Onze wankele democratie

‘Er is zes miljard dollar uitgegeven, we hebben twee dozijn voorverkiezingen en twee nationale conventies achter de rug, vier grote debatten en honderden van kleiner formaat, door een bombardement van propaganda op de televisie zijn we vrijwel doof getoeterd, en het resultaat is dat onze twee grote partijen zich in een patstelling hebben gevochten.” Zo begint de nieuwsanalyse in The New York Times op de dag na de verkiezingen. De Democraten vieren de overwinning en de Republikeinen vragen zich af wat ze verkeerd hebben gedaan, maar de grote problemen blijven onopgelost.

Tot hoever mag de overheid zich mengen in het leven van de burger? Waar ligt het evenwicht tussen uitgaven en soberheid? Wat is de beste belastingpolitiek? Over het antwoord op deze vragen gaat de strijd de komende twee jaar onverminderd verder, en er is weer een politieke gemeenplaats geboren. De blanke mannen die bij de verkiezingen uiteindelijk altijd de doorslag gaven, worden oud of sterven. De meeste oudjes waren Republikein. Ook dit is een oorzaak van Romneys nederlaag. Er ontstaat een nieuwe potentiële meerderheid van gekleurde kiezers, Latino’s, immigranten. De Democraten profiteren ook van de demografische veranderingen.

Het zal wel. Na hun nederlaag heersen bij de Republikeinen radeloosheid en wanorde. In deze toestand is de partij voor de Democraten niet de ideale tegenspeler om het compromis te bereiken dat voor een goede werking van de democratie noodzakelijk is. Op het omslag van The Economist staat deze week een foto van Obama die na de zege innig zijn vrouw omhelst. ‘Now, hug a Republican’. Dit is een goed idee, maar vind er eens één die zich laat omhelzen. De grondslag van de politiek bestaat uit ideeën en analyses, maar of en hoe ze zullen worden uitgevoerd, is in een democratie in de eerste plaats afhankelijk van de manier waarop zal worden geprobeerd er een parlementaire meerderheid voor te vinden. Dit is het Amerikaanse probleem, vooral na deze polariserende campagne.

Op de dag voor de verkiezingen had The New York Times, onder de kop Desparate for Civility, een hoofdartikel over de manier waarop de campagne deze keer is gevoerd. Geciteerd werd de Republikeinse senator Olympia Snowe, die na 34 jaar afscheid nam van de Senaat. Ze sprak over „de giftige politieke atmosfeer die ontstaat als beide partijen tot het uiterste gaan”. In de Amerikaanse politiek gaat het vanouds veel directer, ruwer toe dan hier, maar in deze eeuw lijken de records van onbeschoftheid, verdachtmakerij en het gebruik van regelrechte leugens opnieuw gebroken, vooral door de extreem conservatieven. Dit heeft uiteindelijk gevolgen voor de daadkracht van de regering. In een democratie is het beleid uiteindelijk vaak gebaseerd op compromissen. Habituele onbeschoftheid en de concentratie op polariseren uit partijbelang sluit het compromis uit en resulteert in verlamming van de politiek. Dit leidt tot nieuwe onvrede – de volgende fase van polarisatie. Zo komt de democratie ten slotte terecht in de vicieuze cirkel van de machteloosheid.

Dit is het zwarte scenario. Zo ver zijn we nog lang niet. In de loop van zijn vier jaar heeft Obama bewezen een moedige en tegelijkertijd behoedzame president te zijn. Hij heeft het land niet in uitzichtloze oorlogen gestort. Osama bin Laden is niet meer onder ons. De Amerikaanse gezondheidszorg is eindelijk op het niveau van die van een beschaafd land. De werkloosheid vermindert, maar niet snel genoeg. De economie blijft in het slop. In zijn komende vier jaar ziet Obama gigantische problemen tegemoet. Zo komen we tot de praktische vraag. Is het mogelijk dat in 2016 zal blijken dat hij het niet goed genoeg gedaan heeft – niet eens heeft gefaald, maar zijn tegenstanders voldoende ruimte heeft overgelaten om de volgende haatdragende campagne te beginnen? Alles is mogelijk.

De politiek verandert – niet alleen in Amerika, maar overal in het Westen. De verhouding tussen kiezer en politicus wordt steeds directer. De kiezer verlangt steeds dringender dat hij op zijn wenken bediend wordt. De politicus laat hem weten dat dit onmiddellijk zal gebeuren zodra hij aan de macht is. Hierbij spelen de media een rol van toenemend belang. Zoals we ook een paar maanden geleden bij de Nederlandse verkiezingen hebben ervaren, worden de campagnes steeds verder gesensationaliseerd, ook ten behoeve van de kijkcijfers en de oplagen. Wat we vroeger het feest van de democratie noemden, wordt meer en meer een circusvoorstelling, naderend tot een kickboksgala. Bij de kiezer groeit, dankzij de digitale media, de illusie dat hij er een persoonlijke invloed op heeft. Zonder persoonlijke consequenties kan hij mailen en twitteren wat hij wil.

Dan komt de uitslag, nu in Amerika met het risico van een verdere verscherping van de tegenstellingen – meer polarisatie, meer stagnatie. Zo groeit vanzelf het populisme, het verlangen naar de sterke man. Het verlangen groeit automatisch. De man ontbreekt nog.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.