Eerste val

Toen de onderhandelaars bijna klaar waren met de nivelleringsruil, de knieval van Mark Rutte werd aangekondigd en iemand bedacht dat Samsom iets diepzinnigs over puntenwolken en keukentafels moest zeggen, toen viel mijn dochter (8) van een paard.

De eigenaar van de manege heet ook Mark. Hij is het soort man waar Vijftig Tinten Grijs-vrouwen dol op zijn: knap, dominant en het juiste beetje fout. Hij geeft les op glanzende herenschoenen, zijn broek in een paar geruite kousen gepropt. Meestal steekt hij daarbij een sigaret op, not done in dit deel van de stad en daarom des te leuker.

Deze Mark kan erg goed nee zeggen, op een toon die je nog maar zelden hoort. Vragen moeders weer eens dwingend om ‘Sjors’ voor hun oogappel, de vriendelijkste, dienstbaarste pony van stal, zeg maar de Henk Kamp van de manege?

„Nee.”

Waarna ze ‘Odessa’ kunnen opzadelen, een griezelig intelligente pony – type Samsom: „Die is een beetje temperamentvol, dus goed opletten”, grijnst Mark. Iedere week krijgen de meisjes een ander dier toegewezen. Zo leren gepamperde welvaartskinderen en hun ouders dat niet álles bestendig is. Dat het dan soms gaat om „je wil opleggen”. De manege heeft hiertoe een complete coalitie aan verrassende karakters op stal: ‘Haffie’, ‘Truus’, ‘Menno’, ‘Juliëtte’, ‘Knofje’ , ‘Champagne’, ‘Kwebbel’, enzovoort.

Mijn dochter leert snel. Ze is de nazaat van een paardenboer en hier bloeit zomaar talent van generaties geleden open: een wonder om gade te slaan. Nadeel is alleen dat zij, als kleinste van de groep, de grootste pony’s uit de manege krijgt.

De les was halverwege. Ik hield een oog op de krant – heel Nederland formeerde immers mee.

Ik zag haar niet vallen.

„Oh boy!”, riep een moeder.

Ze lag al op de grond.

Een salto!, kakelde iedereen. Mijn dochter was gelanceerd door een fjord genaamd Sjimmy.

Je wilt dan toch als een soort mastodont die bak instormen, om met maaiende armen de tijd terug te draaien. Niet doen.

„Viel ze niet op haar hoofd?”, vroeg iemand.

Blijven staan, afwachten. Een eerste valpartij is een test. Iedereen is er stilletjes als de dood voor en het is de kunst om dat te leren mennen. Sommigen keren na hun eerste val niet terug, anderen beginnen ook hun angst hun wil op te leggen.

Mijn dochter krabbelde op, zette haar cap recht en hees zich met een zuchtje terug in het zadel. De les werd hervat.

Na afloop kwam ze hoofdschuddend melden dat ‘Sjimmy’ over zijn eigen voet was gestruikeld: „Wat kan een paard toch dom zijn!”

Toen ging ze hem mopperend wortels voeren. Ook dit was een vertrouwensbreuk – maar uitzichtloos leek het niet.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.