Verdrag tegen sigarettensmokkel

Internationale afspraken over het terugdringen van het aantal rokers hebben weinig effect. Vooral in delen van Azië worden ze nauwelijks nageleefd.

Hoewel vrijwel niemand nog twijfelt aan de schadelijkheid van roken, slaagt de internationale gemeenschap er maar niet in om het aantal rokers wereldwijd terug te dringen. Dat zal ook deze week weer blijken in Seoul, waar de tweejaarlijkse conferentie wordt gehouden van de FCTC, de Framework Convention on Tobacco Control, de onderafdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die verantwoordelijk is voor maatregelen om het roken aan banden te leggen.

Met een jaarlijkse productie van zo’n zes biljoen sigaretten zijn de belangen dan ook groot. Tabaksboeren, verzekeraars, farmaceuten, tabaksindustrie, sigarettensmokkelaars en overheden die geld binnenhalen met accijnzen op tabaksproducten – allemaal kijken ze op hun eigen manier naar het onderwerp.

Toch begon de conferentie gisteren met een succes. De landen zijn het na vier jaar onderhandelen eens over een verdrag tegen sigarettensmokkel. Illegale handel is goed voor 11 procent van sigarettenmarkt. Overheden lopen daardoor naar schatting 31 miljard euro mis. Daarom moeten binnen enkele jaren wereldwijd alle sigaretten gemerkt zijn, zodat de herkomst ervan precies achterhaald kan worden.

Met dit verdrag „omsingelen we de vijand”, zei WHO-chef Margaret Chan gisteren aan het begin van de conferentie, „en elimineren we een zeer geraffineerde criminele activiteit”. Voor het eerst richt de gezondheidsorganisatie zich hiermee niet op het verminderen van de vraag naar tabaksproducten, maar op de productieketen zelf.

Het is de vraag of het verdrag zal werken. Veel van de 176 landen die in 2005 het raamverdrag van de FCTC hebben geratificeerd, zijn sowieso laks in de uitvoering van hun antirookbeleid. Afspraken over ontmoedigingsbeleid en een verbod op roken op de werkvloer en in openbare ruimtes zijn lang niet overal ingevoerd – zonder dat daar sancties op volgden.

Het grootste strijdpunt dit jaar is de invoering van een wereldwijde tabaksbelasting. Die zou zo’n 4 miljard euro moeten opleveren, geld waarmee de WHO gezondheidsbeleid wil financieren. Tabaksboeren zijn een publiciteitscampagne begonnen om uit te leggen dat die maatregel miljoenen arme tabaksplanters „en hun vrouwen en kinderen” treft. Terwijl helemaal niet bewezen is, zeggen zij, dat het leidt tot minder rokers.

Sterker nog, stelt de tabaksindustrie, verhoging van tabaksaccijnzen leidt alleen maar tot meer illegale handel, waardoor overheden de grip op de rokers kwijtraken en rokers sigaretten van inferieure kwaliteit krijgen. Voorbeelden zijn er genoeg, zeggen de producenten. Toen Mexico bijvoorbeeld vorig jaar een tabaksaccijns invoerde, steeg de smokkel fors, tot ruim 17 procent.

Onzin, menen de anti-rokers. Uit onderzoek blijkt juist dat er nauwelijks een relatie bestaat tussen de prijs van sigaretten en smokkel. De tabaksindustrie blijkt soms zelf achter de illegale handel te zitten, in een poging om belastingverhogingen tegen te gaan. In Canada en de VS zijn bedrijven daarvoor veroordeeld.

Behalve over belastingen wordt in Seoul ook gesteggeld over ontmoedigingsbeleid. Wetenschappers zijn het oneens over het effect van schokkende plaatjes van verschrompelde longen op sigarettenpakjes. Rokers zouden zich daarvoor afsluiten, is de suggestie, vooral als de plaatjes gecombineerd worden met een dreigende tekst dat roken dodelijk is.

Het zou beter zijn logo’s op een pakje sigaretten te verbieden. In Australië moeten de pakjes er tegenwoordig allemaal hetzelfde moeten uitzien, met de merknaam alleen in neutrale kleine letters op de verpakking.

Binnen de WHO groeit ook het verzet tegen de e-sigaret, een elektronische sigaret die nicotine verstuift, maar geen schadelijke tabak gebruikt. Rokers kunnen veel beter antirookmedicijnen of nicotinepleisters gebruiken, vinden ze bij de WHO.

Maar volgens Michael Siegel, hoogleraar aan de universiteit van Boston, kan de e-sigaret rokers juist helpen. De WHO medicaliseert het probleem, versmalt het tot nicotineverslaving en negeert de sociale aspecten die roken voor velen aantrekkelijk maken. Volgens Siegel komt dat doordat veel WHO-onderzoek wordt gesponsord door de farmaceutische industrie, die graag zijn pleisters en medicijnen verkoopt.