...en in België morren ze over de vakbonden

De sluiting van de Ford- fabriek in het Belgische Genk lijkt onafwendbaar, wat werknemers, bonden en politici ook proberen. „Waarom geen Chinees?”

Bij de Fordfabriek in Genk, in Vlaams Limburg, brandt nog steeds dag en nacht een vuur. Voor de ingang staan ook nog de twee auto’s die eind oktober door boze werknemers in brand werden gestoken, nadat bekend was geworden dat de fabriek dichtgaat.

Maar vanaf vandaag worden er wel weer auto’s gemaakt; de 4.300 werknemers van Ford zijn weer aan het werk. Als ze dat niet hadden gedaan, waren ze officieel in staking en kregen ze tot het eind van het jaar maar 30 euro per dag.

Bij de fabriekspoort was er fors ruzie over gemaakt. Lang niet alle werknemers waren het eens met wat de vakbonden – het christelijke ACV, het socialistische ABVV en de liberale ACLVB – voor hen hadden bedacht: dat ze met Sinterklaas en Kerst voor de deur maar beter al het geld van Ford meepikten dat ze krijgen konden. „En we maken onze oorlogsbuit groter”, zei Gert Steegmans, regionaal secretaris van de liberale bond. Want ook de vakbondstenten blijven bij de ingang staan – om de directie onder druk te zetten: er kan geen nieuwe auto het terrein af.

Een paar dagen voordat hij weer aan het werk zou gaan, zei Carlo Vianelli (52) dat hij de drie kleuren van de tenten niet meer kon verdragen. Het groen van de christelijke bond, het rood van de socialisten, de blauwe liberalen – voor hem zijn zij nu het symbool van verdeeld België.

Vianelli: „Politiek zijn we in dit land al makkelijk weg te spelen door de top van Ford in Amerika, omdat we een Vlaamse én een federale regering hebben. Dan zijn er ook drie vakbonden die kibbelen en wij worden als een stuk stront buitengezet. De Duitsers zijn slimmer, die hebben één sterke bond: IG Metall.”

België is nog lang niet bijgekomen van het nieuws over de sluiting van Ford in Genk. Er zijn felle discussies over de hoge loonkosten en de koppeling van de lonen aan de prijsstijgingen.

Bart De Wever van de Vlaams-nationalistische N-VA zei dat Vlaanderen „Walloniseert” – hij vindt dat Franstalige politici hervormingen tegenhouden, waardoor ook de Vlamingen economisch ten onder dreigen te gaan. De Waalse metaalarbeiders vonden weer dat premier Elio Di Rupo, een Franstalige socialist, te veel aandacht had voor het Vlaamse Genk en te weinig voor hen.

Met de toeleveringsbedrijven van Ford meegeteld verliezen zo’n tienduizend mensen hun baan. Afgelopen zondag demonstreerden in Genk bijna twintigduizend mensen tegen de sluiting. Een meisje vertelde op het podium over haar vader, werknemer bij Ford: „Hij weende. Dat had ik nog nooit gezien.” In het publiek werd mee gehuild.

Plannen om de regio te helpen zijn er nog niet en de vakbonden onderhandelen nog niet met de Forddirectie over een sociaal plan. Op een doordeweekse dag, net voordat er weer gewerkt zal worden in Genk, is alleen de tent van de socialistische vakbond ABVV open: daar is bier en koffie.

De liberale vakbondssecretaris Steegmans staat naast het vuur. Hij zegt: „Ik weet dat er hier sterke geluiden zijn om tot meer eenheid te komen bij de vakbonden. De werknemers willen ook graag één gezamenlijke rouwband of zoiets. Maar je kunt de geschiedenis niet zomaar uitwissen.”

In Vlaanderen is het christelijke ACV de grootste vakbond, in Wallonië heeft de socialistische vakbond de meeste invloed, de liberale bond is in heel België klein. Socialistische vakbondsbestuurders zeggen dat de christen-democratische partij CD&V nog echte invloed heeft op het ACV; bij henzelf zou de politieke invloed veel minder zijn.

Bij de christelijke vakbond zegt secretaris Walter Cnop het precies andersom: „Bij ons is die invloed er nauwelijks nog. Maar de socialistische politici en de socialistische vakbond zijn echte spitsbroeders: nauwe bondgenoten.”

Verder is er volgens Cnop vooral een verschil „in stijl en passie”. „Wij zijn meer van het overleg, de socialisten zijn op-de-tafel-springers. Ik vind het een rijkdom, we houden elkaar scherp. Maar het heeft ook nadelen. We kijken veel naar elkaar en moeten op één lijn komen. Dat gaat niet altijd van een leien dakje.”

De Vlaams minister-president Kris Peeters, christendemocraat, hoopt voor Vlaams Limburg vooral op steun van Europese fondsen. De christelijke vakbond is aan het uitzoeken hoe geld uit het Europese Globaliseringsfonds snel naar de Fordwerknemers zou kunnen gaan.

Op een vrijdagochtend vergadert de socialistische ABVV-Metaal in Brussel. Rohnny Champagne, voorzitter van de afdeling Limburg, zegt dat wordt gezocht naar een bedrijf dat Ford in Genk wil overnemen. Waarom geen Chinees? En zijn bond wil dat alle ontslagen Fordwerknemers van vijftig jaar met vervroegd pensioen kunnen gaan, al heeft de regering die regeling afgeschaft.

Op de demonstratie in Genk spraken ze alle drie: eerst de grote christelijke vakbond, dan de socialistische en de liberale. In een gesprek met de Forddirectie in Genk, een paar dagen later, krijgen ze niet voor elkaar dat de werknemers een premie krijgen als ze weer aan het werk gaan.

Bij de poort zegt Carlo Vianelli dat Fordwerknemers schapen zijn. „Je moet niet onderhandelen. Je legt je eisen op tafel en geeft niet toe. Maar wij laten ons liever afslachten.”