Als alles goed gaat, mag Akhrat blijven

Het kinderpardon van Rutte II geeft sommige gezinnen hoop. Maar zoals bij elke regeling zijn er ook mensen die net buiten de boot vallen.

Faith balanceert tussen hoop en vrees. Dat klinkt dramatisch, en dat is ook dramatisch. Misschien vallen haar twee oudste kinderen van vijf en zes jaar onder het kinderpardon. Dat betekent dat zij en haar drie kinderen (de jongste is 2) een verblijfsvergunning krijgen. Maar misschien voldoen ze toch niet aan alle voorwaarden. Dat betekent dat ze zullen voortleven zoals nu, aan de rand van de maatschappij, met een constante angst voor uitzetting.

In het regeerakkoord staan afspraken over een kinderpardon. Kinderen van asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland wonen voordat ze 18 jaar worden, krijgen een verblijfsvergunning. Die moeten ze dan wel aanvragen voordat ze 21 zijn. Hun ouders en eventuele broertjes en zusjes mogen ook blijven, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet het gezin onafgebroken in Nederland zijn geweest, een asielvergunning hebben aangevraagd en altijd hebben meegewerkt in de asielprocedure. Het is nog onduidelijk om hoeveel kinderen het precies gaat. Schattingen gaan uit van ten minste vijftienhonderd.

Carla van Os van de organisatie Defence for Children is zeer gelukkig met het kinderpardon. „Voor het eerst is worteling erkend als criterium voor een verblijfsvergunning.” Worteling betekent dat een kind in Nederland is thuisgeraakt omdat het er lange tijd woont en naar school gaat. Het kind beschouwt Nederland als zijn vaderland. In een eerder wetsvoorstel van PvdA en de ChristenUnie ging het nog om een periode van acht jaar. Ook de verkorting naar vijf jaar vindt Van Os goed.

Zoals elke regeling kent ook dit voorstel veel kinderen die er nét buiten vallen. Neem Mina William, een jongen van veertien uit Den Haag. Hij zit in de tweede klas van de havo. Hij wil piloot worden of journalist. Hij volgt de tienersoapserie Spangas en het journaal. Hij leest de boeken van Carry Slee. Mina moet naar Egypte.

Hij lijdt onder de onzekerheid en beperkingen van het illegale bestaan. En misschien nog wel meer onder het verdriet en de angsten van zijn ouders. Thuis heerst al jaren zwaarmoedigheid. Zijn ouders vluchtten uit Egypte in 1998. Ze waren hun leven niet zeker omdat ze christen zijn, vertellen ze. Zijn vader vroeg geen asiel aan in Nederland, omdat hij hoorde dat dat geen zin had. Dat werkt nu sterk in het nadeel van Mina en zijn jongere zusje. Zonder asielaanvraag komen kinderen niet in aanmerking voor het pardon.

De advocaat van Mina, Martin Mons, vindt dat er wel een heel groot verschil is tussen mensen die iets aanvroegen waar ze geen recht op hadden (namelijk asiel) en mensen die iets niet aanvroegen omdat ze dachten er toch geen recht op te hebben. „Mina is hier geboren. Hij is veertien. Is hij minder geworteld dan kinderen die hier vijf jaar zijn? Je zou zeggen van niet. Waarin verschilt de situatie van die kinderen dan van de zijne?”

Als alles goed gaat, mag Akhrat Khalet (13) blijven. En haar ouders, broer en drie zusjes ook. Zeven jaar zijn ze in Nederland. „Je weet nooit zeker of ze je meerekenen”, zegt Akhrat door de telefoon. Ze heeft geleerd dat niets in het leven zeker is en houdt een slag om de arm. Ze waren kort in het buitenland en dat kan tegen hen werken. Aan de andere kant is haar zusje van twee verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. Ze gelooft eigenlijk niet dat zo’n meisje zal worden weggestuurd. Het gezin woont momenteel in twee kamers in het uitzetcentrum in Katwijk. Akhrat zit op het vmbo.

En Faith, ach Faith. Faith huilt als ze haar verhaal vertelt. Ze was 12 jaar toen de rebellen hun huis binnenkwamen. Ze vertelt gedetailleerd over de martelingen, de gedwongen seks tussen vader en dochter, moeder en zoon. De onmogelijkheid om te weigeren, de totale onmenselijkheid van de situatie. De penis van haar vader werd afgesneden, haar vader werd vermoord.

Ze werd een paar dagen later opgehaald en meegenomen. Ze werkte een tijdje als piepjonge seksslavin, waarschijnlijk in Sierra Leone. Daarna werd ze verkocht aan een mensenhandelaar en naar Nederland gesmokkeld. Een klant die doorhad dat er iets niet klopte, hielp haar ontsnappen. Ze was nog net 15 toen ze asiel aanvroeg. Van buiten intact, van binnen kapot.

Ze durfde niet alles te vertellen. Ze was getraumatiseerd en had haar moeder beloofd het geheim te houden. Ze kreeg geen asiel.

Ze is nu 26. Met haar drie kinderen woont ze op één kamer. Ze krijgt hulp bij het verwerken van haar trauma, maar kan elk moment worden uitgezet. Het kinderpardon in het regeerakkoord biedt hoop.