Mensen met pech hebben pech

Via de belastingen betalen we allemaal voor de pech van sommigen, aldus schrijver en filosoof Philip Huff. En als je ligt te kermen van de pijn, ben je intens dankbaar voor die solidariteit.

Ik heb onlangs een maand in het ziekenhuis gelegen. Ik kwam voor een geplande operatie aan mijn hart, maar die werd gevolgd door drie complicaties. Twee daarvan, een tamponade (bloed in je hartzak, waardoor het hart op den duur niet meer kan pompen) en een longontsteking waren gevaarlijk en vervelend. De derde, een ontsteking aan een ader in mijn rechterarm, was niet gevaarlijk, wel pijnlijk. Als je de kans uitrekent op wat jij hebt meegemaakt zei een van mijn artsen, dan kom je uit op een nul met veel lage cijfers achter de komma. Als je de kosten gaat uitrekenen, antwoordde ik met een glimlach, dan is het precies andersom: hoge cijfers voor de komma met een nul erachter.

Het had ook heel anders kunnen aflopen. Pech en geluk liggen dicht bij elkaar. Regisseur John Appel van de openingsfilm van het IDFA dit jaar, Wrong time, wrong place, verwoordt het zo: „Hoezeer je je ook probeert te wapenen tegen het lot, uiteindelijk is het toeval de grote regisseur”. Simpel gesteld: dat Doutzen Kroes eruitziet zoals ze eruitziet, is voor een groot deel toeval. Een samenloop van omstandigheden. Natuurlijk werkt ze hard voor haar uiterlijk en figuur maar ze heeft ook geluk gehad. Geluk met haar uiterlijk en geluk met waar ze is geboren.

Uitsmeren

De vraag is: hoe positioneren wij ons ten opzichte van dat geluk? Pieter Hilhorst, oud-columnist bij de Volkskrant en opvolger van Lodewijk Asscher als wethouder in Amsterdam, verwoordde het eens als volgt: de staat moet als pechdemper optreden, niet als geluksmachine. Mensen met geluk hebben namelijk al geluk. De mensen met pech hebben pech.

Op de eerste dag van mijn verblijf in het ziekenhuis lag ik naast Henk (74). Hij had een kastje in zijn kast dat zijn hart een klap gaf als het stopte met pompen. Het lag zichtbaar opgebold onder de huid van zijn borstkas zoals een portemonnee in een achterzak van een spijkerbroek. Henk meende dat pech en geluk alles was wat wij hebben. „En een beetje gratie en inzet.”

Gratie. Goedgezindheid, gunst, genade. De kosten van de zorg in Nederland zijn hoog. Dat zijn niet alleen kosten om de harten van mensen te laten lopen, maar ook om mensen met een ontwikkelingsstoornis een menswaardig bestaan te verschaffen: de ruimte om zich te ontplooien. Voor veel mensen zijn die kosten individueel niet te betalen. Daarom betalen wij belasting en die moet nu dus omhoog. In Nederland hebben bijna 2,5 miljoen mensen VVD gestemd, en 2,3 miljoen mensen PvdA. De vraag is nu: is het liberaal en sociaal om tegen deze belastingverhoging te zijn? Of, beter gezegd: om tegen het idee achter deze verhoging te zijn? Namelijk dat we via belastingen de pech van sommigen uitsmeren over het geluk van ons allemaal?

Natuurlijk is het psychologisch spel van dit kabinet rondom deze vraag onhandig geweest door de zorgpremie te specificeren. Beter is het in zo’n geval de inkomstenbelasting iets te verhogen (die eerst werd verlaagd), met als motivatie: „Een bijdrage aan de crisis. Waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. En waarbij we rekening houden met de belastingdruk voor lagere inkomens ten opzichte van hogere inkomens.” Niet schuiven met geld, maar gewoon duidelijk zeggen waar het op staat. Want wie gelooft dat werk en inkomsten gebonden zijn aan je talenten en je omgeving, en dat die voor een groot deel toeval zijn, en wie gelooft in pechdemping, gelooft dus in het delen van de vruchten van je geluk.

En dat gelooft iedereen die VVD of PvdA heeft gestemd. Dat kan niet anders. De beginselen van zowel het liberalisme als het socialisme zijn immers duidelijk: vrijheid van het individu, waarbij iedereen in de gelegenheid is zich zo goed mogelijk naar zijn talenten te ontplooien, en gelijkheid en rechtvaardigheid, waarbij mensen niet mogen achterblijven.

