Bogen en welvingen

De architectuur kent ‘nauwe verwanten’; ontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag het Scheringa Museum en Louis Kahn.

Kimbell Art Museum. Foto uit Louis Kahn – The Power of Architecture (NAi)

Zou het werkelijk? Heeft de Amsterdamse School echt invloed gehad op het werk van Louis Kahn, de Amerikaanse architect van wie nu een overzichtstentoonstelling is te zien in het Nederlands Architectuurinstituut? In de catalogus beweert Michael Lewis dat Kahns werk pas tot ‘volle wasdom’ kwam toen het een vergelijkbare ‘krachtige expressie van sculpturaal metselwerk en nadrukkelijke silhouetten’ kreeg als de gebouwen van de Amsterdamse-Schoolarchitecten uit het begin van de 20ste eeuw.

Lewis’ belangrijkste bewijs voor de invloed van de Amsterdamse School is de reis die de in Estland geboren Kahn in 1928 maakte door Europa. Hij bezocht ook Amsterdam en had daar vooral oog voor de gebouwen van Amsterdamse-Schoolarchitecten als Piet Kramer. Op de tentoonstelling in het NAi hangt nu een tekening die hij maakte van de toren van het toen spiksplinternieuwe Olympisch Stadion van Jan Wils in Amsterdam.

Maar wie de Amsterdamse-Schoolgebouwen vergelijkt met het ‘rijpe’ werk van Kahn ziet uiteindelijk toch bar weinig overeenkomsten. De wellustige welvingen van de Amsterdamse-Schoolgebouwen ontbreken in Kahns gebouwen, zoals de knoestige onderkomens van de regering van Bangladesh in Dhaka. Opgebouwd uit dozen, cilinders en andere simpele geometrische volumes is Kahns stugge oerarchitectuur eerder het tegendeel van het wilde expressionisme van de Amsterdamse School.

Omgekeerd heeft Kahns werk wel zichtbaar invloed gehad op Nederlandse architecten. Zo staat nu in een Noord-Hollandse polder een gebouw dat overduidelijk sporen van Kahn draagt. Het Scheringa Museum in Opmeer is zelfs zo nauw verwant met Kahns Kimbell Art Museum in Forth Worth uit 1972 dat het zijn jongere (maar grotere) broer kan worden genoemd. Net als het Kimbell Art Museum is het Scheringa Museum, ontworpen door Herman Zeinstra, een bogengebouw, dat bestaat uit lange, naast elkaar geplaatste zalen met ronde daken. Zeinstra heeft Kahn zelfs willen overtreffen door het exterieur van het Scheringa Museum nog allerlei extra flauwe bogen te geven. Alleen zijn Zeinstra’s bogen niet van natuursteen maar van baksteen. Zo is het Scheringa Museum een echte Hollandse polderversie van het Kimbell Art Museum geworden.

Net als in Kahns museum hebben sommige gebogen daken van het Scheringa Museum precies in het midden lichtspleten waardoor het licht op de kunstwerken zou vallen. Zou, want het Scheringa Museum is nooit voltooid. In 2009 raakte de opdrachtgever, Dirk Scheringa, oprichter en eigenaar van de DSB Bank, in financiële problemen. De DSB ging ten slotte ten onder en de bouw van het museum voor Scheringa’s grote collectie (magisch-)realistische kunst werd gestaakt. Pogingen om het gebouw te verkopen en alsnog te voltooien, liepen op niets uit.

Dit maakt de jonge broer van Kahns Kimbell Art Museum tot een tragisch gebouw. Het museum, dat met een oppervlakte van 10.000 vierkante meter groter moest worden dan Rietvelds Van Gogh Museum in Amsterdam, had het magnum opus moeten worden van de nu 75-jarige Zeinstra. Maar het voor tachtig procent voltooide gebouw is op weg de indrukwekkendste ruïne van Nederland te worden.