Elk glas drank schaadt brein van foetus

‘Eén glaasje voor de gezelligheid’ kan wel degelijk kwaad voor zwangere vrouwen. Een Britse studie onder ruim 4.000 kinderen die vandaag in het wetenschappelijke blad PLOS ONE verschijnt, laat zien dat ook kleine hoeveelheden alcohol schadelijk zijn voor de foetus.

Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap matig dronken (één tot zes glazen alcohol per week), blijken nu op achtjarige leeftijd achter te lopen in hun cognitieve ontwikkeling. Helemaal geen alcohol drinken tijdens de zwangerschap is het beste, schrijven de Britten.

In Nederland adviseerde de Gezondheidsraad in 2005 al aan vrouwen om geen druppel te drinken tijdens de zwangerschap. De raad schreef toen nog dat ‘niet geheel duidelijk’ was of ook minder dan één glas per dag slecht was voor de motorische en psychische ontwikkeling. „We zijn toen op basis van de literatuur aan de veilige kant gaan zitten”, zegt hoogleraar neonatologie Joke Kok van het AMC Amsterdam, destijds voorzitter van de adviescommissie. „Met name verloskundigen vonden ons advies toen te strikt, maar die kritiek is snel geluwd.”

Hoeveel schade de hersenontwikkeling van de foetus oploopt, hangt af van hoe goed hun lichaam alcohol kan afbreken. Die afbraak gebeurt door diverse enzymen in de lever. Een deel van de bevolking heeft – erfelijk bepaald – langzame varianten van deze enzymen, en zo ook sommige kinderen in deze studie.

De onderzoekers laten nu zien dat een kind met langzame enzymvarianten inderdaad gevoeliger is voor schade door alcohol. Ze onderzochten vier alcohol-afbrekende enzymen. Bij elke langzame variant die kinderen hiervan hadden viel hun IQ-score op achtjarige leeftijd gemiddeld bijna 2 punten lager uit. Dat maakt deze kinderen niet dom, maar net een tikkeltje minder intelligent dan hun leeftijdgenoten.