Frankrijk erkent nieuwe Syrische oppositie

Als eerste westerse mogendheid heeft Frankrijk gisteren de nieuwe Syrische oppositiecoalitie erkend als „de enige wettige vertegenwoordiger” van het Syrische volk en „dus als toekomstige voorlopige regering van een democratisch Syrië”. De Franse president François Hollande zei op de persconferentie waarop hij dit besluit bekendmaakte, dat daarmee ook de kwestie van wapenleveranties weer aan de orde komt. „De vraag om wapens zal niet alleen aan Frankrijk worden gesteld, maar aan elk land dat deze regering erkent”, zei hij.

De Syrische geestelijke Moaz al-Khatib, die de nieuwe Syrische Nationale Coalitie leidt, vroeg inderdaad gisteren om wapens voor de rebellen. Tot dusverre weigert het Westen wapens te leveren omdat onzeker is bij wie die uiteindelijk terechtkomen. Onder de rebellen die gewapenderhand tegen het Syrische bewind vechten, bevindt zich een groeiend aantal (buitenlandse) jihadisten.

Maar de Amerikaanse regering toonde zich gisteren voorzichtiger dan Hollande. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken noemde coalitie, die enkele dagen geleden in Qatar onder westerse en Arabische druk tot standkwam, „een vertegenwoordiger van het Syrische volk, een weerspiegeling van het Syrische volk”. De woordvoerder onderstreepte dat er nu een structuur is die een politieke transitie kan voorbereiden. „Maar we wachten op de totstandkoming van technische comités die ons kunnen garanderen dat onze hulp op de juiste plek terechtkomt”, voegde hij eraan toe.

Het Westen had de afgelopen maanden groeiende moeite gekregen met de Syrische Nationale Raad, de alliantie die vorig jaar werd opgericht met de bedoeling als aanspreekpunt voor de buitenwereld te dienen. Maar de Syrische Moslimbroederschap had er een dominante positie in veroverd en ze stond ver van de rebellen. De nieuwe coalitie omvat vertegenwoordigers van die Raad, maar ook van de gewapende oppositie in Syrië en onafhankelijke prominente figuren. (Reuters, AP, AFP)