Britten kiezen hun politiechef

Voor het eerst beslissen burgers in Engeland en Wales morgen zelf wie hun hoofdcommissaris van politie wordt. Vooral politici azen op de post.

„Het is de grootste verandering bij de politie in tweehonderd jaar.” Paul Davison zegt het op serieuze toon. Hij is een lange rijzige man met witgrijs haar, doordringende blauw ogen, en een licht Yorkshire-accent. Hij straalt autoriteit uit. Praat op straat in Hull net zo makkelijk met een gehaaste kantoorwerker, als met een dakloze ex-gevangene.

En hij wil hoofdcommissaris worden. De eerste gekozen hoofdcommissaris van het politiekorps van Humberside, in Oost-Engeland, waar 690.000 kiezers wonen. Hij zegt: „Als het vertrouwen in de politie moet worden hersteld – en dat is de heilige graal – dan ben ik diegene die écht een verschil kan maken.”

In 41 regio’s kiezen morgen de Engelsen en de Welsh hun eigen politiecommissaris, voor een periode van vijf jaar. Hij of zij wordt verantwoordelijk voor de lokale prioriteiten, voor de verdeling van het budget, en de benoeming – en het ontslag – van de chief constable. Deze lagere commissaris wordt nu nog benoemd door de minister van Binnenlandse Zaken. Een politieraad, met onder meer gemeenteraadsleden, zet de strategie uiteen.

De verkiezingen worden gezien als een baanbrekende oefening in lokale democratie. De drie grote Britse partijen beloofden tijdens de verkiezingen allemaal een gekozen politietop in te voeren. De gekozen hoofdcommissaris moet ervoor zorgen dat de politie verantwoording aflegt aan de burger. De kloof tussen burger en agent moet kleiner.

De 59-jarige Davison is in Humberside de enige van de zeven kandidaten die uit de politie komt. Maar hij maakt zich geen illusies: zijn grootste tegenstander is Lord John Prescott, oud-vicepremier. Die was veertig jaar lang Lagerhuislid namens Hull, de enige stad in de regio. Hij krijgt daarom nationale aandacht, heeft de Labourpartij met partijkas en vrijwilligers achter zich, en wist zijn oude baas, Tony Blair, zover te krijgen dat die afgelopen weekeinde kiezers belde – al is men in Hull verdeeld over welk effect de nog altijd impopulaire Blair moet hebben.

Oud-hoofdinspecteur Davison begrijpt niet hoe mensen zonder politie-ervaring mee kunnen doen aan de verkiezingen: „Ik weet hoe je de misdaad moet bestrijden. Dat gebeurt niet per ongeluk, dat vraagt om hard werk, 24 uur per dag, zeven dagen per week.”

De andere kandidaten komen met soundbites, zegt Davison: „Ze zeggen: ‘we willen meer blauw op straat’, ‘we willen minder bureaucratie’. Maar ze hebben niet nagedacht over hoe ze dat willen bereiken.” Minder bureaucratie – voor Davison betekent dit dat rechercheurs minder lang telefonisch in de wacht worden gehouden door de openbaar aanklager. En meer blauw op straat: een bobby op de fiets, die is zichtbaar én op meer plekken tegelijk.

De verwachting was dat lokale zwaargewichten uit het bedrijfsleven of oud-militairen zich kandidaat zouden stellen. Maar die meldden zich niet. De kandidaten zijn bijna allemaal (oud)politic: 134 van de 191 kandidaten in Engeland en Wales komen uit de politiek (zowel de drie grote partijen, als bijvoorbeeld ook de extreemrechtse English Democrats). De vrees van tegenstanders van de gekozen hoofdcommissaris is dat de politie speelbal wordt van politieke partijen.

De campagne van Davison verloopt moeizaam. In de mistige straten van Hull heeft bijna niemand gehoord van de verkiezing. De opkomst zal naar verwachting in het hele land laag zijn.

Maar Davison is gemotiveerd. Hij vertelt gepassioneerd over de zaken die hij als hoofdinspecteur oploste. Een moordzaak waarbij hij van deur tot deur ging, net zolang tot de dader was gevonden. De ouders van het slachtoffer steunen hem in zijn verkiezingscampagne. „We moeten weer ambitie hebben”, zegt hij: „Humberside staat onderaan de lijst met opgeloste zaken. Nu zegt de korpsleiding ‘laten we het niet slechter doen dan vorig jaar’.”

Veertig procent van de misdaden in Humberside wordt niet onderzocht, zegt hij. „Er wordt vaak niet eens de moeite genomen.” En dan doelt hij niet op moordzaken, maar op juist die kleine criminaliteit waar de burger zo’n last van heeft: een inbraak in de schuur, gebroken ramen, mobieltjes die uit de hand worden gegrist, antisociaal gedrag. Hij noemt het arrogantie, de focus ligt niet meer op het slachtoffer: „Wanneer zijn we daarmee gestopt?”

Zijn belofte: álle misdaden worden onderzocht. Is dat niet onrealistisch in een tijd van bezuiniging? Net als in heel Engeland en Wales moet ook het korps van Humberside besparen, komende vijf jaar 23 miljoen pond (28,5 miljoen euro) op een totaal van 180 miljoen. „De middelen gaan omlaag, maar de verwachting van het publiek omhoog”, erkent Davison. Maar het kan wel: „Nu drinkt de buurtpreventieagent zes dagen later een kopje thee met het slachtoffer. Hij kan ook onmiddellijk langsgaan. Daar heb je geen rechercheur voor nodig.”

Loopt hij niet de kans dat hij als hoofdcommissaris de verkeerde prioriteiten stelt? Davison klopt op zijn hart. Hij voelt dat dit de juiste strategie is voor Humberside. Hij heeft het als hoofdinspecteur van East-Riding, een vierde van de regio, ook zo gedaan. En daar nam het vertrouwen in de politie toe, en de criminaliteit af.

Theresa May, minister van Binnenlandse Zaken, zegt niet bang te zijn voor verkeerde prioriteiten. Ze wijst op Londen, waar – de gekozen – burgemeester Boris Johnson zelf fungeert als hoofdcommissaris: „Hij liet merken wat hij aangepakt wilde zien, zoals criminaliteit in het openbaar vervoer – en dat is gebeurd.”