Petraeus-schandaal: hoe dicht kun je als biograaf bij je subject komen?

David Petraeus en Paula Broadwell in Afghanistan. Foto AFP / Handout NATO/ISAF

De affaire tussen generaal Petraeus en zijn biografe Paula Broadwell toont aan dat zowel biografen als uitgevers goed moeten nadenken over de positie die ze ten opzichte van hun subject innemen, schrijft Leslie Kaufman in The New York Times.

Op het oog te intieme relaties tussen biograaf en subject: ze zijn volgens Kaufman genoeg te vinden. Zo klom Lyndon B. Johnson op slapeloze nachten in het bed van zijn biografe Doris Goodwin Kearns, die tijdens het schrijven van haar biografie van de Amerikaanse president in zijn ranch in Texas verbleef. Goodwin benadrukt tot op de huidige dag dat ze geen intieme relatie had met Johnson. Als hij in haar bed lag te vertellen, zat zij in een stoel niet ver van dat bed, aandachtig naar Johnson te luisteren.

Een recent voorbeeld is de verstandhouding tussen biograaf Walter Isaacson en Steve Jobs. Isaacson stond aan Jobs’ sterfbed, zag hem zijn laatste adem uitblazen. Isaacson stelde dat hij door het voorval ‘emotioneel vervlochten’ raakte met Jobs. Volgens Kaufman leidt dat tot problemen. De Steve Jobs biografie van Isaacson is daar volgens de journalist een goed voorbeeld van. Opvallend is immers dat hoewel Isaacson er niet voor terugschrikt de minder charmante karaktereigenschappen van Jobs te noemen, hij ze vervolgens wel presenteert als zijnde het fundament onder Jobs’ succes.

De affaire tussen Broadwell en Petraeus moet uigevers wakker schudden, schrijft Kaufman. Zij moeten zich nadrukkelijker gaan afvragen of zij niet de verantwoording dragen voor het onderzoeksproces van de biograaf. Dat proces moet in de gaten gehouden worden, de stappen die de biograaf zet kritisch bevraagd. Broadwells Petraeus-biografie stond officieel niet te boek als ‘geautoriseerd’. Het schrijfproces van Broadwell, de manier waarop ze haar informatie heeft verzameld, wekt een andere indruk. Zo hield zij meerdere interviewsessies met Petraeus terwijl hij zijn dagelijkse 10 kilometer rende. Hij nodigde Broadwell zelfs uit met zijn hardloopsessies mee te doen..

Uitgevers menen al eerder ‘red flags’ gezien te hebben, schrijft Kaufman. Zo werd het opvallend gevonden dat Petraeus in Broadwell beschikte over een uiterst onervaren schrijfster. Zij was zelfs zo onervaren dat ze bij het schrijfproces actief is bijgestaan door een co-auteur. Enkele erkende biografen laten Kaufman bovendien weten het vertrouwen van Petraeus in zijn biografe opvallend te vinden. Een dergelijke vertrouwensrelatie tussen een beroemd persoon en onbekende schrijver noemen ze vreemd. Een sterke vertrouwensrelatie kan daarnaast ook de geloofwaardigheid van een biograaf aantasten. Schrijf dus vooral nooit geautoriseerde biografieën, zegt biografe Carol Felsenthal in The New York Times. Kom je te dicht bij jouw onderwerp, wordt de biograaf gereduceerd tot tolk. Een slimme lezer heeft dat volgens Felsenthal gauw door.

Zie ‘The Quandary for Biographers: Get Up Close, but How Personal?‘ van Leslie Kaufman in The New York Times.