Nog altijd uitzonderlijk

De uitstraling van de Franse cultuur in Nederland is tot een historisch dieptepunt gedaald. Alleen voor de Franse film gaat dat niet op.

Tot in de jaren dertig van de vorige eeuw was voor Nederlanders die over de grens keken vooral de Duitse cultuur het ijkpunt. In 1945 bleek dat, om voor de hand liggende redenen, plotseling veranderd. Nu was Frankrijk het culturele Mekka in den vreemde: schilders, schrijvers en andere ruimdenkenden togen naar Parijs om aan het benauwde Nederland te ontsnappen en zich aan de grote wereld te laven. Voor een hele generatie Nederlanders waren de jazzkelders van Saint-Germain-des-Prés en de geschriften der existentialisten bronnen voor het moderne levensgevoel.

De beweging der ‘francofielen’ nam in het Nederland van de jaren vijftig een belangrijke plaats in. Net als in de achttiende eeuw in zekere zin, toen Frankrijk ook al stond voor alles wat kunstzin en vooruitgang was en in de betere kringen in Holland Frans werd gesproken. Maar aanzienlijk democratischer: de francofilie van de jaren vijftig was in essentie een beweging onder de kleine burgerij, die streefde naar het cultureel hogere.

Wereldwijd werd deze beweging gesteund door de Franse staat, met Instituts Français waar je voor een prikkie Frans kon leren. In elke stad van enige betekenis was een Alliance Française, die gezellige avondjes rond Franse thema’s organiseerde. Frankrijk verspreidde met succes zijn cultuur over de wereld, dat wat generaal De Gaulle ‘la France généreuse’ noemde – het vrijgevige Frankrijk.

Ergens in de jaren zestig moet de Franse culturele hegemonie in Nederland teloor gegaan zijn, ten gunste van de culturele dominantie van het Engelse taalgebied. Nog slechts enkelingen studeren nu aan Nederlandse universiteiten Frans als hoofdvak. Franse letterkunde vindt nog maar zelden zijn weg naar de Nederlandse lezer – Michel Houellebecq niet te na gesproken – en Franse contemporaine beeldende kunst bestaat vrijwel niet in Nederland (in Frankrijk trouwens ook nauwelijks).

Aan het begin van deze eeuw stelden de regeringen van Frankrijk en Nederland een gezamenlijke commissie in om de culturele verwevenheid van onze landen te bevorderen, en waarvan ik de eer had deel uit maken. De bevordering van de Franse cultuur in Nederland bleek echter zozeer een – excusez le mot – uphill struggle dat een van onze prominentste leden voorstelde om de Franse cultuur in Nederland voortaan maar in de Engelse taal te bevorderen. Dat is minder bizar dan het lijkt: moderne Franse filosofen als Rancière en Badiou worden door hun Nederlandse vakgenoten weliswaar ijverig gelezen, maar ze staan meestal in Engelse vertaling in de schappen van de betere boekhandel.

Treurige toestand

Terwijl meer Nederlanders een huisje in Frankrijk bezitten dan ooit, de Thalys de reistijd naar de Franse hoofdstad met de helft heeft bekort en je in sommige weekends in Parijse musea over de Nederlandse hoofden kunt lopen, is de culturele uitstraling van de Franse cultuur in Nederland anno 2012 tot een historisch dieptepunt gedaald.

Er bestaat op deze treurige toestand echter één uitzondering: de Franse film. Er worden in Nederland per jaar enkele tientallen Franse films in roulatie gebracht, op de meer dan 200 die er in Frankrijk gedraaid worden. Meestal gaat het daarbij om films in het arthouse-segment. Maar dit jaar is voor het eerst sinds decennia een Franse publieksfilm de Nederlandse bioscoop-top 10 aller tijden binnen geschoven: Intouchables overschreed de magische grens van één miljoen verkochte kaartjes.

Wat Intouchables zo onweerstaanbaar maakt – en niet alleen in Nederland want internationaal staat de teller inmiddels op 26,9 miljoen entrees – is moeilijk met zekerheid te definiëren. Het is een innemende komedie over een zwarte jongen van de straat die een gehandicapte rijke man gelukkig maakt door een wens te vervullen waarvan hij niet wist dat hij hem had. Het is een bijna Hollywood-achtig plot, heel erg ‘cinema als droomfabriek’.

De film was ook in Frankrijk zelf een enorm kassucces, maar dat kan de reden niet zijn. Andere grote successen in Frankrijk doen weinig of niets in Nederland. Bienvenue chez les Ch’tis, een klucht uit 2008 waarin de draak wordt gestoken met het volkseigen van Frans-Vlaanderen, doet niets in het buitenland – sinds Louis de Funès is de Franse klucht trouwens geheel dood in het buitenland.

De succesvolle serie films La vérité si je mens, over een jongen die trouwt met een meisje uit een joodse textielfamilie en daardoor gedwongen is de schijn op te houden dat hij zelf ook joods is, zou in Nederland vermoedelijk vooral bevreemding wekken, als de films hier werden uitgebracht.

Dat er zoveel Franse films zijn, in alle genres, is vooral te danken aan het langjarige beleid van de Franse overheid. Of in Parijs nu links of rechts aan het roer staat – dat de Amerikaanse hegemonie op filmgebied moet worden bestreden met een authentiek eigen Frans geluid, staat immer voorop. Behalve met overheidssubsidies gebeurt dat ook door middel van marktbescherming: tv-zenders en bioscoopketens zijn verplicht een bepaald quotum aan Franse films te vertonen en in Franse film te investeren. Vooral op Franse instigatie zijn in allerlei verdragen bepalingen over l’exception culturelle (de culturele uitzondering) opgenomen die onder andere film van de vrije markt kunnen uitzonderen.

Dit in zijn huidige vorm sinds de jaren tachtig bestaande beleid heeft ook nadelen. Anders dan nog in de jaren zeventig wordt er bijvoorbeeld nauwelijks nog door buitenlanders geïnvesteerd in Franse films. Maar vooral in de ogen van de Franse bedenkers is hun politiek een groot succes. Fransen kunnen op het witte doek films zien die zijn geïnspireerd op de dromen, problemen, geschiedenis en politiek van hun eigen maatschappij, in een mate waarop geen ander Europees dat kent. De Franse filmindustrie oefent ook grote aantrekkingskracht uit op filmmakers uit andere landen, getuige bijvoorbeeld de Franse productie Amour van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke.

Maar of de hedendaagse Franse cinema het ook in zich heeft de Franse cultuur zijn belangrijke rol in de wereld terug te geven, is maar de vraag. Want de internationaal populairste Franse film van 2012, die met meer dan veertig miljoen kaartjes wereldwijd tot nu toe ook Intouchables ruim voorbijstreeft, is Taken 2. Dat is een Engels gesproken, en grotendeels in Istanbul spelende actiefilm met de Ier Liam Neeson in de hoofdrol. Frans zijn slechts de regisseur Olivier Megaton (die eerder Transporter 3 maakte) en de financiering. Maar dat laatste is bijvoorbeeld niet besteed aan de distributeur die de film volgende week in Nederland uitbrengt: die vermeldt als land van herkomst gewoon ‘VS’.