Wat nou quarterlifecrisis? Gewoon volwassen worden

Lang voor de quarterlifecrisis bestond, werd er al onderzoek gedaan naar de midlifecrisis. Wat kunnen twintigers daar vn opsteken?

In 2004 maakte The Boston Globe het grote publiek via een reeks verhalen bekend met de (wel al bestaande) term quarterlifecrisis. Juist in dat jaar begonnen verschillende Amerikaanse onderzoekers zich af te vragen of we de bekendste leeftijdscrisis – die van de veertigers – eigenlijk wel echt een crisis zouden moeten noemen.

De midlifecrisis is meer fictie dan feit, vond Margaret Huyck, hoogleraar aan het Illinois Institute of Technology. „Als je naar onderzoek kijkt, vind je er simpelweg geen bewijs voor.”

Zo is het de vraag of de symptomen wel naar een kwaal verwijzen. Neem de bekendste: man koopt sportauto om zich jong te voelen. Nee, zegt David Almeida, hoogleraar human development aan de Pennsylvania State University. Veertigers en vijftigers kopen sportauto’s omdat ze die altijd al mooi of spannend vonden. Maar, anders dan twintigers, hebben zij er nu dan eindelijk het geld voor.

Volgens Almeida beleeft wel zo’n 23 procent van de middelbaren een crisisperiode. Maar niet elk probleem op je veertigste is ook een veertigersprobleem. Ziek worden kan evengoed op je achtste. Een echtscheiding doormaken kan ook op je zestigste. Uiteindelijk zou slechts zo’n 8 procent een typische alles-erop-en-eraan midlifecrisis meemaken.

Huyck stelt bovendien dat vooral een bepaald soort man risico loopt. Die met een dominante moeder en een tamme vader. Ergens halverwege de veertig bekruipt hem de angst om als z’n ouweheer te eindigen.

Dat betekent niet dat mensen in het midden van hun leven niet met typische vragen worstelen. Almeida noemt dat midlife-stress. Hoort erbij. Valt mee te leven. Tegelijk is de midlife-periode voor de meeste mensen een van de prettigste episodes in hun bestaan. Eindelijk weten ze waar ze staan. De kinderen zijn wat ouder en hun inkomen is goed.

Wat hebben twijfelende twintigers aan die kennis? In ieder geval het inzicht dat je voorzichtig moet zijn met het label crisis. Zeker zolang een fenomeen nog maar nauwelijks serieus is onderzocht.

Veel boeken over de quarterlifecrisis zijn geschreven door zelfbenoemde coaches. Een van de gelukkige uitzonderingen is het boek Het Dertigersdillema van psycholoog Nienke Wijnants. Zij promoveerde op onderzoek onder jongvolwassen. En zij schuwt het woord crisis.

Of de quarterlifecrisis net zo te nuanceren valt als de midlifecrisis moet blijken, uit langdurige studie die nog niet is verricht. Opvallend is wel dat de leeftijdsfase twintig tot en met zestig ‘the least charted territory in human developement’ is. Althans, volgens Orville G. Brim, een vooraanstaande Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog. De periode is voor de meeste wetenschappers domweg niet interessant genoeg. In de kindertijd – dan ontwikkelen mensen pas. En met ouderdom, dán komen de crises: sterfelijkheid, verlies.

Daar is een dolende dertiger nog niet meteen mee geholpen. Maar wellicht kan een van de oervaders van de psychologie helpen: Erik Erikson, in wiens werk de naamgevers van de leeftijdscrises hebben gegrasduind.

De witharige postfreudiaan (die niet meer onder ons is) zou niet beweren dat veertigers- of twintigerscrises niet bestaan of dat ze voor aanstellers zijn. Maar dat niemand het leven doorkomt zonder zulke lastige periodes. Omdat ze noodzakelijk zijn voor ontwikkeling.

Hij doceerde dat mensen in hun leven acht min of meer opeenvolgende crisesperiodes doormaken. Zindelijk worden is onderdeel van een crisis. De eerste schooldag is onderdeel van een crisis. De pubertijd is een crisis. Ouderdom eveneens. „Ik bezie menselijke groei vanuit het gezichtspunt van conflicten”, schreef hij in zijn boek Identity and the Life Cycle. „De gezonde persoonlijkheid doorstaat die conflicten en komt ze te boven met een (..) grotere capaciteit om te presteren.”

Een ideaal leven, dat kan niet

Twintigers willen te veel. Thijs Launspach en Aik Kramer schreven er een boek over.

Daar stonden ze weer voor een zaal met twintigers. Aik Kramer (32) en Thijs Launspach (24). De een bestuursrechtadvocaat, de ander psycholoog. Collega’s bij bureau GenerationWhy dat evenementen voor jongeren en jongvolwassenen organiseert.

