'Er zijn 151.000 miljonairshuishoudens in Nederland'

Nederland Oosterbeek 3 juni 2010 Luxe villa met rietendak en een zwembad in de tuin. Foto: Jan Boeve / Hollandse Hoogte boeve/Hollandse Hoogte

De aanleiding

Sinds de presentatie van het regeerakkoord zijn de inkomens en het vermogen van Nederlandse huishoudens veel besproken. „In 2011 waren er 151 duizend Nederlandse miljonairshuishoudens, twaalfduizend minder dan een jaar eerder”, schreef de Volkskrant op 3 november in het stuk ‘Terug van dertig jaar weggeweest: nivelleren’. Een paar dagen daarvoor werd ongeveer dezelfde bewering gedaan, maar met hele andere cijfers. ‘Een op de 100 is miljonair’, kopte de website van De Telegraaf op 30 oktober. „Ruim een op de honderd Nederlandse huishoudens is miljonair. In totaal telt Nederland 92.000 miljonairshuishoudens”, stond in het stuk. Een van onze lezers raakte op een verjaardagsfeestje verwikkeld in een felle discussie over het aantal miljonairs in Nederland. Zij vroeg zich af welk aantal nou klopt. „En hoe wordt het miljonair-zijn berekend?”

Waar is het op gebaseerd?

De Telegraaf haalde het aantal van 92.000 miljonairshuishoudens uit een rapport van Van Lanschot Bankiers, Vermogen in Nederland. Aan dat rapport werkte het Centrum van Beleidsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) mee, de cijfers over de 92.000 miljonairshuishoudens komen dan ook van het CBS. In Statline, de openbare database van het CBS, is echter een heel ander getal te vinden onder het kopje ‘vermogen meer dan 1 miljoen’: 151.000 – het getal dat de Volkskrant hanteerde.

Wat klopt er nu?

Het verschil zit hem – zoals zo vaak – in de definitie. Of iemand miljonair is, hangt af van zijn vermogen. Daaronder wordt de waarde van iemands bezittingen verstaan, verminderd met openstaande schulden. Dus: de som van de waarde van de villa, het spaargeld, het tweede huis, de boot, de oldtimer, de renpaarden, de sieraden, het goud, de aandelen en de kunst, verminderd met de lening van de bank om het bedrijf te kopen, de hypotheek en de tweede hypotheek. Dat lijkt vrij eenduidig. Maar vermogensbeheerders als Van Lanschot tellen de waarde van het eigen woonhuis – minus de nog openstaande hypotheek – niet mee. Dat staat direct aan het begin van het rapport Vermogen in Nederland te lezen. Desgevraagd zegt een woordvoerder van Van Lanschot dat zij dit niet meerekenen omdat het eigen woonhuis niet bij het ‘vrij belegbaar vermogen’ hoort. Vanuit een vermogensbeheerder geredeneerd, doet het huis waarin de miljonair woont er dus niet zoveel toe.

Het CBS telt doorgaans de waarde van het eigen woonhuis wel mee. Op verzoek van Van Lanschot berekenden zij weliswaar het aantal huishoudens met een vermogen van meer dan 1 miljoen euro zonder het woonhuis, maar dit is niet de definitie die het CBS normaal gesproken gebruikt. Voor beide definities is wel iets te zeggen, geeft een woordvoerder van het CBS aan. „De definitie inclusief de eigen woning sluit wellicht wel meer aan bij wat in de volksmond onder miljonairs wordt verstaan, maar dat is speculatie van mijn kant”, zegt hij. „Zolang maar duidelijk is wat precies beschreven wordt, is er wat ons betreft geen probleem en kun je niet spreken van een fout.”

Zowel het bericht in de Volkskrant over 151.000 miljonairshuishoudens als dat op de website van De Telegraaf over 92.000 miljonairshuishoudens is dus waar, het is maar hoe je definieert. Al vinden wij het aantal van 151.000 miljonairs beter passen als je vermogen benadert als strikt de waarde van iemands bezittingen verminderd met schulden. Het voelt ook logischer de grote villa waar een miljonair met zijn gezin woont mee te tellen als onderdeel van het bezit. Als de nood aan de man is, kan die villa immers verkocht worden en dan staat er een mooi bedrag op de bank.

Het opgebouwde pensioen telt overigens ook niet mee bij het vermogen. Dat heeft immers het karakter van een inkomensvoorziening en inkomen staat los van vermogen. Voor de inkomensafhankelijke maatregelen die in het regeerakkoord zijn afgesproken, wordt dan ook niet gekeken naar het vermogen. Het is dus niet ondenkbaar dat mensen met een groot vermogen relatief weinig betalen omdat zij slechts een klein inkomen hebben.

Conclusie

De Volkskrant meldde dat er in 2011 151.000 miljonairshuishoudens in Nederland waren. Een paar dagen daarvoor noemde De Telegraaf echter een aantal van 92.000 miljonairshuishoudens. Het verschil tussen deze twee zit hem in de definitie van vermogen. In De Telegraaf werd de waarde van het eigen woonhuis (minus de hypotheekschuld) niet bij het vermogen gerekend. Bij de definitie in de Volkskrant wel. Beide definities worden veelgebruikt en zolang maar duidelijk is wat wel en wat niet wordt meegeteld, is dus geen van beide ‘fout’. Naar ons gevoel is het echter logischer de ‘brede’ definitie te kiezen: 151.000 miljonairs dus, waarbij het eigen woonhuis ook telt als bezit. Hoe dan ook, de stelling dat er 151.000 miljonairshuishoudens in Nederland zijn beoordelen wij als waar.