Brieven

Zo’n quotum werkt in het nadeel van vrouwen

Elselijn Kingma beargumenteert dat „een quotum [voor 30 procent vrouwelijke topambtenaren] kan bijdragen aan het doorbreken van stereotypen en impliciete denkbeelden” (Opinie, 8 november).

In strikt filosofische zin heeft Kingma gelijk, maar de realiteit is dat zo’n quotum hoogstwaarschijnlijk nieuwe vooroordelen zou creëren en slechte denkbeelden en stereotypen zou herbevestigen.

Als je weet dat iemand een baan heeft gekregen omdat zij vrouw is, zal je niet snel geneigd zijn om haar te respecteren voor haar eigenlijke kwaliteiten. Ongeveer twintig jaar geleden besloot de Zweedse minister Tham (Onderwijs) om een aantal hoogleraarsstoelen speciaal te creëren voor vrouwelijke onderzoekers. Hoe goed de onderzoeksters die die banen kregen ook waren, ze moesten zich de rest van hun carrière bewijzen om aan te tonen dat ze die promotie ook echt verdiend hadden.

Kingma zegt terecht dat Nederland ver achterloopt bij andere landen wat betreft gelijke kansen voor de seksen, maar haar maatregel zou de situatie alleen maar erger maken. Een veel effectievere manier om dit probleem aan te pakken is door maatregelen te introduceren waardoor het gemakkelijker wordt om een fulltimebaan te combineren met een gezin. In Zweden krijgen ouders gezamenlijk vijftien maanden betaald verlof per kind. Hiervan moet de vader verplicht een deel opnemen. De staat subsidieert kinderopvang flink; het maximumtarief dat ouders betalen is 130 euro per maand. Een gevolg hiervan is dat veel meer vrouwen fulltime werken en dat het normaler is voor vaders om tijd door te brengen met hun gezin. Dit heeft gunstige effecten voor de economie, en is ook moreel juist.

Martin Peterson

Associate professor philosophy and ethics aan de Eindhoven University of Technology

Ongunstige effecten van staatsschuld geen onzin

Bert de Vries stelt de nadelige gevolgen van een hoge staatsschuld ter discussie (Opinie, 13 november). Volgens hem is het idee dat we het nageslacht met hoge lasten opzadelen demagogische onzin, omdat ook vorderingen op de overheid worden doorgegeven aan het nageslacht.

Hij vergeet twee zaken. Ten eerste wordt een hogere staatsschuld gedeeltelijk gefinancierd door buitenlandse geldschieters. Toekomstige vorderingen komen dus niet in hun geheel ten goede aan toekomstige generaties in Nederland. Ten tweede zijn binnenlandse financiers van een hogere staatsschuld – of hun nageslacht – niet noodzakelijkerwijs degenen die in de toekomst opdraaien voor de opgelopen staatsschuld. Als de overheid in de toekomst meer moet bezuinigen omdat ze dat nu nalaat, heeft dat wel degelijk gevolgen voor het deel van de toekomstige generatie dat niet beschikt over vorderingen op de staatsschuld, maar wel de nadelige effecten ondervindt van hogere bezuinigingen.

Het laten oplopen van de staatsschuld heeft dus wel degelijk herverdelingseffecten tussen generaties. Deze kunnen niet worden genegeerd.

Pieter Ytsma

Student economie, Groningen

    • Pieter Ytsma
    • Martin Peterson