Minder verschil in koopkracht

Volgens het aangepaste regeerakkoord blijft de zorgtoeslag bestaan, en wordt alleen de eigen bijdrage voor de zorg inkomensafhankelijk. De nivellering blijft, maar wordt afgezwakt.

Op papier zijn de scherpste randjes eraf. In de gisteren bijgestelde plannen blijft het kabinet nivelleren, maar al te grote veranderingen in de koopkracht probeert het te voorkomen.

Dat komt vooral omdat de ziektekostenpremie gewoon weer naar het oude vaste niveau van zo’n 1.300 euro per jaar gaat. De inkomensafhankelijke zorgpremie gaat na de storm van kritiek van de afgelopen weken niet door. Net als nu kunnen de lagere inkomens via de zorgtoeslag op een tegemoetkoming rekenen. Daarbij gaat het om 4,5 miljard euro. Het voornemen om het eigen risico in de ziektekostenverzekering inkomensafhankelijk te maken, wordt overigens wel doorgevoerd.

De nivellering wordt nu vooral gerealiseerd door de zogeheten algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Dat zijn beide heffingen die in mindering gebracht mogen worden op het belastbaar inkomen. En die aftrekposten worden kleiner, naarmate het inkomen hoger is. Wie bijvoorbeeld meer dan 110.000 euro verdient, hoeft niet meer op een arbeidskorting te rekenen.

De voorgenomen verlaging van de belastingtarieven gaat niet door. Zo blijven de tarieven voor de derde schijf 42 procent, en blijft het hoogste tarief van 52 procent bestaan. Het bedrag waar het toptarief gaat gelden, stijgt met 2.000 euro tot circa 63.000 euro. Dat levert maximaal een voordeel op van 200 euro.

Nu de nivellering wordt afgezwakt, krijgt de PvdA daarvoor compensatie. Diederik Samsom maakte gisteren bekend dat er nu 250 miljoen euro beschikbaar is om ‘de sociale agenda’ uit te voeren. Met dit geld kunnen in samenspraak met werkgevers en werknemers bepaalde bezuinigingen op sociaal vlak worden verlicht. Daarbij kan het gaan om de WW-uitkering die nu na maximaal één jaar op bijstandsniveau uitkomt. De beschikbare 250 miljoen euro was aanvankelijk bestemd voor investeringen in de infrastructuur.

Met de bijgestelde plannen komen de verschillen in koopkracht minder groot uit. Mensen die tweemaal modaal verdienen (66.000 euro) worden minder hard geraakt. Een alleenverdiener op dit niveau levert tot 2017 ruim 4 procent in, tegen ruim 6 procent in de oorspronkelijke plannen. Voor een alleenstaande met tweemaal modaal loopt de daling van bijna 6 procent terug naar ruim 1 procent.

Mensen zonder werk gaan er bijna zonder uitzondering minder op achteruit. Dat geldt voor sociale minima – een alleenstaande ouder levert ruim 3 procent in – maar ook voor ouderen. Die worden in de praktijk vooral geraakt door lagere pensioenuitkeringen. Mensen met alleen AOW gaan er licht op vooruit.

Het terugdraaien van de inkomensafhankelijke zorgpremie betekent ook dat de bekostiging van de zorgsector minder ingrijpend wordt gewijzigd. Het zorgverzekeringsstelsel gaat minder op de schop. De premie voor de basispolis blijft bestaan rond het huidige niveau van dik 100 euro per maand in plaats van een daling naar dik 20 euro per maand. Daardoor hoeft er niet voor worden gevreesd dat de concurrentie tussen zorgverzekeraars afneemt, zoals het Centraal Planbureau eerder waarschuwde. Ook wordt de zorg van het CPB weggenomen dat het kostenbewustzijn in de zorg zou afnemen doordat de zorgpremies „minder transparant” zouden worden. Dat is nu van de baan.