„Elke keer hoorden we dezelfde verhalen, dezelfde vragen en dillema’s”, zegt Kramer. Van jonge mensen die hun vleugels wilden uitslaan in het leven en de liefde. Maar bij sommigen ging het niet. Door het overschot aan mogelijkheden bevroren ze, of ze ontvlamden.

De quarterlifecrisis, zo is dat door anderen genoemd. Kramer en Launspach zagen er zoveel voorbeelden van dat ze „er wat mee moesten”. Daarom schreven ze het boek Quarterlife. Om leeftijdsgenoten op weg te helpen.

Jullie zijn zelf de doelgroep.

Kramer: „Yes. Is ook zo. Maar we denken dat wij een ander perspectief hebben. Ik wil geen andere boeken diskwalificeren – ik heb ze bijna allemaal gelezen. Die hebben veel betekend voor twintigers. Herkenning. Een naam voor de situatie. Maar ze gaan vooral over, nou ja, over de problemen. Wij hebben ons boek niet voor niets Quarterlife genoemd. Dus zonder de crisis. Volgens mij is het tijd om verder te kijken dan de problemen.”

Is de quarterlifeperiode dan voor zoveel mensen problematisch?

„De twintigers die wij spreken, herkennen bijna allemaal de dilemma’s. Ongeveer de helft is er bewust mee bezig. En een kwart, misschien iets minder, heeft het moeilijk. Een quarterlifecrisis is niet hetzelfde als een burn-out of een depressie. Maar ik geloof wel dat het daartoe kan leiden. Een soort pre-burnout. Dan is bijna een kwart veel.

„In de kern gaat de quarterlifefase gewoon om volwassen worden. Je verwachtingen aanpassen aan je leven en andersom. Welk werk wil je doen, wil je kinderen, wil je trouwen? Dezelfde vragen als voorgaande generaties. Maar de periode waarin jonge mensen gaan ontdekken wat ze willen, duurt nu langer dan ooit. Het is niet meer: Bam! 21, getrouwd en aan het werk. Sommigen zijn van hun achttiende tot hun dertigste bezig om hun leven op de rails te zetten.

„Mensen zijn sowieso later met werken en trouwen en kinderen. Al die tijd leven ze zelfstandig, maar zijn ze toch nog niet helemaal volwassen. Dat is nieuw. Dat die periode zo lang duurt. En dat ze ook uit zoveel kunnen kiezen.”

Dus jongvolwassenen hebben meer tijd en mogelijkheden dan hun voorgangers.

„Ja, dat klinkt wel mooi – is het ook meestal. Dat zeggen wij in het boek. Maar het is tegelijk precies het probleem. Sommige twintigers hebben het gevoel dat ze daarmee de verantwoordelijkheid hebben gekregen om de perfecte keuzes te maken.

„Daar reageren ze op twee manieren op. Of ze durven niet meer te kiezen en ondernemen niks. Komen niet op gang. Of ze proberen alles tegelijk – uitgaan, een relatie hebben, een gezin én een carrière. Ze willen het ideale huis in de ideale stad. Het perfecte leven. En liefst meteen.”

Klinkt als een mini-utopie.

„Dat is het ook. Wat ik opvallend vind: de babyboomers dachten dat ze de wereld zouden verbeteren. Die hadden politiek gezien onrealistisch grote verwachtingen. Onze generatie is daarin realistischer. Die is opgegroeid in een geglobaliseerde wereld. We weten dat je er maar beperkt grip op hebt. Maar van hun privéleven hebben twintigers nu dezelfde soort onrealistische verwachtingen. Alsof alles mogelijk is. Het moet allemaal perfect worden. Kan natuurlijk niet.”

Neemt de economische crisis – waardoor er minder te kiezen valt – een deel van de keuzestress weg?

„Jawel. Ik denk dat als alles goed gaat – de koopkracht neemt toe, banen genoeg, leuk salaris – je die torenhoge verwachtingen lang in stand kunt houden. De markt is nu zo hard. Ik denk dat de confrontatie met die werkelijkheid uiteindelijk niet slecht is. Maar nu voelt het voor veel twintigers nog als een enorme klap. Totaal niet wat ze hadden verwacht. Dat is een schok.”

Wat is er wél leuk aan de quarterlifefase?

„Veel. We hebben die vrijheden waarvoor andere generaties hebben gevochten. We hebben de kans om dingen te testen. Zien of iets bij je past. Als het bevalt, blijf je het doen. De quarterlifeperiode hoeft helemaal niet tot een crisis te leiden. Als je maar snapt dat de functie ervan dingen uitproberen is. Probeer niet alles perfect te doen – dat is het advies.”

Quarterlife

Aik Kramer en Thijs Launspach

Uitgeverij Bert Bakker, 17,95 euro