Een bomkrater vol emoties

Vandaag verschijnt Euforie, de derde roman van nrc.next-columnist Christiaan Weijts. „Ik hou van boeken die niet alleen een verhaal vertellen, maar ook een tijdsbeeld geven.”

Christiaan Weijts wilde een roman maken tegen de achtergrond van de financiële crisis. „Dan kom je kennelijk al snel uit bij een architect als hoofdpersoon”, zegt hij. Euforie, de derde roman van de schrijver en columnist voor onder meer deze krant, staat met zijn architectenpersonage niet op zichzelf. Het titelpersonage uit de roman De man zonder ziekte van Arnon Grunberg was een architect, net als de hoofdrolspeler in Een hologram voor de koning van Dave Eggers.

Weijts geeft er wel een verklaring voor, aan het begin van zijn roman. ‘Voorlopig blijven de opdrachtenordners zo goed als leeg. Dat krijg je, als je aan het begin van de bouwcyclus staat. Elke economische crisis merken architecten het eerst en het langst.’

Architecten zijn bovendien erg interessante mensen, vindt Weijts (1976). „Onder hen vind je nog wel eens een uomo universale, die kennis heeft op heel veel gebieden. Als architect moet je veel weten van kunst en van ontwerpen, maar ook van constructies en akoestiek, tot hygiëne en gezondheid aan toe. Je bent een alfa en een bèta ineen. Dat is bijzonder, in een tijd waarin er steeds meer specialisten komen, waarin iedereen zich richt op een heel klein deelgebiedje. Mensen die het grote overzicht hebben worden schaars. Je vindt ze misschien nog onder journalisten en schrijvers. Die moeten voor hun werk een hele wereld kunnen overzien.”

Tot nu toe beoogden alle boeken van Weijts een weids beeld te geven van onze wereld en ons tijdgewricht. Weijts’ debuut Art. 285b (2006) ging over liefde in tijden van internetseks en stalkingswetgeving, in Via Capello 23 (2008) ging een personage ten onder aan de vuilspuiterij van een shock blog die SteenGeil heette, zijn novelle De etaleur (2010) ging over de ethiek van de commercie. In recensies viel meer dan eens het woord ‘totaaltheater’. „Ik houd van boeken die meer doen dan alleen een verhaal vertellen, die ook een tijdsbeeld geven.

In Euforie liggen de columnist die de actualiteit becommentarieert en de schrijver van literatuur misschien wel dichter bij elkaar dan ooit, geeft hij toe. Het vermengen van een verhaal met stukjes column of essayistiek deed hij in eerder werk al, „maar ik sluit niet uit dat sommige zinnen uit deze roman al eens letterlijk in een nrc.next-column gestaan hebben”.

„Ik schrijf mijn romans en columns met dezelfde inzet. Over de componist Scarlatti is wel gezegd dat hij liever grosse Kleinkunst maakte dan kleine Grosskunst. Ik probeer columns ook te zien als kunstwerkjes. Al is het verschil natuurlijk dat je je in een column beperkt tot één ideetje. Maar het vereist ook een wijdere blik.”

Een roman zal volgens Weijts eerder de complexiteit van een maatschappelijk onderwerp onderzoeken dan er een standpunt over in te nemen. „Ik schrijf wel over morele kwesties, in Euforie bijvoorbeeld over fraude. Maar wanneer ik in mijn roman iemands persoonlijke mening ventileer, zet ik er graag meteen een personage met de tegenovergestelde mening tegenover. Dan blijft het moreel ambigu. Anders ben je een pamflet aan het schrijven.”

De architect die hij opvoert, Johannes Vermeer (‘vermoedelijk familie van’), krijgt de opdracht om een nieuw gebouw te ontwerpen op de plek waar een bomaanslag een gat sloeg in de Haagse binnenstad. Vermeers architectenbureau heeft nog niet de definitieve opdracht: het volk bepaalt in een referendum welk ontwerp gebouwd zal worden. ‘Heel verhaal, dat het een monument is voor de Haagse bevolking, bladibladi’, aldus Vermeers kantoorgenoot. Weijts: „De acute vrees voor terrorisme ligt wel achter ons, daar wilde ik me niet mee bezighouden. Tekenend voor deze tijd vond ik de vraag wat we daarna doen, en het antwoord is natuurlijk: een verkiezing houden waarbij het volk de uitslag bepaalt.”

Vermeer was ooggetuige van de Haagse bomaanslag en vervoerde slachtoffers, maar loopt daarmee niet graag te koop. „Niet het beste ontwerp, maar het ontwerp met het beste verhaal zal winnen – op oneigenlijke gronden dus. Vermeer wil zijn persoonlijke ervaringen niet inzetten om er een emotioneel sausje overheen te gooien, maar wordt daar vervolgens wel op afgerekend. Dat is hoe het gaat.”

In de literatuur kan een schrijver ook gemakkelijker rekenen op aandacht wanneer hij een persoonlijk verhaal vertelt, liefst een beetje hartverscheurend. „Dat is wel jammer, maar het heeft weinig zin om je ertegen te verzetten. Ik betrap mezelf er ook op dat ik me afvraag hoe het nu is met het dochtertje van Peter Terrin, de winnaar van de AKO Literatuurprijs, die in zijn roman Post Mortem over haar ziekte schrijft.”

Christiaan Weijts: Euforie. De Arbeiderspers, 400 blz. € 21,95.