Zwembond wil soepelere limieten, NOC blijft tegen

De zwembond wil ruimte voor versoepeling van limieten voor de Olympische Spelen. Dat heeft de KNZB in een brief aan sportkoepel NOC*NSF verzocht. De discussie die de zwembond op gang wil brengen, wordt door technisch directeur Maurits Hendriks op voorhand de kop ingedrukt. „Wat ons betreft is een uitzondering onbespreekbaar.”

Sporters die willen deelnemen aan de Spelen moeten een reële kans hebben om de topacht te halen. Dat uitgangspunt wordt ruim een decennium lang door NOC*NSF gehanteerd. De sportkoepel mikt op zo veel mogelijk winnaars en weigert mee te werken aan olympisch toerisme. Dat beleid is de sinds de Spelen van Sydney 2000 succesvol gebleken, maar heeft ook tot de nodige discussies en rechtszaken geleid. Knelpunt zat ’m vooral bij sporters die wel aan de limiet van hun internationale federatie hadden voldaan, maar niet aan de scherpere eis van NOC*NSF.

Voor die groep wil de zwembond afzonderlijke afspraken maken. Bondsvoorzitter Erik van Heijningen bepleit een uitzondering voor schoonspringen en synchroonzwemmen, twee disciplines waar sporters zich wel voor Londen 2012 hadden geplaatst op grond van de internationale normen, maar door NOC*NSF te licht werden bevonden.

Van Heijningen: „Schoonspringers en synchroonzwemmers volgen een fulltime trainingsprogramma en behoren tot de internationale subtop of iets daaronder. Zij zouden bij de Spelen geen modderfiguur hebben geslagen, integendeel. Waarom hun geen perspectief bieden en bijvoorbeeld de toptwaalf als uitgangspunt voor kwalificatie te nemen? Nu worden wij als bond gemangeld tussen de internationale zwemfederatie FINA en NOC*NSF. De FINA is boos, omdat in plaats van Nederlanders minder gekwalificeerde sporters toegang tot de Spelen moest worden verschaft. Wij willen geen bilaterale oplossing, maar de discussie breed voeren. Vandaar onze brief. Streng selecteren, prima, maar we moeten daarin niet doorschieten.”

Aan technisch directeur en chef de misson Hendriks is de term ‘uitzondering’ niet besteed. Hij is fel tegen. „Vooralsnog zie ik geen enkele aanleiding van onze lijn af te wijken”, zegt hij in reactie op de KNZB-brief. „Sterker, uit een analyse van Londen is gebleken dat ons selectiesysteem buitengewoon effectief is. De kans op medailles is dan het grootst. Ik denk daarom eerder aan versterking dan versoepeling van de olympische limieten.”