Wada-baas: strijd tegen doping niet te winnen

John Fahey, de Australische voorzitter van het wereldantidopingagentschap Wada, ziet schone sport als een illusie. Dopingbestrijding zal volgens hem noodzakelijk blijven. „Of ik het gevoel heb dat we aan de winnende hand zijn? Nee, deze strijd kunnen we niet winnen”, zei de voorzitter gisteren op een conferentie van de Wada in Parijs.

Volgens Fahey is het Usada-rapport over het structurele dopegebruik van Lance Armstrong het topje van de ijsberg. „Die zaak leert ons dat er onder de oppervlakte veel problemen schuilgaan die ieder moment kunnen opborrelen."

Fahey vindt desondanks dat de laatste jaren onmiskenbaar stappen voorwaarts zijn gezet. „Ik denk dat er veel meer aandacht voor doping is. We hebben ook meer kennis van de schadelijke effecten. En elke onthulling, zoals die van Armstrong, is van afschrikkend belang."

Fahey houdt zorgen over de toevloed van illegale producten, met name rond fitnesscentra en sportscholen. „In de media gaat het vooral over topsport, maar doping is veel wijder verspreid.”

Wada-directeur David Howman is positiever gestemd. Hij roemde gisteren de inspanningen van het Amerikaanse antidopingagentschap Usada. „Ze hadden achterover kunnen leunen en kunnen zeggen: dit is te moeilijk. Maar dat deden ze niet. De pestkoppen namen de regie over, overleefden een tijdje, maar vielen uiteindelijk van hun voetstuk.”

Ten aanzien van Armstrong stoort het Howman dat de voormalige wielrenner op Twitter een foto verzond van zijn woonkamer waarin hij languit op de bank lag met aan de muur zijn zeven gele truien. Zijn tweet luidde: ‘Terug in Austin om wat uit te rusten’. Howman: „Ik zie daarin het tegenovergestelde van een bekentenis.”

Voorzitter Jacques Rogge van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) pleitte in Parijs voor meer out-of-competition-controles. „Omdat dopingkartels voortdurend nieuwe middelen willen en wegen zoeken om controles te ontlopen.”