Uiteraard zijn je keuzes van invloed op wat je verdient. Iemand met een havo-diploma die hbo-v gaat studeren en in een ziekenhuis gaat werken in plaats van met een andere studie provinciaal projectmanager of inspecteur ruimtelijke ordening te worden, verdient minder dan die manager of inspecteur. Maar vaak komen die keuzes voort uit wat wij leuk vinden, en wat wij leuk vinden kiezen wij niet uit, dat kiest ons. Wat je verdient, is voor een groot deel toeval.

Bankschroef

Terug naar het ziekenhuis. Dat andere paleis van het toeval. Wat gebeurt er als je daar ligt en elf dagen letterlijk je bed niet uitkomt? Je volkomen afhankelijk bent van anderen, voor je voeding, je verschoning (kleding, bed en lijf) en je eten, je leven, dus (de operaties, de pillen die je moet nemen, de antibiotica die aan je infuus wordt gehangen). Je wordt er dankbaar van. Ondanks de pijn. Pijn die je bewustzijn volledig overneemt. Pijn waarvan je moet kermen. De anesthesist op wie je moet wachten, omdat je een spoedoperatie onderging en niet was ingepland. Het gevoel dat je in een bankschroef ligt. Twee uur lang.

De wetenschap dat er in heel Nederland mensen liggen te kermen van de pijn, zou de pijn dat je iets moet inleveren, iets moeten verzachten. Inkomstenbelastingpijn is geen bankschroefpijn.

Natuurlijk heb ik gemakkelijk praten. Ik heb geen kinderen voor wie ik financiële verantwoordelijkheid draag, geen hypotheek omdat ik huur. Mijn zus valt wel in de groep die zoveel meer zou gaan betalen – ze is een alleenstaande ‘dubbelverdiener’, die elke dag elf uur werkt, met een koophuis gekocht op de top van de markt, aangespoord door het idee dat haar salaris jaarlijks wel zo zou blijven stijgen als het deed. En nu zou ze het dubbele aan zorgkosten moeten gaan betalen. De grove lijnen in de zorgpremieverhoging zijn meer dan plooien die moeten worden gladgestreken: het zijn psychologische bergen. Dat ziet het kabinet nu ook in.

Maar mijn zus is gezond, ze heeft gestudeerd, ze verdient twee keer modaal. Er zijn vele alleenstaanden in Nederland die minder dan 20.000 euro verdienen.

Tot slot: mijn laatste buurman in Groningen heette Jan. Hij werd 58 in het ziekenhuis. Jan was al 25 jaar patiënt: hij had een auto-immuunziekte. Jan kreeg een nieuwe aortahartklep. Met zijn medische achtergrond was het gevaarlijke ingreep. Hij zei: „We moeten wel het positieve blijven inzien. Als we in Rusland woonden had ik hier helemaal niet gelegen.” Binnen een week stond Jan weer buiten. Pech en geluk. Maar ook hier speelden mee: het geld dat beschikbaar was voor zijn behandeling, het bekwame medische handelen, de maatschappij die dat mogelijk maakt.

Solidariteit, de pech van je medemens delen, dat is menselijke waardigheid. De wrede onverschilligheid van de natuur trotseren, dat is wat ons werkelijk menselijk maakt. Gevoelens van eigenbelang relativeren: dat is de uitdaging.

Ik weet het, ik klink bijna als Obama. Zijn woorden zijn vaak grote woorden, en dikwijls ontstaat er een ruimte tussen wat grote woorden beloven en hoe de werkelijkheid is. In die ruimte kan de hoop vervliegen, kunnen mensen teleurgesteld worden, naar binnengekeerd raken. Het is daarom hoogst belangrijk dat we kritisch blijven kijken naar wat we doen. Naar de marges in de zorgwereld, naar multinationals die miljoenen verdienen op scanners en medicijnen – daar kan nog wat geschaafd worden (maar dat is weer een ander essay).

Uiteindelijk kosten gezondheid en pechdemping geld. Maar iedereen die weleens pijn heeft gehad, weet dat dat geld niet opweegt tegen die last. Helaas is gezondheid een negatief iets: als het er is, merk je het niet. Pijn is positief: het manifesteert zich door aanwezigheid. En voor de meeste mensen is de financiële pijn daarom een tijd lang beter voelbaar dan hun gezondheid.

Ik ben die meeste mensen erg dankbaar dat ze desondanks hun zorgpremie en inkomstenbelasting betalen. En tegelijkertijd vind ik het niet meer dan normaal dat iedereen krijgt wat ik kreeg. Met normaal bedoel ik: volgens de regels van het liberaal-socialisme. En dus: vanzelfsprekend. Het is immers de kleur die we zelf hebben gekozen.