Raad en State gescheiden

Wie in de rechtsstaat écht wil verdwalen moet eens proberen de ‘hoogste bestuursrechter’ aan te wijzen. Daarvan zijn er namelijk vier, al naar gelang het rechtsgebied. Belastingen, ambtenaren, sociale zekerheid, mededinging, telecommunicatie, vreemdelingen, ruimtelijke ordening, milieu – u kunt in beroep bij hetzij de Hoge Raad, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven of de Raad van State. Een lawyers paradise dus.

Het regeerakkoord bevat nu een zinnetje dat deze wildgroei belooft te beperken. En, nog belangrijker, dat een definitieve scheiding van de rechtsprekende en adviserende functie bij de Raad van State belooft. Daarmee is de weg geopend voor een nieuw gerecht, een hoogste bestuursrechtelijke instantie. Dat nieuwe gerecht moet een eigen plaats op de gerechtelijke kaart krijgen, onder het overkoepelend bestuur van de Raad voor de Rechtspraak. En bij voorkeur niet te worden ondergebracht bij de zelfstandige Raad van State, zoals wel wordt gesuggereerd.

Met de splitsing van de Raad van State voltooit het kabinet immers de ontwikkeling die begon na het Procola-arrest van het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg uit 1995. De rechtsprekende en politiek gevoelige adviserende taken van de Raad houden sindsdien al beter afstand van elkaar. Het aantal staatsraden dat zowel mag adviseren als rechtspreken is onder het vorige kabinet al teruggebracht tot tien.

Dit kabinet kiest met een volledige splitsing voor helderheid. Het is ook een natuurlijk vervolg op reeds gezette stappen en een versterking van het gezag van de Raad van State. De verdenking dat de bestuursrechters van de Raad wetten toepassen die ze zelf helpen schrijven en dus niet erg onafhankelijk zijn, wordt dan eindelijk definitief weggenomen. Ook de professionalisering van de rechtspraak bij de Raad kan nu worden voltooid.

Staatsraden die wel bestuurlijk of politiek ervaren zijn, maar juridisch niet geschoold, kunnen dan definitief niet meer als bestuursrechter optreden. Als adviserend orgaan zou de Raad zich ook beter kunnen concentreren op thema’s dan te proberen de vloed aan wetsvoorstellen bij te houden met adviezen op maat.

De samenvoeging van drie van de vier hoogste bestuursrechters bevordert ook de rechtseenheid. Met de huidige versnippering over vier instanties staat er immers automatisch een premie op eigen wijsheid. Dat leidt nu tot tijdrovende coördinatie, onderling overleg en vruchteloze discussie over de juiste interpretatie van het verwante bestuursrecht. Samenvoeging komt doelmatigheid en overzichtelijkheid van de hoogste bestuursrechtspraak ten goede.