Waarom zit het sleutelgat op zo'n onhandige plek?

Waarom zit het sleutelgat van een deur altijd onder de deurklink of deurknop, vraagt Jeroen Vermunt uit Leiden zich af. „Een sleutelgat is toch veel beter zichtbaar en de sleutel veel makkelijker om te draaien, als het slot boven de klink of knop geplaatst wordt?”

Vermunt heeft een punt, zegt Jan Willem Drukker, hoogleraar designgeschiedenis aan de Technische Universiteit Twente. „Wanneer deurklink en slot gescheiden zijn, is de meest voor de hand liggende plaats van het slot: op tepelhoogte in de deur.” Dat is niet alleen het gemakkelijkst bij het monteren, maar ook bij de bediening van het slot: je hoeft niet te bukken en er zit ook geen schaduw in de weg.

Sinds de Middeleeuwen zijn slot en klink echter doorgaans geïntegreerd in één mechanisme. Daar komt bij dat sleutels tot diep in de negentiende eeuw „ongeveer zo groot als een potlood” waren en dat ze binnenshuis meestal bewaard werden op een vaste plaats: „Namelijk in het slot waar ze thuishoren, want dat scheelde wanhopig zoeken bij brand.” In zo’n situatie is het juist niet handig wanneer de sleutel boven de klink zit: een hand die een deur wil openen, komt immers van bovenaf (Drukker: „als een miniatuurvliegtuigje dat een landing probeert te maken”) op de klink af; als er dan een sleutel van potloodformaat bovenzit, kan je nare verwondingen oplopen.

Nu is het „gecombineerde klink-plus-slot-mechanisme” wel steeds kleiner geworden: sinds eind negentiende eeuw zijn ze volgens Drukker zelfs „tot kabouterformaat gekrompen”. Hoe kleiner de sleutel, hoe minder reden er eigenlijk nog is om het sleutelgat onder de klink te plaatsen. Volgens Drukker hebben sloten tegenwoordig dan ook „de neiging om naar boven te verhuizen”; bij hotelkamerdeuren en autoportieren zie je dat bijvoorbeeld al vaak. En de gestaag oprukkende elektronische vervanger van de sleutel (Drukker: „cijfer-display, vingerafdruk-lezer of smartcard-gleuf”) zit eigenlijk altijd precies op de plek waar Vermunt hem graag zou zien: keurig boven de deurkruk. „Welnu”, zegt Drukker. „Als dat geen gelukkig slot is!”

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl