Mainzelmännchen zijn hun vader kwijt

Mainzelmännchen Anton (l) schaut verdutzt in die Höhe und entdeckt Kollege "Conni", der sich im Apfelbaum versteckt hat. (Aufnahme aus den 90er Jahren). Die koboldähnlichen kleinen Zeichentrickfiguren wurden 1962 von dem ehemaligen Kostümbildner Wolf Gerlach anläßlich Gründung des Zweiten Deutschen Fernsehens entworfen. Seitdem tummeln sich Anton, Berti, Conny, Det, Edi und Fritz im Werbefernsehen des Senders und unterhalten Groß und Klein zwischen den einzelnen Werbespots mit ihren Späßen. Zunächst waren die schwarz-weißen Wichtel nur an der Form ihrer Zipfelmützen zu unterscheiden, mit Einführung des Farbfernsehens 1967 wurden sie bunt und in den 90er Jahren kamen Berufe und Hobbies dazu. picture-alliance / dpa

Weemoedig reageerden Duitse televisiekijkers gisteren op het nieuws van het overlijden van Wolf Gerlach (84). Hij was maker van reclamefilmpjes en bedacht in 1963 de kabouters die de reclameblokken van de Duitse zender ZDF tot ver over de grenzen populair maakten: de Mainzelmännchen.

De mannetjes waren een voortvloeisel van een wet die bepaalde dat de reclame-uitingen strikt gescheiden moesten zijn van de programma’s van de zender. In korte filmpjes, tegenwoordig niet langer dan dertig seconden, doen zij meestal iets onverwachts. Een Mainzelmännchen tekent bijvoorbeeld een ander Mainzelmännchen, zet het schrijfblok overeind waarna het getekende mannetje van het blok valt en wegloopt. De stemmetjes, die vooral gnuivend lachen, deed Gerlach zelf tot op hoge leeftijd.

De Mainzelmännchen hebben in de loop der jaren in 45.000 filmpjes miljoenen mensen, en niet alleen Duitsers, vertederd. Zo schrijft ‘Monchichi’ op de site van de NDR aan de Mainzelmännchen: „Jullie papa is dood. Men zou aan hem een nieuw mannetje moeten wijden. En jullie, beste uitgetekende vrienden, eer hem alsjeblieft, neem plechtig jullie mutsen af, hou een moment stilte, om de toeschouwers vervolgens een vrolijk ‘Goedenavond!’om de oren te knallen, zoals jullie dat altijd hebben gedaan.”

Gerlach, die opgroeide op het Duitse Waddeneiland Langeoog, zei ooit dat hij zijn werk beschouwde als kleinkunst „maar wel met de nadruk op kunst”. Zijn zes mannetjes gingen een eigen leven leiden, en kregen de namen Anton, Berti, Conni, Det, Edi en Fritzchen. Voor liefhebbers waren de ‘echte’ männchen al ruim voor hun maker overleden: in 2004 leidde een nieuwe vormgeving in mangastijl tot een opstand. „Hier helpt alleen maar wegzappen”, schreef een fan.