Brabander die Nederland heeft leren zwemmen

Twintig jaar geleden begon zwemcoach Jacco Verhaeren als pionier in een onbekende wereld. Nu heeft Nederland een naam in de zwemwereld.

Jacco Verhaeren in 2001 met Inge de Bruijn. Foto Soenar Chamid

Ranomi Kromowidjojo noemde hem vorig jaar tijdens een ochtendtraining eens plagerig ‘badmeester’. Hoewel ze het niet zo bedoelde, had ze geen typerender beschrijving kunnen geven van haar coach, Jacco Verhaeren: de man die Nederland leerde zwemmen.

Vijf Olympische Spelen, tien gouden medailles – geen enkele Nederlandse sportcoach kan het hem nazeggen. Gisteren maakte Verhaeren (43) in zijn bastion Eindhoven verrassend bekend dat hij terugtreedt als zwemcoach en zich tot aan de Spelen van Rio de Janeiro (2016) zal concentreren op die andere functie die hij al jaren bekleedt, maar die hem veel minder bekendheid opleverde, die van technisch directeur van zwembond KNZB. Na ‘Londen’ twijfelde de Brabander lang of hij beide functies nog kon combineren. „Toppers verdienen een trainer die 100 procent kan leveren. Daar twijfelde ik aan.” Die twijfel was voor hem voldoende om terug te treden van de badrand, zei hij gisteren. „Het is een moeilijke beslissing geweest.”

Internationaal zat zwemmend Nederland nog in het peuterbad toen Verhaeren, oud-rugslagzwemmer, begin jaren negentig een pact sloot met een nog piepjonge Pieter van den Hoogenband. Waar de Nederlandse sportwereld nog overwegend in het klein dacht, gingen Verhaeren en ‘VdH’ voor niets minder dan het hoogst haalbare. Verhaeren wilde de beste coach van de wereld worden, zijn pupil olympisch kampioen.

Dankzij de professionele aanpak van Verhaeren groeide het zwemmen met talenten als Marcel Wouda (wereldkampioen), Van den Hoogenband (drievoudig olympisch kampioen) en Inge de Bruijn (vier maal olympisch goud) uit tot de meest succesvolle Nederlandse sport in Sydney (2000), Athene (2004). Afgelopen zomer, in Londen, lukte dat opnieuw, dankzij de dubbelslag van Kromowidjojo. Maar ook van Marleen Veldhuis, Inge Dekker en Sharon van Rouwendaal maakte hij wereldtoppers en Verhaeren was de regisseur achter vier gouden estafettejaren van de vrouwen. Het leverde hem in Nederland de titel ‘coach van het decennium’ (2000-2010) op.

Succes is geen toeval, leerde hij al vroeg. Overal waar hij kon snoof hij kennis op, vanuit alle mogelijke wetenschappelijke invalshoeken. Altijd zocht hij naar manieren om te vernieuwen, om zijn zwemmers te prikkelen met nieuwe vondsten. Een „geniale gek”, noemde Van den Hoogenband hem eens.

Hun successen werden in klinkende munt omgezet: in Eindhoven verrees één van de meest geavanceerde zwemlaboratoria ter wereld. Het was niet voor niets dat de bond Verhaeren in 2006 carte blanche gaf om een structuur op te zetten voor het topzwemmen. Die ‘andere baan’, naast zijn dagelijkse trainingen in Eindhoven, leidde tot twee uiterst professionele nationale zweminstituten, vier regionale centra en twintig talentencentra. Daarmee zorgde hij ervoor dat het zwemmen in Nederland niet meer afhankelijk is van één man, zoals een jaar of tien geleden.

Verhaeren beseft dat er een „einde aan een tijdperk” is gekomen, zoals hij het zelf omschrijft. „Het is een fantastische periode geweest, ook dankzij geweldige zwemmers. Ik heb mijn droom als trainer kunnen waarmaken, en de dromen van de zwemmers. Daar ben ik trots op.”

Omgekeerd mag de Nederlandse sportwereld de handen dichtknijpen dat Verhaeren, ondanks serieuze interesse uit veel grotere zwemlanden, Eindhoven altijd trouw bleef. Ook na Londen was er interesse genoeg, maar Verhaeren, geboren in Rijsbergen, wil niet graag weg uit Brabant. „Er is nog steeds een sportieve uitdaging in Nederland. We liggen met onze faciliteiten niet meer achter op de rest van de wereld.”

Hij zal zich vanaf nu vooral richten op zijn werk voor de bond tot aan en voorbij ‘Rio 2016’. Verhaeren is positiever over de toekomst van het Nederlandse zwemmen dan toen hij samen met Van den Hoogenband over de wereld trok, als tamelijk eenzame toppers in een fletse sportcultuur. „De toekomst van het Nederlandse zwemmen ziet er zeer rooskleurig uit. Er staat een nieuwe batterij jongelingen klaar. NOC*NSF heeft grote plannen met het zwemmen, dus de programma’s zullen nog professioneler worden.”

En hij zal er nauw bij betrokken blijven, zeker bij de grote toernooien. „Ik zal zeer regelmatig aan de badrand staan, vooral om coaches te ondersteunen. Ik wil met mijn kennis en expertise andere coaches steunen, zodat zij hun dromen en die van hun sporters kunnen waarmaken.”