De Chinese president treedt terug. Wat heeft hij eigenlijk gedaan en betekend?

Hu vanochtend op het congres van de Communistische Partij China in De Grote Hal van het Volk in Beijing. Foto AP / Lee Jin-man

Vanochtend trad de Chinese president Hu Jintao terug als partijleider. Wat heeft hij de afgelopen tien jaar eigenlijk voor China gedaan en hoe zal hij worden herinnerd?

Voor de herverkiezing van Obama was vorige week volop aandacht, maar voor de leiderschapswissel die zich deze week in China voltrekt is de aandacht een stuk minder, zeker in Nederland. En laten we nou eerlijk zijn: wat weten we nu eigenlijk van de vertrekkende Chinese president en van wat hij heeft gedaan voor China? En hoe heeft Hu Jintao de nieuwe supermacht China gepositioneerd op het wereldtoneel?

Tien economisch gouden jaren onder Hu
China heeft onder Hu economisch gezien tien gouden jaren gehad, zegt onze correspondent Oscar Garschagen vanuit Beijing. De omvang van de economie verviervoudigde, de lonen en salarissen verdrievoudigden en honderden miljoenen Chinezen, zowel op het platteland als in de stad, werden uit de armoede getrokken. Het jaarinkomen per hoofd van de bevolking steeg van omgerekend 1.400 naar 4.600 euro.

De mooie economische cijfers zijn niet alleen het werk van Hu, maar ook van zijn voorganger Jiang Zemin, zegt Garschagen, die volgens hem “een gespreid bedje” voor Hu had klaargezet. Het succesvol voortzetten van Jiang’s beleid is Hu gelukt. Schrijnende Indiase toestanden, zoals veel daklozen en een straatarme onderlaag, doen zich in China door de invoering van zorg- en pensioensystemen en een aanhoudende vraag naar arbeid niet meer voor, of het moet in sommige uithoeken zijn.

Hu heeft overigens niet al zijn ambities op economisch gebied kunnen waarmaken. Zo wilde de president de kloof tussen rijk en arm verkleinen, een ambitie die past bij de ideologie van de Communistische Partij, legt Garschagen uit. Het verkleinen van de inkomensverschillen is Hu echter niet gelukt. Dat zit hem vooral in het “historisch snelle tempo” waarin China zich ontwikkelt, aldus onze correspondent.

‘We zijn met z’n allen rijker geworden, maar ook armer’

De toename van de tegenstellingen in de Chinese maatschappij is in tegenspraak met de ambitie van Hu om van zijn land een meer “harmonieuze” samenleving te maken. Professor Lu Hanlong van het Instituut voor Sociologie in Shanghai verwoorrde de gemengde gevoelens van Chinezen over Hu’s economische politiek onlangs als volgt in NRC Handelsblad:

“Tot twintig jaar geleden waren we in de communistische Volksrepubliek China allemaal gelijk, we waren allemaal arm. China was een totaal egalitaire samenleving. Nu zijn we met z’n allen wel rijker geworden, maar tegelijkertijd ook ongelijker. Die ongelijkheid in China is een nieuw verschijnsel met vergaande consequenties voor de partij en de samenleving.”

Hu zal niet herinnerd worden als een groots president
Hoewel de Chinese economie onder Hu dus als kool is blijven groeien, zal de president vermoedelijk niet worden herinnerd als een groot staatsman. Hu wordt niet gezien als sterke man, maar als een wat saaie en stijve technocraat. “Een uiterst vriendelijke man zonder al te veel persoonlijke ambities”, is de typering van Garschagen. “Hu lijkt een beetje de voorzitter van de raad van bestuur van een grote onderneming.”

The New York Times typeerde Hu vorig jaar al tot misschien wel “de zwakste leider van het communistische tijdperk”. Hu wordt een “onderhandelaar” genoemd, iemand die het Chinese leiderschap nooit volledig onder controle had. Zijn nogal “onnatuurlijke” uitstraling deed zijn gezag geen goed, zo schrijft de Amerikaanse krant.

Persbureau AP haalt een Chinese analist aan die Hu’s regeerperiode als “een verloren decennium” betitelt. De president zou te weinig werk hebben gemaakt van het doorvoeren van politieke hervormingen. Daar komt bij dat de Chinese machthebbers zelf de laatste jaren verwikkeld zijn geraakt in tal van schandalen. Dat doet het aanzien van de partij geen goed.

De Chinezen lijken dan ook minder tevreden dan toen Hu aantrad. Er wordt op internet met 750 miljoen gebruikers en meer dan 500 miljoen twitteraars enorm geklaagd; het ongenoegen spuit van de beeldschermen af, schreef Garschagen onlangs in NRC Handelsblad:

Er wordt steeds vaker en massaler gedemonstreerd tegen landonteigeningen, uitbreiding van chemische complexen en tegen willekeurige arrestaties door de gewapende paramilitaire politie. [...] De middenklasse maakt zich grote zorgen over de huizenprijzen, de voedselveiligheid, het milieu en de overvolle ziekenhuizen. De boeren over de vaak gewelddadige landonteigeningen, de armen over de ongelijkheid en het gebrek aan sociale voorzieningen. En iedereen klaagt over corruptie, een wijdverbreid en cultureel verankerd fenomeen.

Hu tijdens een ontmoeting met Obama op de Nuclear Security Summit in Washington in 2010. Foto AFP / Jewel SamadHu tijdens een ontmoeting met Obama op de Nuclear Security Summit in Washington in 2010. Foto AFP / Jewel Samad

Hu was wel zeer zichtbaar in het buitenland
Als het gaat om China’s buitenlandbeleid, heeft Hu veel werk verzet. Hij is volgens Garschagen “zeer zichtbaar” geweest in de tien jaar dat hij president was. Hu reisde vooral veel naar Afrika en Latijns-Amerika, twee continenten die voor China van groot belang zijn vanwege het winnen van grondstoffen en het vinden van nieuwe afzetmarkten. Door zijn vele reizen naar deze continenten is de invloed van China er aanzienlijk vergroot. Hu ontwikkelde volgens Garschagen een soort diplomatie “waar we in Europa nog te weinig op letten”.

Naast economische diplomatie werkte China onder leiding van Hu ook aan versterking van het leger en liet het militair gezien meer zijn tanden zien in Azië. Elizabeth C. Economy van de Council on Foreign Relations, een Amerikaanse denktank, schreef onlangs dat China de “backyard bully” van de Pacific is geworden:

It is a problem largely of China’s own making, and includes: serious, occasionally violent, conflicts with the Philippines, Vietnam, and Japan; disaffection in Canberra and Singapore; and a new degree of unpredictability in relations with previously stalwart supporters Burma/Myanmar and North Korea. Dialing all this back won’t be easy, particularly in the context of a newly revitalized U.S. presence in the region.

China liet zich onder Hu’s leiderschap niet alleen in Azië meer gelden, maar deinsde er ook niet voor terug om zich samen met Rusland tegen het Westen te keren. Zo waren de Chinezen boos over de NAVO-operatie in Libië en verhinderen zij mede daarom al lange tijd dat de politieke druk op het Syrisch regime van Bashar al-Assad wordt opgevoerd. Even krachtig als voorheen keerde China zich onder Hu tegen buitenlandse inmenging in interne aangelegenheden.