Vleesetende spons wacht geduldig op garnaaltjes

In de diepzee bij Californië leeft een spons die kleine garnaaltjes eet. Deze ‘harpspons’, bijna een meter groot, is een van de weinige vleesetende sponzen ter wereld. Zeebiologen ontdekten de nieuwe soort met onbemande onderzeeërs en beschreven hem in het tijdschrift Invertebrate Biology.

De meeste sponzen eten vooral bacteriën en andere minuscule voedseldeeltjes die in het water zweven. Zo’n spons pompt continu water door zijn lichaam heen en neemt het voedsel simpelweg op in zijn cellen.

Maar in de kale, donkere diepzee dwarrelt te weinig organisch materaal om pompend te dineren. De harpspons Chondrocladia lyra heeft zich daarom een geheel andere levenswijze aangemeten. Hij vangt diertjes uit de diepzee met zijn wieken. Dat zijn vooral kleine kreeftachtigen.

Zeebiologen uit Californië en Canada speurden tussen 2000 en 2009 de zeebodem af met onbemande duikbootjes en vonden twaalf exemplaren. Twee werden opgeschept voor nader onderzoek in het lab.

In een persbericht noemt het Monterey Bay Aquarium Research Institute de harpspons een ‘dodelijk roofdier’. Maar zijn jachtmethode doet in niets aan die van leeuw of witte haai denken. De spons staat met wortels in de zandige zeebodem en wacht tot er garnaaltjes langs stromen.

Zijn stevige wieken zijn voorzien van doorns, waar de beestjes tussen blijven steken. Daarna gebeurt iets onverwachts: de huid die het sponsskelet omgeeft, stulpt in enkele minuten uit en slokt de garnaal op. In de wieken van de twee opgedoken sponzen waren her en der half verteerde kreeftjes te vinden.

De eerste vleesetende sponzen werden in 1995 ontdekt door Franse zeebiologen. De harpspons is de zesde soort waarvan de levenswijze in detail beschreven is. De vleesetende sponzen lijken uiterlijk nauwelijks op elkaar. De harpvorm van C. lyra is op zich al erg variabel: hij kan twee tot zes wieken hebben. Verwante vleeseters lijken op een spruitjesplant, op een behaarde beitel of zelfs op een pingpongballenboom.