Walsje op het graf van de Europese hoge cultuur

"The Girl and Death" Regie Jos Stelling / Kamera Goert Giltay © Steffen Junghans Fotografie & Dokumentation/Steff

Het meisje en de dood. Regie: Jos Stelling. Met: Sylvia Hoeks, Leonid Bichevin, Dieter Hallevorden.In: 18 bioscopen. **

„De dood van een mooie vrouw is zonder twijfel het meest poëtische onderwerp dat er bestaat in de wereld, zoals het ook boven iedere twijfel verheven is dat de woorden van een rouwende minnaar het meest geschikt zijn voor het onderwerp”, schreef Edgar Allen Poe in 1846, midden in de eeuw van de Romantiek. Voor regisseur Jos Stelling van Het meisje en de dood , waarvoor hij het Gouden Kalf voor beste film ontving, zijn die woorden nog altijd actueel, of liever gezegd: tijdloos.

De kostuumfilm landt midden in de hoogtijdagen van de Europese hoge cultuur, met verwijzingen naar Poesjkin, veel muziek van Chopin en beeldcitaten uit Visconti’s Death in Venice. De titel is een omkering van de titel van het beroemde strijkkwartet van Schubert Der Tod und das Mädchen, nog zo’n gouwe ouwe.

Maar Het meisje en de dood is eerder een grafschrift dan een revitalisatie van al die oude, negentiende-eeuwse culturele pleisterplaatsen. Veel fut zit er niet meer in. De grens tussen archetype en oubolligheid, tussen aanhaken bij de traditie en herkauwen, is per definitie dun, en het plotloos en traag meanderende Het meisje en de dood belandt niet aan de goede kant van de streep.

De film is opgenomen in het Duitse slot Tannenfeld, met een internationale cast. Sylvia Hoeks is ongenaakbaar als altijd als de lijdende courtisane Elise. De Russische arts Nicolai Borodinski (Leonid Bichevin) ontmoet haar in een hotel waar het leven tot stilstand is gekomen. Hij kan haar niet krijgen, want ze is het eigendom van de graaf (Dieter Hallervorden) – representant van alles wat vies, vulgair en voos is. Het grote geld is de grote boosdoener in Het meisje en de dood, in de figuur van de graaf.

Aan het begin van de film gaat de arts terug naar het hotel waar de fatale liefdesgeschiedenis zich heeft afgespeeld, om er waarschijnlijk nooit meer weg te komen, want zijn paspoort laat hij opzichtig in de trein liggen. Wel is hij gewapend met een deeltje Poesjkin. En wat is een verhaal met een negentiende-eeuwse courtisane zonder een lange, zwelgende sterfscène à la Violetta in La Traviata?

In Het meisje en de dood is al die Europese cultuur compleet tot stilstand gekomen. Een morsdood museumstuk, waar geen enkele vernieuwende impuls meer van uitgaat. Wie weleens een echte klassieker onder ogen krijgt, in plaats van een pastiche met weinig kraak of smaak, weet dat zo’n ‘In memoriam’ gelukkig nog altijd rijkelijk voorbarig is.