Pardon? Mag ik blijven of niet?

In het regeerakkoord staan afspraken over een pardon voor gewortelde kinderen van asielzoekers. Maar ook deze regeling kent veel kinderen die er nét buiten vallen.

Nederland, Rotterdam, 06-11-12 Faith uit Sierra Leone met haar drie kinderen in haar kamer. © Photo Merlin Daleman

Redacteur Integratie

Rotterdam. Faith balanceert tussen hoop en vrees. Dat klinkt dramatisch en dat ís ook dramatisch. Misschien vallen haar twee oudste kinderen van vijf en zes jaar onder het kinderpardon. En dat betekent een verblijfsvergunning voor haar en haar drie kinderen (de jongste is 2 jaar). Maar misschien ook niet. En dat betekent doorgaan met een miserabel leven aan de rand van de maatschappij. En met een constante angst voor uitzetting.

In het regeerakkoord staan afspraken over een kinderpardon. Kinderen van asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland wonen voordat ze achttien jaar worden, krijgen een verblijfsvergunning. Die moeten ze dan wel aanvragen voordat ze 21 zijn. Hun ouders en eventuele broertjes en zusjes mogen ook blijven. Mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet het gezin onafgebroken in Nederland zijn geweest. En moet er een asielvergunning zijn aangevraagd. Het is nog onduidelijk om hoeveel kinderen het precies gaat. Schattingen gaan uit van ten minste 1.500.

Carla van Os van Defence for Children is zeer gelukkig met het kinderpardon. „Voor het eerst is worteling erkend als criterium voor een verblijfsvergunning.” Worteling betekent dat een kind in Nederland is thuisgeraakt, omdat het er lange tijd woont en naar school gaat. Het kind beschouwt Nederland als zijn vaderland.

In een eerder wetsvoorstel van PvdA en de ChristenUnie ging het nog om een periode van acht jaar. Ook de verkorting naar vijf jaar vindt Van Os positief.

Zoals elke regeling kent ook dit voorstel veel kinderen die er nét buitenvallen. Neem Mina William, een jongen van veertien uit Den Haag. Hij zit in de tweede klas van de havo. Hij wil piloot worden of journalist. Hij volgt de tienersoapserie Spangas en het journaal. Hij leest Carry Slee. Mina moet naar Egypte.

Hij lijdt onder de onzekerheid en beperkingen van het illegale bestaan. En misschien nog wel meer onder het verdriet en de angsten van zijn ouders. Thuis drukt al jaren de zwaarmoedigheid. Zijn ouders vluchtten uit Egypte in 1998. Ze waren hun leven niet zeker omdat ze christen zijn, vertellen ze. Zijn vader vroeg geen asiel aan, omdat hij hoorde dat dat geen zin had. Mina en zijn jongere zusje zitten daarom nu met de gebakken peren.

De advocaat van Mina, Martin Mons, vindt dat er wel een heel groot verschil is tussen mensen die iets aanvroegen waar ze geen recht op hadden (namelijk asiel) en mensen die iets niet aanvroegen omdat ze dachten er toch geen recht op te hebben. „Mina is hier geboren. Hij is 13. Is hij minder geworteld dan kinderen die hier vijf jaar zijn? Je zou zeggen van niet. Waarin onderscheidt de situatie van die kinderen zich dan?”

Als alles goed gaat, mag Akhrat Khalet (13) blijven. En haar ouders, broer en drie zusjes ook. Zeven jaar zijn ze in Nederland. „Je weet nooit zeker of ze je meerekenen”, zegt Akhrat door de telefoon. Ze heeft geleerd dat niets in het leven zeker is en houdt een slag om de arm. Kort waren ze in het buitenland en dat kan tegen hen werken. Aan de andere kant is haar zusje van twee verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. Ze gelooft eigenlijk niet dat zo’n meisje wordt weggestuurd.

Het gezin woont momenteel in twee kamers in een uitzetcentrum in Katwijk. Ze zit op het vmbo.

En Faith, ach Faith. Faith huilt als ze haar verhaal vertelt. Ze was 12 jaar en thuis toen de rebellen hun huis binnenkwamen. Ze vertelt gedetailleerd over de martelingen, de gedwongen seks tussen vader en dochter, moeder en zoon. De onmogelijkheid om te weigeren, de totale onmenselijkheid van de situatie. De penis van haar vader werd afgesneden, haar vader werd vermoord.

Ze werd een paar dagen later opgehaald en meegenomen. Ze werkte een tijdje als piepjonge seksslavin, waarschijnlijk in Sierra Leone. Daarna werd ze verkocht aan een mensenhandelaar en naar Nederland gesmokkeld. Een klant die door had dat het niet goed zat, hielp haar ontsnappen. Ze was nog net vijftien toen ze asiel aanvroeg. Van buiten intact, van binnen kapot.

Ze durfde niet alles te vertellen. Ze was getraumatiseerd en had haar moeder beloofd het als geheim te bewaren. Ze kreeg geen asiel.

Ze is nu 26. Met haar drie kinderen woont ze op één kamer. Ze krijgt hulp bij het verwerken van haar trauma, maar kan tegelijkertijd elk moment worden uitgezet. Het kinderpardon in het regeerakkoord biedt hoop.