Maffia maakte bommen uit opgeviste oude mijnen

De explosieven voor de bomaanslagen waarmee de maffia begin de jaren negentig de frontale aanval opende op de Italiaanse staat, blijken door een visser te zijn gewonnen uit oude bommen en mijnen die hij had opgevist voor de kust van Sicilië. Gisteren is in verband hiermee de 57-jarige visser Cosima D’Amato gearresteerd.

Informatie van een spijtoptant, voormalige peetvader Gaspare Spatuzza, zette de Italiaanse justitie op het spoor van de visser. Over de herkomst van de explosieven was lang gespeculeerd. In 1992 werden maffiabestrijders Giovanni Falcone en Paolo Borsellino twee maanden na elkaar vermoord met autobommen. In 1993 pleegde de maffia dodelijke bomaanslagen in Rome, Florence en Milaan, en in 1994 werd een aanslag op het Olympisch Stadion in Rome voorkomen. De maffia hoopte op deze manier de Italiaanse staat te dwingen het strenge gevangenisregime voor maffiosi af te zwakken.

„De gebruikte explosieven verbinden al deze aanslagen”, zei Giuseppe Quattrocchi, openbare aanklager in Florence, tegen Italiaanse journalisten. De springstof was afkomstig van mijnen, torpedo’s en bommen uit de Tweede Wereldoorlog. D’Amato had zich gespecialiseerd in de verwerking daarvan. Hij wist de springstof samen te persen tot grote schijven met de omvang van een parmezaanse kaas. Bij de aanslagen is naar schatting tussen de 1280 en 1340 kilo TNT gebruikt. Voor de Siciliaanse noordkust, vooral het stuk tussen Palermo en Trapani, worden nog steeds oude mijnen gevonden.