Hoe flexibel kun je zijn als leider?

Mark Rutte en Diederik Samsom konden haast niet anders dan het regeerakkoord openbreken. „Ik heb een fout gemaakt”, zei Rutte gisteren.

Politiek redacteuren

Den Haag. De tevredenheid over de eigen doortastendheid was verdwenen. Soberheid overheerste gisteravond, toen VVD en PvdA de herstart van hun kabinet bekendmaakten.

De inkomensafhankelijke zorgpremie is definitief geschrapt. Het kabinet past nu de inkomstenbelasting aan om hogere inkomens zwaarder te treffen dan lagere.

Deze alternatieve vorm van nivellering werd niet gepresenteerd als feest of linkse hobby. Het werd voorgesteld als noodzakelijke ingreep om te bereiken dat lagere inkomens de zware ingrepen van de komende jaren kunnen dragen. We gaan 46 miljard euro bezuinigen in zeven jaar, zeiden premier Mark Rutte, en de fractieleiders Diederik Samsom (PvdA) en Halbe Zijlstra (VVD) één en andermaal. Dat is 2.500 euro per Nederlander. „De tijden van almaar méér zijn echt voorbij”, zei Samsom.

Het was de slotsom van het politieke circus dat zich na de presentatie van het regeerakkoord, twee weken geleden, voltrok. Rutte en Samsom zetten de presentatie van het regeerakkoord luister bij met een feelgoodoptreden bij Pauw & Witteman. Het ging over onderling begrip, over onderhandelingen, over reuzensprongen die beiden hadden durven te maken.

Daarna volgde het ellendige intermezzo rond de zorgpremie. Twee weken onhelderheid over de inkomenseffecten. De VVD in opstand. Media die de plannen met groot wantrouwen tegemoet traden. „Een roerige, leerzame periode”, zei Samsom.

Vooral Rutte trok gisteren het boetekleed aan. „Ik heb als onderhandelaar van de VVD een fout gemaakt’’, begon hij de persconferentie. Rutte had „meer tijd” moeten nemen om door te vragen naar de inkomenseffecten van de zorgpremie. Het was „een verkeerd plan”, aldus Rutte.

Ook Samsom toonde zich schuldbewust. „Wij trekken ons de commotie van de afgelopen weken aan”, zei hij. „Wij willen het vertrouwen in de politiek herstellen. Dat vertrouwen hebben we de afgelopen veertien dagen niet versterkt.”

Ze waren zich terdege bewust van de valse start die dit had opgeleverd. Ze benadrukten dat het geen teken van zwakte, juist van kracht, was dat beide partijen aan een oplossing hadden gewerkt. Dat de PvdA bereid was de VVD tegemoet te komen, nu de liberale achterban in een hels tempo afstand nam van zijn leider. „Wij hebben hier niet over gevochten”, zei Rutte. „Dat is wat mij betreft het bewijs dat we het onderlinge vertrouwen hebben versterkt.”

Het akkoord werd gisteravond rond half negen gepresenteerd na weer een dag van koortsachtig overleg. Vanaf midden vorige week was al duidelijk dat beide partijen naar een uitweg zochten om de opstand in de VVD het hoofd te bieden. Donderdagavond kwamen de PvdA- en VVD-leiders bijeen op het ministerie van Algemene Zaken om in aanwezigheid van de betrokken bewindslieden naar een oplossing te zoeken.

Het voornemen om een akkoord te presenteren werd in de loop van vrijdag afgelast. In het weekeinde volgden geluiden dat premier Rutte tobde met zijn zelfvertrouwen. Ook gisteren duurde het langer dan voorzien voordat de twee partijen met een akkoord naar buiten kwamen. Ten slotte bleek dat een deel van het oponthoud was veroorzaakt door logistiek: een laatste overleg op Algemene Zaken, tijdens het achtuurjournaal, was opgegaan aan „het afstemmen van elkaars teksten”, zei Samsom.

De formule waarmee Rutte en Zijlstra hun achterban nu hopen te overtuigen is: minder uitschieters in de koopkracht voor inkomens boven de 60.000 euro. Dat in het vorige plan in die inkomenscategorie er mensen honderden euro’s per maand op achteruitgingen schoot de VVD-kiezer in het verkeerde keelgat. Dat was althans de sterke indruk die Rutte de afgelopen weken had gekregen. „Dat werd in mijn achterban niet gedragen.”

Nu blijven de gevolgen dus beperkt, al kan Rutte nog steeds „geen koopkrachtgarantie” geven. Er is immers altijd wel iemand die extra slachtoffer wordt van een bepaalde maatregel. Maar gemiddeld genomen gaan de hoge inkomens – dat is vanaf 66.000 euro bruto per jaar – er tot 2017 niet meer gemiddeld 4 procent op achteruit, maar maximaal 2,5 procent. Toch kan niet elke goed verdienende Nederlander juichen. In de nieuwe koopkrachtplaatjes staat bijvoorbeeld achter een alleenverdiener met kinderen en 66.000 euro nog altijd min 4,25 procent.

Maar dat is acceptabel, zei premier Rutte. Ook voor zijn achterban, voegde hij er aan toe. Hoewel het nog niet erg overtuigd klonk – hij schatte zijn achterban eerder verkeerd in – heeft hij er nu wel een verhaal bij: de economische crisis gaat een gemiddelde Nederlander 2.500 euro kosten. Een gezin met 2 kinderen dus 10.000 euro. Elke liberaal, denkt Rutte, vindt het dan goed als onder de zwakkeren in de samenleving „een dikkere ijslaag” wordt gelegd.

Met dit aangepaste akkoord presenteert het nieuwe kabinet zich vanmiddag in de Tweede Kamer, dat debatteert over de regeringsverklaring. De confrontatie met de oppositie verliep niet eenvoudig, de laatste weken.

Het gaf het beeld van een fragiele nieuwe coalitie, die al bij de eerste tegenwind begon te zwalken. Geen geloofwaardige start voor een kabinet dat ongekend zware ingrepen in de verzorgingsstaat van plan is.

Het was niet meteen te zeggen welke partij het meeste is opgeschoten met het nieuwe akkoord. De VVD heeft de nivellering een beetje terug weten te dringen. Maar verhoging van de inkomstenbelasting is exact het omgekeerde van het verkiezingsprogramma. De PvdA leverde op de inhoud iets in. Maar Diederik Samsom toonde waar leiderschap: hij redde een politieke partner uit de nood zonder gezichtsverlies te leiden.

Lees ook ‘Het koopkrachtplaatje zegt weinig, maar ligt politiek gevoelig’: Zin, pagina 18 & 19