Verhaeren leerde ons zwemmen

Twintig jaar geleden begon Jacco Verhaeren als zwemcoach. Hij maakte van een onbekend zwemland een factor om rekening mee te houden.

Eindhoven, 16-02-2006; Wedstrijdbad de Tongelreep; via ramen in de bad kan de training onder water worden gevolgd; Jacco Verhaeren bekijkt de verrichtingen van o.a. van den Hoogenband, Zastrow en Wildeboer. Foto Vincent van den Hoogen

Redacteur Sport

Eindhoven. Ranomi Kromowidjojo noemde hem vorig jaar tijdens een ochtendtraining eens plagerig ‘badmeester’. Hoewel ze het vermoedelijk niet zo bedoelde, had ze geen typerender beschrijving kunnen geven van coach, Jacco Verhaeren: de man die Nederland leerde zwemmen.

Vijf Olympische Spelen, tien gouden medailles – geen enkele Nederlandse sportcoach kan het hem nazeggen. Gisteren maakte Verhaeren (43) in zijn bastion Eindhoven verrassend bekend dat hij terugtreedt als zwemcoach en zich tot aan de Spelen van Rio de Janeiro (2016) zal concentreren op die andere functie die hij al jaren bekleedt, maar die hem veel minder bekendheid opleverde, die van technisch directeur van zwembond KNZB. Na ‘Londen’ twijfelde de Brabander lang of hij beide functies nog kon combineren. „Toppers verdienen een trainer die 100 procent kan leveren. Daar twijfelde ik aan.” Dat was voor hem voldoende om terug te treden van de badrand, zei hij gisteren. „Het is een moeilijke beslissing geweest.”

Kromowidjojo, die de training net weer heeft hervat na haar gouden week in Londen, toonde begrip. „Nee, ik heb niet geprobeerd hem op andere gedachten te brengen. Ik heb er alle respect voor.”

Internationaal zat zwemmend Nederland nog in het peuterbad toen Verhaeren, oud-rugslagzwemmer, begin jaren negentig een pact sloot met een piepjonge Pieter van den Hoogenband. Waar de Nederlandse sportwereld nog overwegend in het klein dacht, gingen Verhaeren en ‘VdH’ voor niets minder dan het hoogst haalbare.

Dankzij de professionele aanpak van Verhaeren groeide het zwemmen met talenten als Marcel Wouda (wereldkampioen), Van den Hoogenband (drievoudig olympisch kampioen) en Inge de Bruijn (vier maal olympisch goud) uit tot de meest succesvolle Nederlandse sport in Sydney (2000), Athene (2004), en afgelopen zomer opnieuw, in Londen, dankzij de dubbelslag van Kromowidjojo. Verder maakte hij van Marleen Veldhuis, Inge Dekker en Sharon van Rouwendaal wereldtoppers en was hij regisseur achter vier gouden estafettejaren van de vrouwen. Het leverde hem in Nederland de titel ‘coach van het decennium’ (2000-2010) op.

Succes is geen toeval, leerde hij al vroeg. Overal waar hij kon, snoof hij kennis op, vanuit alle mogelijke wetenschappelijke invalshoeken. Hij gebruikte de olympische successen mede om in Eindhoven één van de meest geavanceerde zwemlaboratoria ter wereld op te zetten.

Het was niet voor niets dat de bond hem in 2006 carte blanche gaf om een structuur op te zetten voor het topzwemmen. Die ‘andere baan’, naast zijn dagelijkse trainingen in Eindhoven, leidde tot twee uiterst professionele nationale zweminstituten, vier regionale centra en twintig talentencentra. Daarmee zorgde hij ervoor dat het zwemmen in Nederland niet meer afhankelijk is van één man, zoals een jaar of tien geleden.

Verhaeren beseft dat er een „einde aan een tijdperk” is gekomen, zoals hij het zelf omschrijft. „Het is een fantastische periode geweest, ook dankzij geweldige zwemmers. Ik heb mijn droom als trainer kunnen waarmaken en de dromen van de zwemmers. Daar ben ik trots op.”

Ondanks serieuze interesse uit grotere zwemlanden bleef Verhaeren, opmerkelijk genoeg, Eindhoven altijd trouw. Ook na Londen was er interesse genoeg, maar Verhaeren, geboren in Rijsbergen, wil niet graag weg uit Brabant. „Er is nog steeds een sportieve uitdaging in Nederland”, vindt hij.

Hij zal zich vanaf nu vooral richten op zijn werk voor de bond tot aan en voorbij ‘Rio 2016’. Marcel Wouda (40) is in Eindhoven zijn opvolger als zwemcoach van onder anderen Kromowidjojo en Sharon van Rouwendaal.

Verhaeren is beduidend positiever over de toekomst van het Nederlandse zwemmen dan toen hij samen met Van den Hoogenband over de wereld trok, als tamelijk eenzame toppers in een fletse sportcultuur. „De toekomst van het Nederlandse zwemmen ziet er zeer rooskleurig uit. Er staat een nieuwe batterij jongelingen klaar. NOC*NSF heeft grote plannen met het zwemmen, dus de programma’s zullen nog professioneler worden.”

Verhaeren zal er nadrukkelijk bij betrokken blijven. Bij de grote toernooien is hij gewoon aanwezig. „Ik zal nog met zeer grote regelmaat aan de badrand staan, vooral ter ondersteuning aan coaches. Ik wil met mijn kennis en expertise andere coaches kunnen ondersteunen, zodat ook zij hun dromen en die van sporters kunnen waarmaken.”