Het laatste hoofdstuk

Dat opgejaagde gevoel van een boek dat bijna uit is. Het plot ontrafelt zich, alle losse eindjes komen samen. Je zou er in alle rust en concentratie door heen willen gaan, maar nu het plot eenmaal zo dichtbij is, glijdt je blik als een razende over de woorden. Trouw aan het ritme van je hart, scheur je de bladzijde om, je manieren zijn een paar bladzijden geleden blijven steken. Je hebt het boek nu bijna uit, er resten je nog 60 bladzijden. Als je bij het laatste hoofdstuk en achttien bladzijden voor het einde aankomt leg je het boek met een snelle beweging zo ver mogelijk naast je neer, alsof het iets behelst dat je niet in de buurt wil hebben. De kaft kijkt je verleidelijk aan, maar je houdt vol: eerst op adem komen.

Ik heb nog nooit met een kalm hart een boek uitgelezen. Zelfs als het boek me irriteert en het einde dan eindelijk daar is, lukt het me niet het einde in een soort van argeloze rust over me heen te laten komen.

Ik bespreek het probleem met het soort vriendin dat twee boeken per week leest. ‘Gewoon het laatste hoofdstuk lezen als je ergens tegen het midden komt. Dat helpt.’ Ik kijk haar ongelovig aan. ‘Zo raar is het niet hoor, ik geniet nu veel meer van de manier waarop de schrijver naar het plot werkt.’

Mijn Duits gemodelleerde geest zou dit nooit kunnen verdragen: toen ik ooit midden in Elementaire deeltjes van Houellebecq ontdekte dat bladzijde 169 miste, heb ik drie dagen gewacht op de missende pagina voordat ik verder kon lezen. Orde boven alles.

Toch vond ik dat ik de test moest afleggen. Of misschien was het mijn hart die vond dat dit moest gebeuren. Ik ben daarom na de eerste drie hoofdstukken doorgebladerd naar het laatste hoofdstuk, en heb de draad vervolgens weer opgepakt. En wis en waarachtig: het hielp, ik heb nog nooit zo van het einde genoten; doodsaai was ‘t.