Koopkracht, wat zegt dat nou? Dit zijn ze: de nieuwe plaatjes

Vandaag praat de Kamer verder over het regeerakkoord. Een belangrijk discussiepunt: onze koopkracht. Moeten we ons druk maken of niet? Vier vragen.

Rotterdam. We gaan er vandaag, als de Kamer verder debatteert over het regeerakkoord, weer veel over horen: onze koopkracht. De inkomensafhankelijke zorgpremie, waar de afgelopen tijd veel ophef over was, is van de baan. In het aangepaste akkoord blijft de zorgtoeslag voor lagere inkomens intact. De koopkracht daalt daardoor minder voor de hogere inkomens. Iedereen haalt opgelucht adem.

Toch zijn er nog steeds mensen die er 20 procent op achteruit gaan tot aan 2017. De veelbesproken koopkrachtberekeningen van het Centraal Planbureau van toen zijn amper te onderscheiden van die van nu. Maar de nieuwe plannen ‘voelen’ mensen niet meer in hun zorgpremie, en de media berichten dus dat er minder rigoureus wordt genivelleerd. De storm lijkt achter de rug. Maar is dat zo? Vier vragen.

1Wat is een koopkrachtberekening?

Het Centraal Planbureau, en afgelopen maandag ook het Nibud, berekenden welke invloed het regeringsbeleid heeft op de koopkracht – de waarde van het pakket goederen en diensten dat iemand met een bepaald inkomen kan kopen. Zij keken naar diverse typen huishoudens. De berekeningen gaan over de komende vijf jaar. Er wordt uitgegaan van een gekke situatie: jarenlang verandert er niets in de huishoudens. Niemand krijgt promotie of verliest zijn baan, niemand wordt ouder of krijgt kinderen. De rekenmeesters laten de voorgestelde maatregelen die voor iedereen gelden – zoals veranderingen in belastingen en zorgpremie – los op deze huishoudens. Ook inflatie nemen ze mee.

Onderdelen van de plannen die niet voor iedereen gelden, zoals de veranderingen in tegemoetkoming voor kinderopvang en studiefinanciering, zijn geen onderdeel van de berekeningen. Uit de rekenmodellen komt een cijfer. De verandering van dat cijfer ten opzichte van de huidige koopkracht, of van de koopkracht bij het huidige vastgestelde beleid, is waar het om gaat.

2Wat is zo’n koopkrachtcijfer waard?

De cijfers geven een indicatie, niets meer, niets minder. Het Nibud schreef in zijn rapport: „De uitkomsten van deze berekeningen hebben een hoogst theoretisch karakter.” Dit komt doordat de berekeningen over een lange termijn gaan. Voorspellingen voor bijvoorbeeld loon- en prijsstijging voor een termijn van vijf jaar zijn per definitie onzeker. Ook zijn veel plannen die de regering maakte niet tot in detail uitgewerkt: de berekeningen gaan uit van grove schetsen.

3Hebben we ons dan drukgemaakt om niks?

Nee, en ja. Iedereen had de afgelopen twee weken gelijk. Ja, er gingen mensen (hard) op achteruit. Maar veruit de meeste mensen gingen er maar een beetje op achteruit. De berekeningen van het Nibud over het in eerste instantie voorgestelde regeerakkoord lieten een minder dramatisch beeld zien dan waar veel media de afgelopen twee weken over berichtten op basis van cijfers van het Centraal Planbureau. Maar het CBP deed zijn berekeningen voor 85.000 huishoudens. Het Nibud rekende de verandering voor honderd veelvoorkomende situaties uit, maar gaat uit van precies dezelfde aannames als het Planbureau. Geen wonder dus dat de situatie bij het Nibud overzichtelijker uit de bus komt: zij laat slechts honderd situaties zien.

In de 85.000 beschreven gevallen van het Centraal Planbureau zitten ook uitzonderingen, en die gaan er soms hard op achter uit. Die punten zijn met de algemenere scope van de Nibud-berekeningen niet ineens verdwenen, ze zijn alleen niet zichtbaar. Uitzonderingen maken altijd onderdeel uit van berekeningen waarin zoveel huishoudens worden meegenomen. Dus ook in vergelijkbare doorrekeningen van het verkiezingsprogramma van de PvdA. En zelfs bij dat van de SP.

4Moeten we ons dan om de nieuwe plannen druk maken?

Ook hier geldt: nee, en ja. Ook bij de nieuwe plannen zijn er mensen die er flink op achteruit gaan. Maar de grootste groepen gaan er in de nieuwe plannen de komende vijf jaar wel iets minder op achteruit. Die grote groepen kunnen dus wat rustiger ademhalen. Als je je bekommerde om om de mensen die er bij het vorige akkoord hard op achteruit gingen, dan kun je je ook bij deze nieuwe plannen druk maken.