Stel dat de VS straks al hun olie zelf maken..

Hoe de zaken in twee decennia kunnen veranderen: twintig jaar geleden was de Sovjet-Unie zojuist overleden en Rusland een chaos. China was een slapende reus met een jaarlijkse productie die, gemeten in dollars, kleiner was dan die van Spanje, en de Indiase economie was nauwelijks groter dan de Nederlandse. De Verenigde Staten koersten af op een totale hegemonie, waarbij het model van het democratische kapitalisme zich onuitgedaagd over de rest van de wereld zou verspreiden.

Daar wordt nu, anno 2012, met gemengde gevoelens op teruggeblikt, zeker waar het de financiële sector betreft. Maar waar staat de wereld over twintig jaar? Er is al tien geleden op los geëxtrapoleerd met economische groeimodellen waaruit blijkt dat China tegen die tijd (en wellicht al over een jaar of vijf) de Verenigde Staten als grootste economie voorbij is. Dat is het makkelijke deel. De wereldeconomie is chaotischer en onvoorspelbaarder dan het lijkt, met de geopolitieke implicaties van dien. Verrassingen zullen er zijn, maar horen vaak bij de ‘unknown unknowns’, zoals dat heet.

Deze week lichtte het Internationaal Energie Agentschap – overigens voorgezeten door voormalig CDA-minister Maria van der Hoeven – een tipje van de sluier op. In de nieuwste World Energie Outlook vestigt het IEA de aandacht op de renaissance van de Amerikaanse energiesector. Nieuwe boortechnieken en het aanspreken van in schalie opgesloten olie- en gasvoorraden brengen daar een revolutie teweeg. Het gevolg: in twintig jaar of eerder kunnen de VS een volledige onafhankelijkheid bereiken van buitenlandse olie en gas, en zelfs een netto-exporteur worden. Er zijn velden in bijvoorbeeld Texas of Noord-Dakota die een paar jaar geleden nog nauwelijks bestonden en nu al honderdduizenden (equivalenten van) vaten per dag produceren.

Het kan nog anders lopen: veel reserves zijn nog onzeker, en wie weet is de milieubelasting van de nieuwe technieken te groot, maar het IEA heeft het aangedurfd om toch deze toekomst te schetsen, en dat zegt wel wat.

Er is niet eens veel fantasie voor nodig om daar de mogelijke gevolgen van te zien. Heeft Amerika in de toekomst nog voldoende redenen om zich te bemoeien met het Midden-Oosten, of valt die ondankbare rol dan toe aan China, dat de olie daar nog steeds nodig zal hebben? Vermindert of verdwijnt het Amerikaanse tekort op de betalingsbalans? Komt er ruimte voor een nieuwe Monroe-doctrine waarbij de VS zich, net als een eeuw geleden, liever terugtrekken in de eigen voor- en achtertuin en zich dat nog kunnen permitteren ook? En, om verder door te draven: wie biedt dan tegenwicht tegen een Chinese expansie?

Dan zijn er nog de gevolgen van een onverminderd gebruik van fossiele brandstoffen. Vermindert de acute behoefte aan alternatieve energie, en versnelt de klimaatverandering dan?

Het IEA-onderzoek laat wel zien dat er eigenlijk twintig jaar in de toekomst vrijwel onmogelijk te plannen valt. Dat er zwarte zwanen zijn, dikke staarten en onvoorzienbare onvoorzienbaarheden. En dat voorspellingen voor zo’n tijdspanne, hoe noodzakelijk soms ook, op zijn best goed geïnformeerde fantasieën zijn. Hetgeen dus tevens geldt voor al het bovenstaande.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.