Briljante Beethoven met Brüggen en Bezuidenhout

Bijna wankelend liep Frans Brüggen zaterdag, zondag en maandag over het podium van de Rotterdamse Doelen. De dirigent (78) verkeert fysiek in zijn nadagen, maar zijn muzikale geest is nog levendig als vanouds. Eenmaal op zijn draaistoel voor zijn Orkest van de Achttiende Eeuw bleek hij drie dagen vol vlijmscherp vuur in de uitvoering van ondermeer de vijf pianoconcerten van Ludwig van Beethoven met de fortepianist Kristian Bezuidenhout als opzienbarende solist.

De fortepiano is een zeldzaam verschijnsel in de grote concertzalen. De antieke voorloper van de grote concertvleugel is een muziekhistorisch fossiel dat wel een hoogst bijzondere klank heeft, maar ook heel weinig volume produceert. Twee weken geleden speelde Bezuidenhout het Vijfde pianoconcert van Beethoven in het Amsterdamse Concertgebouw, maar er was nauwelijks iets van te horen. Hij werd vrijwel constant overstemd door het Freiburger Barockorchester.

In De Doelen met zijn helderder akoestiek was dat met hetzelfde instrument (een kopie van een Conrad Graf uit 1824) totaal anders. Brüggen zorgde voor een ideale balans en zo kon men genieten van ieder parelend loopje, elke triller en al het gerinkel en getinkel dat Bezuidenhout uit het instrument haalde. De langzame delen waren het meest vervoerend en het spannendst. De muziek stond soms bijna stil: waar blijft de volgende noot?

Het ontbreken van Beethovens pianoconcerten in de omvangrijke discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw is een ernstige en algemeen betreurde lacune. Oorspronkelijk had het orkest dan ook de hoop om de pianoconcerten in Rotterdam live op te nemen. Maar Bezuidenhout (1979) acht zich daarvoor nog te jong. De ware Beethovenliefhebber heeft niets aan zulk soort bescheidenheid. De gedachte die vijf pianoconcerten met dit orkest en met deze solist op deze briljante wijze hoogstwaarschijnlijk voor het eerst èn het laatst te hebben gehoord, is dan ook onverdraaglijk.