Man van Robert M. mag hem niet in cel bezoeken

Kindermisbruiker Robert M. mag in de gevangenis waar hij verblijft geen bezoek ontvangen van Richard van O, zijn echtgenoot. Een verzoek van Van O. voor zo’n incidenteel verlof is vorige week afgewezen.

Dat bevestigen de advocaten van Richard van O. en Robert M. De echtgenoten hebben wel regelmatig telefonisch contact. Bewaarders zien er dan op toe dat ze niet inhoudelijk over het hoger beroep van de twee spreken, dat morgen met een regiezitting zal beginnen.

Het verzoek voor een incidenteel verlof is afgewezen door de Dienst Justitiële Instellingen, onder meer omdat het maatschappelijk ‘niet uit te leggen’ zou zijn en omdat hun hoger beroep aanstaande is. De twee zijn in verschillende gevangenissen gedetineerd.

De advocaat van Richard van O. heeft bezwaar aangetekend tegen de afwijzing. Erik van Kregten: „Als mijn cliënt vrij zou zijn, zou hij elke week een uur op bezoek mogen. Ik zie niet in waarom zijn detentie dat anders maakt.”

Het echtpaar steunt elkaar in de gevangenis, zegt Van Kregten. Dat is opmerkelijk omdat Robert M. zijn man Richard tijdens de rechtszaak beschreef als een „zitzak” met wie hij geen interessante gesprekken kon voeren.

Het is een recht van gedetineerden om ten minste één uur in de week bezoek te ontvangen. Als een gedetineerde bezoek wil ontvangen van een andere gedetineerde, ligt dat ingewikkelder. De Dienst Justitiële inrichtingen van het ministerie moet er toestemming voor geven.

Het komt volgens een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie „wel eens” voor dat gedetineerden elkaar mogen bezoeken, maar dan is meestal de vrijlating van één van hen op handen. Het bezoek is dan onderdeel van de voorbereiding op terugkeer in de samenleving.