Solidariteit in crisistijd

Er wordt vandaag gestaakt in Spanje en Portugal. In Italië, Griekenland en België staan ook werkonderbrekingen op de rol. In in het kader van de ‘Europese dag van actie en solidariteit’, zoals het overkoepelende Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) de 14de november noemt, staan er bovendien ook demonstraties in Frankrijk, Polen, Tsjechië en Roemenië op het programma. Doelwit van deze acties: de bezuinigingen die bijna overal in Europa worden doorgevoerd. Die zijn bedoeld om de overheidsfinanciën op orde te brengen maar eisen intussen wel een hoge sociale tol.

Hoe diep gaat de internationale solidariteit waartoe de EVV oproept? Niet heel erg diep. Bijna vijf jaar is Europa nu in de greep van de kredietcrisis, die in de zomer van 2007 voor het eerst de kop opstak en na 2008 uitmondde in een economische recessie. Het sociale of politieke protest tegen de maatschappelijke gevolgen is vooralsnog echter bescheiden geweest.

In Griekenland, waar de staatsschuldencrisis zich in 2009 het eerst aandiende en waar een kwart van de bevolking nu werkloos is, ontaarden de spanningen om de haverklap. Maar Griekenland, dat een traditie heeft van handhandig en gewelddadig straatprotest, is een buitenbeentje. In Portugal en Spanje, landen die ook met werkloosheidspercentages van 15 en 25 procent kampen, is het protest rustiger gebleven. De jeugd bezette de pleinen enige tijd. Maar anders dan in Griekenland voltrok het proces zich in Spanje en Portugal ordelijk. De kiezers stemden er de regeringsleiders weg. Maar dat is, met uitzondering van Noordrijn-Westfalen en Nederland, overal in Europa gebeurd.

Die relatieve rust is vanuit een historisch perspectief opmerkelijk. De economische recessie heeft haar oorsprong in de bankencrisis. Maar de Occupy-beweging, die de schuldvraag adresseerde, heeft weinig weerklank gevonden. De ‘proletariërs aller landen’ hebben zich niet verenigd. In deze ouderwetse terminologie schuilt ook het antwoord op de vraag waarom dat niet is gebeurd.

De crisis is een financiële crisis. De effecten daarvan zijn een paar jaar verzacht door de bankensteun en het stimuleringsbeleid van de overheden. Omdat de staat zichzelf daarmee in de schulden heeft moeten steken, keert de wal nu het schip. De recessie laat zich echter maar heel ten dele bestrijden met reorganisaties van bedrijven of productiviteitsverhogingen, zoals in de jaren tachtig nog wel kon.

De crisis raakt zodoende bijna elke burger via zijn huis, pensioen of (werkloosheids)uitkering. Deze verwevenheid is zo groot dat een ‘Occupy’ geen soelaas biedt, zelfs geen genoegdoening. Daarom is een stakingsdag als vandaag een signaal van onvrede en geen voorbode van duurzaam protest.