De rottigheid van alledag

Ruim een half jaar mocht fotograaf Cornelie de Jong meekijken bij het werk van het Openbaar Ministerie in Den Haag: van woninginvallen en inbeslagnames tot opgravingen van lijken. Morgen verschijnt haar fotoboek.

Officier van justitie op plaats delict van een poging tot moord.

‘Ik dacht dat die stank nooit meer weg zou gaan.” Documentair fotograaf Cornelie de Jong zal de geur bij een lijkopgraving niet snel vergeten. Volgens de officier van justitie (OvJ) zouden zich in de kist van een twee weken eerder begraven persoon mogelijk aanwijzingen voor een misdrijf bevinden. De Jong (51) kreeg van juni 2011 tot en met februari 2012 de gelegenheid om mee te kijken met het Openbaar Ministerie (OM) in Den Haag. Niet eerder mocht een (foto-)journalist van zo nabij het werk van officieren van justitie volgen.

De Jong ging gedurende die acht maanden onder meer mee met woninginvallen en inbeslagnames van illegale goederen en volgde OvJ’s en ‘stillen’ (agenten in burgerkleding) tijdens een demonstratie. Ook legde de fotograaf plekken die voor iedereen toegankelijk zijn vast, zoals de rechtszaal. Uit 6.000 foto’s selecteerde ze 73 afbeeldingen voor haar boek Wordt Vervolgd, Achter de schermen bij het Openbaar Ministerie, dat morgen verschijnt. De toestemming van het Haagse arrondissement past in de ambitie van justitie om meer openheid te bieden en zo meer begrip te kweken voor de vaak lastige beslissingen die het moet nemen. De officieren voelen de groeiende druk van (sociale) media op hun werk, blijkt uit de begeleidende tekst in het fotoboek van De Jong.

De fotograaf heeft meer dan een schets van een beroepsgroep willen maken, vertelt ze in een koffietent in haar woonplaats Rotterdam. „We zien een wereld die wij niet kennen.” De Jong, zelf meester in de rechten, had verwacht dat het werk van een OvJ saaier zou zijn. „Natuurlijk, officieren zitten 70 procent van hun tijd achter het bureau om zaken voor te bereiden, maar hun werk is soms heel spectaculair en dynamisch. Officieren moeten heel snel kunnen schakelen. Het ene moment zitten ze in een overleg met een burgemeester, even later staan ze bij een lijk op een plaats delict.”

Spectaculaire beelden genoeg in haar boek, maar de foto van een telefonerende OvJ bij een plaats delict is volgens De Jong de meest veelzeggende uit haar reportage. De officier onderhoudt constant contact met alle personen die betrokken zijn bij de opsporing en vervolging van verdachten. „Een officier van justitie is vergroeid met zijn BlackBerry, daarom is dit zo’n treffende foto”, zegt De Jong. De fotograaf werkte onafhankelijk; justitie zou haar niet betalen voor haar werk. Althans, dat was vooraf de afspraak. De Haagse hoofdofficier van justitie Henk Korvinus heeft inmiddels besloten twintig van haar foto’s en een deel van de oplage van het boek te kopen. De Jong mocht alles vastleggen wat ze wilde en zelf besluiten welke foto’s ze zou opnemen in haar boek, maar hield wel rekening met de mening van OvJ’s, slachtoffers en verdachten.

Eén keer maakte De Jong geen foto’s – bij de dood van een 10-jarig meisje. Waar alle andere aanwezige journalisten achter het roodwitte plastic lint moesten blijven, mocht De Jong naar de plek waar het meisje om het leven was gebracht. Daar besloot ze om geen foto’s te maken van het slachtoffer. „De grens is voor mij waar de privacy van mensen in het geding komt. Dat meisje is geen publiek figuur, wat hebben we eraan om te weten wat voor kleur haar zij heeft? Als je dat wilt tonen wordt het sensatiejournalistiek.”

Een verdachte van een ‘levensdelict’ heeft De Jong niet herkenbaar in beeld gebracht. En ze sprak voorafgaand aan haar project met het OM af dat de foto’s niet te herleiden mochten zijn tot een bepaalde zaak. Vandaar dat in haar boek slechts summiere fotobijschriften zijn te vinden. Op een afbeelding staat een OvJ in een keurig pak en met blauwe latex handschoenen naast een bevuild bed waar een „poging tot moord” is gedaan. Wat zich daar precies heeft afgespeeld blijft onduidelijk.

Ondanks de beperkingen is het boek volgens de fotograaf geen gekuiste versie van de werkelijkheid. Als voorbeeld noemt ze twee foto’s waarop te zien is hoe een OvJ vuilnis doorzoekt. Dat is niet gebruikelijk, omdat de politie dat behoort te doen. De Jong: „Bij een plaats delict wordt werkelijk alles onderzocht, tot de hondenmand aan toe. Maar als je ergens drie, vier uur moet wachten help je natuurlijk mee met zoeken. Ik wilde dat graag laten zien.”

Na haar embedded periode bij justitie spreekt De Jong vol lof over de OvJ’s. Het beeld van niets en niemand ontziende crime fighters die louter op jacht zijn naar de hoogste straffen klopt volgens haar niet. De fotograaf raakte onder de indruk van de „betrokkenheid” van officieren bij hun zaken. „Ze worden gedreven door de ambitie om recht te doen, terwijl ze als advocaat vijf keer zoveel kunnen verdienen.” Nog altijd werken justitiële en gerechtelijke dwalingen uit het recente verleden door binnen justitie, merkt De Jong. Ze hoorde officieren regelmatig over de Schiedammer parkmoord of de zaak van verpleegkundige Lucia de Berk, die ten onrechte werd veroordeeld voor moorden en pogingen daartoe in een Haags ziekenhuis. De fotograaf: „De officieren zijn heel scherp op het voorkomen van een tunnelvisie. Ook al wijst al het bewijs een bepaalde kant op, toch houden zij alle opties open.”

Ondanks alle ellende die OvJ’s tegenkomen hebben ze veel lol in hun werk, zegt De Jong. „Je moet grappen maken over de rottigheid van alledag, anders houd je het niet vol.” Bovendien weten de meeste officieren gevoelens en ratio op hun werk goed van elkaar te scheiden, blijkt uit haar boek. „Natuurlijk ben ik wel geraakt wanneer ik een zaak doe waarbij iemand gruwelijk is verkracht of vermoord, maar op mijn werk zijn mijn gedachten puur strategisch. Daar denk ik slechts: wat zijn de feiten? Welke stappen moeten we nu nemen?”, zegt een OvJ daarin. „Thuis is dat anders, daar kan ik al heel emotioneel worden van bepaalde televisieprogramma’s. Zet Spoorloos aan en de tranen stromen over mijn wangen.”