Wat had Rabo-leiding kunnen weten?

In de rechtszaak tussen Michael Rasmussen en de Raboploeg herhaalde de ploeg gisteren niet van het bedrog van de Deen te hebben geweten.

NOVUM05:HOGER BEROEP RASMUSSEN RABOBANK:ARNHEM;12NOV2012-Vandaag om 09:00 uur is het hoger beroep in de zaak van de wielrenner Michael Rasmussen tegen de Rabobank. FOTO: Michael Rasmussen betreedt de rechtszaal van de rechtbank in Arnhem.Novum/pr/str.Paul Rapp Novum PAUL RAPP

Erik Breukink kon zich nog goed de reactie van zijn wielrenners herinneren, toen de Raboploeg tijdens de Tour de France van 2007 werd verteld dat Michael Rasmussen vier dagen voor de slotrit naar Parijs uit de koers was gehaald. De renners die tweeënhalve week voor hun kopman hadden gewerkt, maakten zich vooral zorgen dat „ze een hoop geld zouden gaan verliezen”, zei de voormalig ploegleider en later technisch directeur van de Raboploegen gisteren voor het gerechtshof in Arnhem. Met het ontslag van geletruidrager Michael Rasmussen zouden ook zijn ploeggenoten de premies voor de Tourzege mislopen, zo was de vrees.

Het hof wilde daarop weten of niet was gediscussieerd over de reden van Rasmussens ontslag, of er geen „enorm geroddel” op gang kwam. De Deen had immers gelogen over zijn verblijfplaatsen in de aanloop naar de Tour. Daar had Breukink niets van meegekregen, zei hij.

Breukink was een van de vijf getuigen die gisteren waren opgeroepen door de Raboploeg in de rechtszaak tussen het wielerteam en oud-renner Rasmussen. Die eist in hoger beroep voor het Arnhemse gerechtshof 5,8 miljoen euro van zijn voormalige werkgever.

De Deen stelt dat hij tijdens de Tour van 2007 ten onrechte op staande voet is ontslagen door zijn ploeg, nadat duidelijk was geworden dat hij had gelogen over zijn voorbereiding op de Tour. Rasmussen had aan de internationale wielerunie UCI opgegeven dat hij in Mexico was, bij zijn schoonfamilie, maar hij trainde in werkelijkheid onder meer in Italië. In mei van dit jaar liet Rasmussen doorschemeren dat hij had gelogen om dopingcontroles te ontwijken. Volgens de Deen wist de ploegleiding van Rabobank van zijn bedrog en was er dus geen dringende reden voor ontslag.

De Raboploeg heeft van het hof in een tussenvonnis de opdracht gekregen aan te tonen dat de ploegleiding niet van het bedrog af wist. De getuigen die de wielerploeg gisteren had opgeroepen, verklaarden dat ook eensgezind.

„Rasmussen heeft altijd volgehouden dat hij in Mexico was geweest”, zo zei toenmalig algemeen directeur Theo de Rooij gisteren. Ook Breukink zei dat hij altijd had gedacht dat Rasmussen in Mexico verbleef voor de Tour.

De zaak tussen Rasmussen en de Raboploeg loopt al vijf jaar. In juni 2008 oordeelde de kantonrechter in Utrecht dat de ploegleiding „wist, althans had kunnen weten” dat Rasmussen had gelogen over zijn verblijfplaatsen. De rechter kende Rasmussen een schadevergoeding van 665.000 euro toe. Beide partijen gingen tegen dat vonnis in beroep. Rabobank stelt niet van het bedrog te hebben geweten, Rasmussen claimt ook de inkomsten die als Tourwinnaar zou zijn misgelopen.

In het Arnhemse gerechtshof werden gisteren de gebeurtenissen bij de Raboploeg voor en tijdens de Tour van 2007 uitgebreid besproken.

Belangrijk onderwerp was de waarschuwing die Rasmussen op 29 juni, een week voor het begin van de Tour, van de UCI had ontvangen. Dopingcontroleurs hadden hem niet kunnen vinden. Een kopie van de waarschuwing was naar De Rooij gefaxt, die de brief met Breukink had gedeeld. In de waarschuwing stond onder meer dat Rasmussen had opgegeven dat hij in de periode tussen 4 en 29 juni in Mexico zou zijn.

Gisteren zei Breukink dat hij de brief niet goed had gelezen. Hij had zich daardoor niet gerealiseerd dat hij Rasmussen in dezelfde periode, op 6 juni, in Italië had ontmoet.

De Rooij had drie dagen voordat hij de waarschuwing ontving, nog een discussie gehad met Rasmussen. Tijdens een telefoongesprek had De Rooij gevraagd of Rasmussen, die op een trainingskamp van de ploeg in de Pyreneeën was, zijn verblijfplaatsen had doorgegeven. De Deen „was daar aarzelend over”, zei de Rooij. De oud-directeur had toen zelf de UCI gebeld. In de waarschuwing stond dat Rasmussen had opgegeven dat hij ook tijdens de Pyreneeënverkenning van de ploeg in Mexico zou zijn. Gisteren zei De Rooij dat hij „natuurlijk wel twijfel” had gehad, maar dat Rasmussen de waarschuwing voldoende overtuigend had kunnen uitleggen.

Op 18 december wordt de rechtszaak voortgezet, met het verhoor van de getuigen die Michael Rasmussen wil oproepen.