijd, betoogt Koen Haegens.

‘Tem de tijd’ staat er op grote reclameborden op treinstations. Het is het motto van de ‘Week van het nieuwe werken’. Maandag werd die door minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) afgetrapt. Op de foto’s is te zien hoe ze met een enorme hamer vervaarlijk richting een klok zwaait.

Sinds een aantal jaren wordt in deze week aandacht gevraagd voor het nieuwe werken: de vrijheid om zelf te bepalen waar, wanneer en hoe je je werk uitvoert. En met succes. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden blijkt dat inmiddels 28 procent van de Nederlandse werknemers wel eens thuis werkt, gemiddeld ruim zes uur per week. Steeds meer bedrijven richten zich daar op in. Neem het nieuwe hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Dat is naar eigen zeggen opgezet als een ‘stad’, met in het ‘centrum’ tal van intieme zithoeken, cafés en restaurants. Het idee is dat medewerkers hier vooral komen om elkaar te ontmoeten en te overleggen. Wie in stilte een notitie moet schrijven, kan dat thuis doen.

Als we de organisatoren van de week van het nieuwe werken mogen geloven – een bonte coalitie van overheid, vakbonden, bedrijven en milieuorganisaties – biedt deze aanpak louter voordelen. Werknemers worden er productiever en minder gestrest van, werkgevers besparen kantoorkosten en ook het milieu profiteert van het afnemende woon-werkverkeer. Een heuse win-win-win-situatie.

Ik zal de laatste zijn om de zegeningen van het nieuwe werken te ontkennen. Natuurlijk is het fijn om minder te hoeven reizen, zonder gedoe een ziek kind van school te kunnen halen of – jawel, ook dat – met mooi weer op een terras te zitten in plaats van op kantoor. Maar wie ervaring heeft met flexibel werken, weet dat dit slechts de helft van het verhaal is. Nog afgezien van allerlei praktische problemen die zich voor kunnen doen – van ruimtegebrek in de vernieuwde kantoortuin tot collega’s die elkaars naam vergeten zijn – kleven er fundamentele nadelen aan het nieuwe werken.

Zo doet het de grens tussen werk en vrije tijd vervagen. Soms is dat fijn: in de baas zijn tijd wikkel je even een privételefoontje af. Maar het omgekeerde geldt ook: ’s avonds, in het weekeinde of op vakantie meldt het werk zich per mail of mobiel. Hoe meer collega’s het oude, gezamenlijke arbeidsritme loslaten, hoe groter de kans dat dit gebeurt. Op die manier zijn we nooit meer écht vrij. Met andere woorden, het alternatief voor ‘aan’ is voor de nieuwe werker niet langer ‘uit’. Het is de standby-modus. En die kost, zo wisten we al van televisies en computers, behoorlijk wat energie.

Er is nog een andere reden waarom de vrijheid van het nieuwe werken betrekkelijk is. Zoals gezegd mogen werknemers zelf weten waar, wanneer en hoe ze werken. Sommige bedrijven gaan daarin heel ver. Neem het Amerikaanse Netflix, aanbieder van online films en dvd’s. Dat bedrijf heeft een wel heel bijzonder vakantiebeleid: geen, namelijk. Werknemers kunnen zo vaak op vakantie gaan als ze willen. „We kijken naar wat mensen voor elkaar krijgen, niet hoeveel dagen ze hebben gewerkt”, verklaarde de CEO van Netflix eerder dit jaar in een interview met Businessweek. Dat klinkt als het paradijs. Maar er ontbreekt één cruciale factor: hoevéél de werknemers moeten doen. De targets dus. Die worden nog altijd van bovenaf opgelegd.

Juist in crisistijd is er het risico dat directies voortdurend nieuwe, onrealistische doelen stellen. Meer doen met minder mensen, dat idee. Het gevaar laat zich raden. Nu al kampt meer dan één op de acht Nederlandse werknemers met burnout-klachten. Veertig procent van de werknemers vindt dat het tijd wordt voor maatregelen om de stress op het werk terug te dringen. Gaat het nieuwe werken daarbij helpen, zoals gesuggereerd wordt? Ik geloof er niets van. Het kan de problemen juist verergeren. Je mocht toch zelf bepalen wanneer je werkte? Dan ben je ook zelf verantwoordelijk als het mis gaat. Eigen schuld, dikke bult.

Het kan ook anders. Zo voerde Volkswagen, op aandringen van de ondernemingsraad, vorig jaar de scheiding tussen werk en vrije tijd opnieuw in. De oplossing was uiteindelijk verrassend simpel: na werktijd kunnen er geen mails meer verstuurd worden met de Blackberry. Dat perkt het flexibele werken enigszins in, maar daarvoor bestaat brede steun in Duitsland. Zelfs de minister van Sociale Zaken, Ursula von der Leyen, pleitte eerder dit jaar voor e-mailvrije avonden en weekeindes. Ook voor de uitdijende targets zijn oplossingen denkbaar. Waarom mag de moderne werknemer wel steeds vaker meebeslissen over werktijden en -locatie, maar zelden over welke omvang van het takenpakket realistisch is?

Het nieuwe werken is prachtig, maar om de beloofde vrijheid te realiseren is méér nodig. Om te beginnen extra aandacht voor de schaduwkanten en mogelijke oplossingen daarvoor: zorg dat de vrije tijd echt vrij blijft en maak targets bespreekbaar. Dan kan er binnenkort daadwerkelijk een begin worden gemaakt met het temmen van de ontketende tijd.

Koen Haegens is redacteur van de Groene Amsterdammer. Eerder dit jaar verscheen zijn boek ‘Neem de tijd. Overleven in de to go-maatschappij’.