IDFA-kijktips van NRC: een nieuwe fase in filmmaken

Morgen start de 25ste editie van IDFA. In aanloop naar het festival lichten we dagelijks een kijktip uit van de filmredactie van NRC Handelsblad, vanaf morgen doen we verslag ter plaatse. De laatste filmtip vooraf: een spectaculaire totaalervaring vanuit het perspectief van een vis.

Volgens filmrecensent Dana Linssen gaat de documentaire Leviathan van regisseursduo Lucien Castaing-Taylor en Véréna Paravel alles veranderen, en wordt een van de hoogtepunten van het festival. Sinds de première afgelopen zomer zorgt de film op ieder festival waar deze wordt vertoond voor een sensatie.

De trailer die het Toronto International Film Festival gebruikte:

‘oorlog van allen tegen allen’

Beide filmmakers annex kunstenaars en antropologen brachten een paar weken op een monsterachtige vissersboot voor de kust van New Bedford, Massachusetts door om in de wateren van Moby Dick een film te maken over de visindustrie.

De naam van de film verwijst naar het bijbelboek Job, waarin Leviathan symbool staat voor chaos en anti-goddelijke machten, en naar de politieke filosofie van de zeventiende-eeuwse denker Thomas Hobbes, die de wereld verrijkte met het begrip ‘oorlog van allen tegen allen’. Eigenlijk staan allerlei associaties je vrij tijdens het kijken, vertelde Paravel afgelopen week op het Filmfestival Wenen. Linssen:

“De film is een totaalervaring. Een nieuwe fase in digitaal filmmaken waarbij je in een vissersnet kopje onder gaat in het zwarte water, met de schreeuwende meeuwen in de lucht meevliegt, en de wereld bekijkt vanuit een vissenkop.

Een effect dat werd bereikt door tientallen kleine digitale GoPro-cameraatjes aan de kleren van de vissers te bevestigen, aan uitschuifbare telescoophengels door de lucht te laten vliegen, naar elkaar over te gooien, of vast te maken aan de netten die over de bodem van de oceaan sleepten.

Wie dacht dat Stand van de zon/maan/sterren-regisseur Leonard Retel Helmrich met zijn steadywing-camera en zijn onmogelijke shots de observerende stijl van de cinéma vérité tot zijn uiterste grenzen wist te pushen, die moet beslist Leviathan gaan zien.”

Erg veel dichter kun je als toeschouwer waarschijnlijk niet bij het perspectief komen van een kabeljauw of een rog of van een van de andere tientallen vissen die in de film gevangen worden. De film is in de ogen van de makers een collectief product. En juist dat bewustzijn, en de ogenschijnlijk subjectieve cameravoering die misschien wel een objectiever en waarachtiger resultaat tot gevolg heeft dan we in de documentaire gewend zijn, maakt hun werk zo baanbrekend.

Tussen de regels door is er in de film wel kritiek op de industriële visserij te lezen, schrijft Linssen. Maar Pavarel zelf huivert voor simpel pamflettisme:

“Leviathan is geen militante milieufilm. Een van de vissers zei: ‘We verkrachten de zee’, maar de film zelf oordeelt niet. Het is niet de schuld van de vissers, of van de ‘codfather’, die de visindustrie in New Bedford als een maffiabaas bestiert. Het is een heel complex dat ook te maken heeft met hoe wij eten. Je mag de film interpreteren hoe je wilt. Hij laat wel zien dat als je de Leviathan wakker maakt, chaos het gevolg is.”