Spaanse woede over 'die corrupte kliek'

700.000 Spanjaarden dreigen hun spaargeld kwijt te raken. Het vertrouwen in de financiële sector is weg. Wat rest is volkswoede.

De kleindochters van Xosé Tombilla zijn drie en zeven jaar oud, maar ze kunnen demonstreren als volwassenen. Terwijl enkele tientallen vooral bejaarde betogers deze ochtend „wij willen ons spaargeld terug” scanderen, wurmen de twee meisjes zich tussen de schuifdeuren van het hoofdkantoor van Novagalicia Banco. Vervolgens blazen ze hard en lang op hun plastic fluitjes. Het snerpende geluid galmt minutenlang door de grote hal, totdat de beveiliging hen wegstuurt en de deuren op slot doet.

De betogers in de Noord-Spaanse stad Vigo komen twee keer per week het geld opeisen dat ze belegd hebben in zogenoemde ‘voorkeursaandelen’. Deze preferentes werden in Spanje vooral door de regionale spaarbanken (cajas) aan gewone rekeninghouders gesleten. Ze werden aangeprezen als veilig spaarproduct, maar bleken een risicovolle investering in de bank.

Nu sommige cajas wankelen en soms opgedoekt moeten worden, dreigen de spaarders hun geld kwijt te raken. In heel Spanje gaat het om zeker 700.000 mensen die samen 22 miljard euro investeerden.

Hun onzekere lot is één van de redenen dat de woede in Spanje jegens de financiële sector blijft groeien. Burgers die zitten opgescheept met ingewikkelde spaarproducten of rommelhypotheken betogen dagelijks tegen de banken. Ze ketenen zich vast aan bankfilialen, bekladden pinautomaten of houden op de stoep van hoofdkantoren hongerstakingen. Ze frustreren het werk aan de balie: ze storten bijvoorbeeld vijftig cent en nemen dit minuten later dan weer op, waarop ze het proces dan herhalen. En nog een keer.

Afgelopen weekend bereikte die onrust een nieuw hoogtepunt na de zelfmoord van de 53-jarige Amaya Egaña. Zij sprong vrijdag uit het raam van haar appartement toen de bank haar woning kwam confisqueren. Haar dood ontketende een golf van verontwaardigde reacties en dwingt de regering waarschijnlijk de hypotheekwetgeving aan te passen.

Het toont hoe de volkswoede de toch al krappe politieke speelruimte van de regering-Rajoy verkleint. Zeker bij de opschoning van de financiële sector. In juni deed Madrid onder grote Europese druk een beroep op het euronoodfonds. Dit heeft 100 miljard euro gereserveerd voor herkapitalisatie van de zwakste delen van de banksector. In ruil voor de steun moet premier Rajoy intensieve Europese bemoeienis accepteren bij het gezond maken van de banken.

Grootvader en betoger Xosé Tombilla (70) heeft 30.000 euro in de preferentes gestoken. „Ze belden drie jaar geleden: of ik het spaargeld dat ik had weggezet tegen een vaste rente wilde omzetten in preferentes. Het zou net zo veilig zijn, met een rendement van 7 in plaats van 4 procent. Ik zat al mijn hele leven bij die bank en kende de filiaalchef, dus ik zei ja.”

Het geld spaarde de gepensioneerde fabrieksarbeider „door ondeugden als roken of drinken zo veel mogelijk te laten”. Het geld was bestemd voor zijn kinderen en kleinkinderen. „Ik heb hard moeten werken om het geld te sparen en nu moet ik opnieuw hard werken om het terug te krijgen.”

In de politiek hebben de gedupeerden weinig vertrouwen. De semipublieke cajas werden hard geraakt door de vastgoedcrisis in Spanje, omdat ze door lokale en regionale bestuurders op weinig professionele wijze werden geleid. Bankiers en politici worden in de publieke opinie als een corrupte kliek gezien. Deze zomer gingen gedupeerden in Galicië zelfs naar Rajoys vakantieadres. De premier was niet thuis, maar de betogers wisten wel zijn vrouw en kinderen van het strand te verjagen.

Brussel kan evenmin weinig voor hen betekenen. Joaquín Almunia ziet als eurocommissaris voor Mededinging toe op de herkapitalisatie en herstructurering. De Spanjaard denkt ook dat spaarders zijn opgelicht, zei hij vorige week in Madrid. Maar, stelde hij duidelijk: de Europese kapitaalsteun is niet bedoeld om de slachtoffers van dubieuze praktijken financieel te compenseren. „Dit zouden de Estse, Slowaakse, Maltese, Cypriotische en Duitse burgers niet accepteren.” De gedupeerden moeten naar de rechter stappen. Almunia: „En als dat geen soelaas biedt, zal het geld uit Spanje moeten komen. Hoe? De regering zal het weten.”

Ook de Galicische econoom Santiago Lago is voorstander van een juridische oplossing. „Er moet onderscheid worden gemaakt tussen mensen die bewust investeerden in zo’n risicovol product en spaarders die er in zijn geluisd.”

Snelle duidelijkheid is ook belangrijk, omdat onzekerheid de toch al hoge kapitaalvlucht aanwakkert. Ana Cedeira, een andere klant, heeft dankzij de mediation inmiddels haar geld (12.000 euro, plus 3.000 rente) teruggekregen. Maar ze blijft actievoeren zolang het gros van haar lotgenoten nog in onzekerheid verkeert. „We weten niet of iedereen in aanspraak komt voor mediation en of er uiteindelijk genoeg geld is om iedereen te compenseren. Voor een jarenlange rechtszaak hebben velen het geld noch de leeftijd.”