Rutte II verdient een compliment

Het getuigt van moed dat Rutte en Samsom hun fouten toegeven. Eindelijk tonen politici eens wat zelfreflectie, betoogt Marcel Canoy.

Illustratie Angel Boligan

Omdat ze na het zorgpremiedebacle zo snel op hun schreden zijn teruggekeerd, verdienen Mark Rutte en Diederik Samsom een groot compliment. Rutte heeft zijn excuses aangeboden en toegegeven dat de VVD en de PvdA fout zaten. Vrijwel iedereen is het erover eens dat het invoeren van inkomensafhankelijke zorgpremies onverstandig was.

Waarom verdient deze vorm van zelfreflectie een groot compliment? Omdat het een ondoordacht plan was. De zorgverzekeringsmarkt werd onnodig verstoord. De solidariteit in de zorg werd op de proef gesteld. De middenklasse moest niet alleen bloeden voor de lage, maar ook voor de hoge inkomens. Dit zou een perverse manier van nivelleren zijn geweest. Het nieuwe plan, waarin wordt genivelleerd via de belastingen, is logischer en eerlijker.

Maar het compliment is bovenal nodig omdat zelfreflectie zeldzaam is in de politiek. Politici hebben veel moeite om formeel terug te komen op een eerder ingenomen standpunt, en zeker om dat zo snel te doen. Doorgaans wordt zo’n stap omkleed met doorzichtige retorische trucjes. Hierdoor worden die politici vaak ook nog beticht van draaien.

Politici hebben behalve weinig zelfreflectie doorgaans ook een zwak ontwikkeld gevoel voor mededogen. Zo gaf PvdA-voorzitter Hans Spekman zichzelf een brevet van empathisch onvermogen door het ondoordachte nivelleringsplan een feest te noemen. Enige oppositieleiders draafden door. PVV-leider Geert Wilders verloor zich in een optocht aan krachttermen. Arie Slob van de ChristenUnie zei zaterdag op de radio dat Rutte II zijn geloofwaardigheid had verspeeld nu het plan van tafel was. Wat is dit voor onzin? Het omgekeerde is waar.

NRC-journalist Marc Chavannes schreef op 5 mei 2012 een stuk, getiteld: ‘De kunst van het draaien vergt fijn moreel kompas’. Hierin bespreekt hij de dunne lijn tussen ruggegraat en opportunisme. Zo was het opvallend hoe snel diverse CDA-prominenten afstand namen van de PVV na het onvermijdelijke instorten van het zwalkende gedoogkabinet-Rutte I . Je kunt zeggen, zoals toenmalige CDA-minister Spies: „We kijken vooruit. Er is nu een nieuwe realiteit”, maar dit kan ook wijzen op een gebrek aan ruggegraat. CDA-spindoctor Jack de Vries gebruikte het ruggegraatmotief door toenmalig lijsttrekker Balkenende Wouter Bos te laten beschuldigen van draaien, omdat het PvdA-standpunt over ontslagrecht steeds opschoof.

Wat bepaalt of het veranderen van standpunt opportunistisch gedraai is of het verkrijgen van nieuwe inzichten? Spies draaide evident, maar het is niet altijd duidelijk. Volgens Chavannes wordt de grens bepaald door het al dan niet bestaan van morele grenzen. Spies is de grens overgegaan. Zij noemde het gedoogavontuur „een experiment dat niet voor herhaling vatbaar” is, maar weigert toe te geven dat het hele avontuur een kardinale fout was.

Het is opmerkelijk dat politici zo’n moeite hebben met zelfreflectie. Voormalig premier Balkenende maakte het helemaal bont, door naar aanleiding van het opstappen van Kamerlid Wijnand Duyvendak (GroenLinks), in 2008, andere politici op te roepen tot zelfreflectie, hoewel hij zelf berucht was door het ontbreken hiervan – althans in publieke uitspraken.

Waarom is dit zo? Het lijkt weinig onderzocht. Ik zie een voor de hand liggende verklaring en een iets minder voor de hand liggende.

Omdat leiders van politieke partijen in het mediaspektakel meegezogen worden, is er bij verreweg de meeste politici sprake van een gemankeerd zelfbeeld. Een te rooskleurig zelfbeeld is een slecht begin op weg naar zelfreflectie. Ze hebben immers geen fouten gemaakt. Het kwam door de omstandigheden, de media – en verzin er zelf nog maar een paar.

De minder voor de hand liggende verklaring is dat politici zelfreflectie verwarren met het boetekleed aantrekken. Vaak hangen politieke besluiten aan elkaar van compromissen of komen ze tot stand onder tijdsdruk. Om dan als individuele politicus het boetekleed aan te trekken als het misgaat, is electorale suïcide.

Deze redenering is gebaseerd op electorale naïviteit. Je fouten toegeven getuigt juist van kracht. Kiezers worden moe van politici die om de hete brij heen draaien, hun kop in het zand steken of dingen lijken te verbergen. Hulde dus voor Rutte en Samsom in plaats van hoon.

Zelfreflectie en mededogen zijn belangrijker dan ooit tevoren. Media vergroten problemen uit. Populisten hebben een groot platform. De Tweede Kamer holt hijgerig achter elk non-incident aan. Zo’n tijdperk maakt mensen snel angstig voor veranderingen. Veranderingen kunnen gemakkelijk geframed worden als verslechteringen, zelfs als het land als geheel er objectief sterker van wordt.

Het is belangrijk dat politici het goede voorbeeld geven. Wat kan ik doen om de welvaart of het geluk van mijzelf, mijn omgeving of het land te verbeteren? Als het een keer misgaat en burgers of politici tonen zelfreflectie, is het gepaste antwoord van de samenleving mededogen in plaats van zout in de wond te wrijven.

Het tot stand komen van een hervormingsagenda vereist wederzijds begrip, sociale cohesie en een slagvaardig kabinet, maar ook een kabinet dat durft terug te komen op eerder ingenomen standpunten zonder hiervoor de hoon van de natie over zich heen te krijgen.

Marcel Canoy is hoofdeconoom van Ecorys en hoogleraar zorgeconomie aan de Universiteit van Tilburg.