'Hier werd de Koude Oorlog warm'

In Zuid-Afrika is er een hausse aan boeken over de oorlog in Namibië en Angola. Voor veteranen een herinnering aan de ‘glorieuze apartheidstijd’.

De spreekstalmeester had nog zo gewaarschuwd. „Dit optreden kan legertaal bevatten.”

Op het programma: een voorleesmiddag over Zuid-Afrika’s traumatische grensoorlog uit de apartheidsdagen. Het zaaltje, op het terrein van de Hoërskool Hendrik Verwoerd in hoofdstad Pretoria, zit vol met middelbare blanke mannen, hun vrouwen en hun moeders. De dames zuchten bij iedere vloek.

De voorleessessie staat niet op zichzelf. In een hausse aan boeken, toneelstukken en televisieseries blikken meest blanke Zuid-Afrikanen de laatste tijd steeds vaker terug op de strijd die het apartheidsleger van 1966 tot 1989 in Angola en in wat nu Namibië heet uitvocht tegen het Angolese leger, de Namibische bevrijdingsbeweging Swapo, tegen Russen en Cubanen. Veel mensen vragen zich af of de strijd niet vergeefs was.

„Ik ben opgeleid voor het oude Zuid-Afrika en teruggekeerd in het nieuwe Zuid-Afrika”, leest een van de acteurs voor uit een brief van een veteraan aan zijn moeder. Instemmend gemompel uit de zaal.

„Nergens in de wereld werd de Koude Oorlog zo warm als hier in Afrika”, zegt de gepensioneerde generaal Jannie Geldenhuys, van 1985 en 1990 opperbevelhebber van de Zuid-Afrikaanse strijdkrachten. „We vochten tegen het communisme.”

Over die rechtvaardiging schreef de ex-militair een forse stapel boeken vol. Hij zoekt, 77 jaar oud, nog altijd naar bewijzen die zijn stelling staven dat het Zuid-Afrikaanse leger in Angola destijds een maatje te groot was voor de Sovjet-Unie. „Als wij die oorlog niet hadden gevochten, dan was heel zuidelijk Afrika in handen van de Sovjets gevallen.” Hij toont een artikel van een Rus die Angola „erger dan Afghanistan” noemt.

Het laatste boek van Geldenhuys, Ons was daar: Wenners van die oorlog om Suider-Afrika, met herinneringen van veteranen, werd door de actiegroep AfriForum ingezet om meer respect te vragen voor de in het nieuwe Zuid-Afrika weggemoffelde strijd. AfriForum maakt zich sterk voor de Afrikaner taal en cultuur en staat blanken bij die tussen wal en schip dreigen te vallen. In een gelikt filmpje van de organisatie roept een stoet aan Angola-gangers en blanke jongeren president Zuma op om de geschiedenis „niet te verdraaien”.

Aanleiding voor het protest was een toespraak van Zuma in januari, waarin hij Cuba dankte voor zijn „onwrikbare solidariteit” in de strijd tegen de apartheid. „De epische slag in Cuito Cuanavale in Angola dwong de apartheidstroepen zich terug te trekken”, zei de president bij de viering van honderd jaar ANC. Cuito Cuanavale, een plaats van niets in Zuidwest-Angola, wordt wel Afrika’s ‘Stalingrad’ genoemd. De aftocht in Cuito in 1988, zei Zuma, „leidde uiteindelijk tot onze vrijheid”.

Dat ligt gevoelig. „Er was helemaal geen overwinning in Cuito Cuanavale, er was niet eens een slag”, zegt een veteraan in het filmpje van AfriForum met het boek van Geldenhuys in de hand. „Onze voorouders worden in alle opzichten als kwaadaardige lafaards afgespiegeld”, klaagt een schooljongen, gefilmd voor het iconische Voortrekkermonument in Pretoria, dat de overwinning van de Boeren op de Zulu’s in de negentiende eeuw memoreert.

„We vochten wellicht aan de verkeerde kant van de geschiedenis, maar ik ben trots op wat ik gedaan heb”, zegt voormalig kanonnier Chris Turner, die eind 1987 naar Cuito werd gestuurd. „Ik heb niet veel bereikt in mijn leven, ik heb niet aan de universiteit gestudeerd. In dienst deed ik het goed, ik was deel van het sterkste bushleger ter wereld. Ik wil niet het gevoel hebben dat die jaren voor niets zijn geweest, wat de maatschappij daar ook van vinden mag.”

Turner (44) is te gast in het eenvoudige flatje van zijn maat Rob Jefferies (45), destijds in Angola van het luchtafweergeschut. Samen kunnen ze over de oorlog praten, ervaringen uitwisselen. „In het openbaar kun je er beter niet over beginnen, dan word je gelyncht”, lacht Jefferies. In zijn slaapkamer heeft hij een museumpje met penningen, plaquettes en andere oorlogssnuisterijen ingericht. Zijn vrouw vond dat hij te veel bezig was met het leger, zegt hij. Ze wilde scheiden. „Ik heb mijn portie post-traumatische stress wel gehad.”

„Mijn opa’s vochten in de Tweede Wereldoorlog tegen de Duitsers en mijn vader vocht in de bosoorlog in Rhodesië tegen Mugabe”, zegt hij. „Ik zag het als mijn plicht om onze levensstijl te verdedigen. Ik vocht voor een veilig en comfortabel leven, iets dat we in het nieuwe Zuid-Afrika niet meer hebben.” Dat is zíjn rechtvaardiging: het ANC, dat door corruptie en incompetentie steeds meer onder vuur ligt, heeft niet het beloofde paradijs gebracht. „Ik denk dat we nu kunnen constateren dat we niet voor niets tegen de terroristen vochten”, vindt Jefferies. Maar iets meer waardering voor die verloren strijd zou hij op prijs stellen. „Jaren na de oorlog kreeg ik ergens in een maïsveld mijn medaille toegestopt.”

Toneelschrijver Anthony Akerman weigerde in de jaren zeventig naar de grens te gaan en verkaste om een celstraf te ontlopen naar Nederland. Daar schreef hij het kritische toneelstuk Somehere on the Border, dat in Zuid-Afrika door de censor verboden werd. Onlangs beleefde het stuk een reprise. De emoties liepen in het publiek hoog op. Maar Akermans werk staat in scherp contrast met het nationalistische vlagvertoon in de bijna nostalgische musical ‘Tree Aan’, die vorig jaar maandenlang uitverkochte zalen trok in het Staatstheater in Pretoria (1.300 stoelen).

„Ik was geschokt toen dat een staande ovatie kreeg”, zegt ex-soldaat en sociaal wetenschapper Paul Morris (45), die onlangs met een ANC-veteraan terug naar Cuito Cuanavale is gegaan „om spoken uit het verleden tot rust te brengen”. Maar, zegt Morris, „voor veel andere oud-soldaten, vooral de Afrikaanstalige, is de oorlog, hoe traumatisch ook, een herinnering aan een glorieuze tijd waarin ze nog aan de macht waren in dit land. Ze hebben nu bovendien kinderen die vragen wat papa in precies in Angola heeft gedaan. Dan wil je iets kunnen laten zien.”

Akerman: „De veranderingen gingen allemaal zo snel begin jaren negentig.” In Europa viel de muur tussen Oost en West en in Zuid-Afrika onderhandelde de net vrijgelaten ‘terrorist’ Mandela met de laatste apartheidspresident De Klerk over een nieuwe regenboognatie. „Veel mensen verzwegen wat ze hadden meegemaakt. Post-traumatische stress komt soms pas vele jaren later aan de oppervlakte. Voor hen is die oorlog nooit opgehouden.”