Zondebok luidt klok

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: klokken luiden.

Nederland, Ubbergen, 15-5-2012 Eindexamen Nederlands HAVO. Leerlingen, kandidaten, betreden de gymzaal waar het centraal schriftelijk examen, cse, wordt afgenomen. Een surveillant zet nog even de klok, tijd, gelijk. Foto: Flip Franssen

‘Heren, volgend op de vergadering van gisteren zijn mij een aantal zaken duidelijk geworden.” Zo begint de e-mail waarmee een adviseur bij Theodoor Gilissen Bankiers (TGB) zijn baan op staande voet opzegt. Hij schrijft dat de bank vele voorschriften en regels overtrad in een dossier van zijn klant. En dat de oplossing die binnen de bank wordt voorgesteld, neerkomt op het „voor de zoveelste keer” verdraaien van feiten. De bank zou verwachten dat hij een overeenkomst helpt fingeren om zo fouten te verbergen.

De adviseur vindt dat hij door zijn directie verantwoordelijk wordt gehouden voor fouten die de bank zelf maakte. De klant heeft een tekort van 4,5 miljoen op zijn effectenrekening dat door de bank zou zijn veroorzaakt.

De adviseur schrijft dat wat de bank van hem vraagt „op morele en ethische gronden onacceptabel is. Ik heb in deze zaak altijd de waarheid gesproken en het is mijn intentie om dat in de toekomst ook te doen”. Hij vreest dat hij straks bij de rechter leugens moet vertellen om zijn bank te verdedigen.

Ook denkt hij dat hij als zondebok wordt gebruikt. „Ik vind dat volstrekt onterecht en dit leidt tot een dusdanig ongezonde vorm van stress dat ik niet langer fatsoenlijk kan functioneren.” En „van de aantrekkingskracht van de corporate values van TGB is op dit moment weinig meer over”.

De adviseur stuurt de mail naar de directie, de aandeelhouder van de bank en ook naar de klant zelf. Hij licht ook de Autoriteit Financiële Markten in. Hij werkte acht jaar bij de bank. Hij eist zijn vakantiedagen, een schadevergoeding, een eerder afgesproken bonus en een integriteitsverklaring.

De bank neemt het hem echter hoogst kwalijk dat hij ook de klant informeerde en weigert het arbeidscontract zo af te wikkelen als de adviseur wil. Die gaat naar de kantonrechter, waar hij verliest, en naar het gerechtshof, waar hij ook verliest. Beide instanties willen hem niet de bescherming van een klokkenluider geven.

Het doorspelen van deze specifieke informatie diende geen zwaarwegend publiek belang, maar vooral het belang van de klant, vinden de rechters. De adviseur gedroeg zich niet als een „goed werknemer”. Hij had zijn bevindingen moeten melden aan een leidinggevende binnen de bank of eventueel bij de aandeelhouder. Een adviseur heeft een geheimhoudingsplicht. Loyaliteit en discretie zijn dan gepast.

De adviseur gaat in cassatie bij de Hoge Raad. Daar voert hij aan dat hij zich juist heeft gehouden aan speciale wettelijke regels die banken verplichten hun klanten juist in te lichten bij dit soort belangentegenstellingen. Ook hield hij zich aan de interne regels van de bank die onethisch of onwettelijk gedrag verbieden. Volgens dat interne handboek staat het belang van de klant voorop, zelfs als de adviseur daarvoor eventueel ongeoorloofde stappen moeten zetten.

In een arrest van eind oktober van de Hoge Raad (www.rechtspraak.nl: LJN BW9244) krijgt de adviseur deels gelijk. Weliswaar klopt het dat een goed werknemer „in beginsel” discreet en loyaal moet zijn jegens de werkgever, ook bij een misstand die moet worden bestreden. Als er voor de werkgever „minder schadelijke wegen” openstaan moet een klokkenluider die eerst bewandelen.

Maar er is ook een uitzondering denkbaar. Namelijk als de misstand dezelfde functionarissen betreft bij wie de klokkenluider ze zou moeten melden. Dan „valt niet in te zien dat een melding enig effect zou hebben gehad”.

De zaak moet opnieuw worden beoordeeld door een gerechtshof. Het lijkt erop dat de adviseur de plicht om eerst intern te melden inderdaad mocht overslaan.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl