Column

De tegenstellingen en de valkuil van Rutte II

Twee weken Rutte II was onrustiger en enerverender dan sommige kabinetten in een jaar. Dat belooft wat. Kijk maar naar twee innerlijke tegenstellingen en een royale valkuil.

1. Zorgparadox. De beheersing en evenwichtige verdeling van de kosten van de gezondheidszorg is samen met economische groei dé grote opgave van Rutte II. In de zorg mist het kabinet een bindende visie. Het ondoordachte idee van inkomensafhankelijke premies, uitgeschakelde zorgverzekeraars en twijfel over kostenbeheersing is van tafel. Dat zorgminister Edith Schippers het idee niet kende, duidt op derderangs personeelsbeleid.

Wat nu resteert is verdere uitbesteding van verpleging en verzorging in de AWBZ aan zorgverzekeraars en gemeenten. Zijn de Haagse machers al vergeten dat de overheveling van de thuiszorg aan gemeenten per 2007 uitdraaide op kapitale verliezen voor zorgaanbieders en personeel? De vakbeweging niet. Zij deed in een zorgadvies van de SER vorige maand samen met werkgevers én experts de gemeenten in de ban als zij straks geen rekening houden met de belangen van werknemers. Voorzitter van de SER-commissie: huidig onderwijsminister Jet Bussemaker. Hoe lang kan de coalitie de parade van gedupeerde en zielige ‘verzekerden’ straks aanzien?

2. Staatswijsheid. Het kabinet schept een wonderlijk groot vertrouwen in de overheid – niet het Rijk, maar gemeenten. Zij krijgen de woningcorporaties, de verzorging, begeleiding en dagbesteding uit de AWBZ-zorg (nu: 10 miljard euro) plus drie inkomensregelingen bij de ziektekosten onder hun hoede. Daarvoor moeten gemeenten fuseren: liefst 100.000 burgers of meer.

Omdat grote gemeenten in de visie van Rutte II geen last hebben van schaalnadelen of ander ongemak, kunnen zij toe met minder geld en de burger met minder rechten. Deze ambitieuze schaalvergroting is strijdig met de opdracht van het kabinet aan andere organisaties in het maatschappelijk middenveld. In het onderwijs komen normen „voor de menselijke maat”. Woningcorporaties moeten terug naar een passende lokale schaal. Extra wijkverpleegkundigen moeten „zorg dicht bij de mensen thuis” leveren. Schaalvergroting én schaalverkleining – dat schuurt.

3. De kuil. Jongeren zijn kennelijk al zo somber of afgestompt door dreigende kortingen dat zij de aanslag op hun pensioen schouderophalend accepteren. Het is straks 40 in plaats van 35 jaar werken voor je pensioen tot 70 procent van het gemiddelde loon. Langer betalen betekent dat de jaarlijkse fiscaal bevoordeelde pensioenpremies lager worden. Dus: een hoger belastbaar inkomen. Het kabinet haalt op deze manier toekomstig inkomen (pensioen) naar voren en belast dat nu al. Kassa: 2,9 miljard euro extra. Met deze tactiek om de toekomst nu al te belasten gaat het kabinet de crisis over een breed front te lijf. De invoering van eigen bijdrages, vermogenstoetsen en het simpelweg schrappen van collectief gefinancierde hulp in de zorg heeft een vergelijkbaar effect. Zij treffen inkomen én vermogen van ouderen. Rekent u als ‘oudere jongere’ straks als compensatie van uw pensioensores nog op een royale erfenis? Droom verder. Deze impliciete heffingen zitten niet in koopkrachtplaatjes. Het kapitaal van morgen wordt vandaag geïnd.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.